‘We dachten toen allemaal: daar liggen levende kadavers. Hompen bebloed vlees en het ademde ook nog. Er stapte een man uit, een kop groter dan ik, wankelde naar me toe. Hier een gat in zijn wang en daar: Durchschuss!

Karl Heinz Henschel – 1. Sanitätskompanie, 9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’.

Een oorlog heeft altijd twee kanten… en vaak zijn het de overwinnaars die hun verhalen vertellen. Maar tegen wie vochten ze eigenlijk? Wie waren die jongens die, evenals de Geallieerden, ver van thuis voor hun vaderland vochten? Wat heeft hen zo ver gebracht om zulke grote offers te brengen? Hoe heeft het hun leven getekend?

In samenwerking met Ingrid Maan, schrijfster van het boek Weggemoffeld, proberen we door een aantal interviews met veteranen die o.a. de slag om Arnhem hebben meegemaakt hier een beeld van te krijgen.

In het eerste deel Karl Heinz Henschel, verpleger in de eerste compagnie, 9de SS Panzerdivisie ‘Hohenstaufen’. We nemen jullie mee in zijn bizarre belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Neem er eens de tijd voor om ook de Duitse kant van de gevechten te ontdekken.

Karl Heinz Henschel – Küstrin 16 april 1926
9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’
Sturmmann: Sanitäter + 1. MG-Schütze

Het aantal vrijwilligers dat zich eind 1943 nog voor de Waffen-SS aanmeldde, was lang niet toereikend om de geleden verliezen aan te vullen. Sommige jongens die normaal gesproken voor de Reichsarbeitsdienst opgeroepen werden, moesten nu rechtstreeks naar de Waffen-SS.

Zo ook Henschel, die op 1 november 1943 werd ingelijfd:

‘Je had geen keus. Je moest, of je wilde of niet. Ik heb op dat moment ook niet begrepen bij welke eenheid ik terecht kwam. Iedereen moest de dienst in en ik dacht daar niet bij na. Ik heb ook nooit ergens een handtekening onder gezet.’

Hij werd als marconist opgeleid en leerde hoe je telegramberichten moest versturen. Eind januari 1944 werd hij met een paar kameraden toebedeeld aan de 9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’ en naar Noord-Frankrijk gestuurd, waar hij in Amiens in stelling ging:

‘De divisie lag daar met haar zusterdivisie van de 10. SS-Panzer-Division ‘Frundsberg’ paraat.’

Zijn eenheid werd echter alweer in februari 1944 naar het zuiden van Frankrijk gecommandeerd waar Avignon hun standplaats werd.

‘En toen ging het voor het eerst naar Rusland, naar Galicië. Onze divisie nam tussen april en juni deel aan de strijd om de Kessel van Tarnopol. We kwamen dus aan het oostfront. Toen dat voorbij was, gingen we weer terug. De invasie aan de Atlantik had zich ingezet. Het II. SS-Panzerkorps met de 9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’ en de 10. SS-Panzer-Division ‘Frundsberg’ werden van daaruit in Normandië bij Caën ingezet.’


Infanteristen bij een van de tanks van de 9de Panzer-Division in Normandië. Bron: http://www.9ss.co.uk/

De veteraan heeft in recordtempo zijn allereerste inzet als soldaat op een rijtje gezet. Zijn korte zinnen tikken als hamertjes: tak, tak, tak…moeizaam begint hij te vertellen wat hij toen meemaakte. Hij zou zijn meest verschrikkelijke ervaringen opdoen:

‘Het allerergste was mijn verplaatsing naar het noodhospitaal tijdens de veldslag bij Caën. De eerste indruk die ik daar opdeed was in het donker, toen vrachtwagens met gewonden waren aangekomen. Ze hadden de deuren opengemaakt …’

De oude veteraan, die voor het eerst dit verhaal vertelt, moet even iets wegslikken voordat hij verder vertelt, want nu begint hij pas echt te vertellen:

‘We dachten toen allemaal: daar liggen levende kadavers. Hompen bebloed vlees en het ademde ook nog. Er stapte een man uit, een kop groter dan ik, wankelde naar me toe. Hier een gat in zijn wang en daar: Durchschuss! Hij zag blauwpaars over het hele gezicht. Snel op de wagen gelegd: Die moet onmiddellijk naar de operatiekamer! Wij met hem naar binnen, het noodhospitaal was in een voormalig nonnenklooster. Wij over de binnenplaats. Halverwege wilde de man overeind komen. Ik liep achteraan en riep: Hans, Hans, Hans! Naar beneden! Naar beneden! Hij wil opstaan! Snel de baar neergezet. Ik heb hem neergedrukt. Wij de baar weer omhoog, doorgelopen. Komen we aan in de OK … hadden we een dode op de baar!’

De veteraan stopt zijn verhaal abrupt. Zwijgt. Maar dan vervolgt hij:

‘Dat zou hij ook nooit overleefd hebben. Dat ging niet.’

Dit vreselijke werk zou in de dagen daarna routine worden. Het waren juist die eerste afschuwelijke aanblikken van de gevolgen van de frontgevechten, die de veteraan zijn hele leven zijn bijgebleven. Even komt de zakdoek tevoorschijn.


Sanitäter in actie bij het verbinden van gewonde soldaten. Bron: http://www.fisherklub.cz/

Sanitäter in actie bij het verbinden van gewonde soldaten.

Vanuit de complete chaos aan het front werden de uitgeputte soldaten naar Nederland getransporteerd. Rond Sittard en Venlo verzamelden de troepen zich op 5 september 1944:

‘Toen we in Nederland aankwamen, behoorde ik nog altijd tot de Truppenentgiftungszug van de 1. Sanitätskompanie van de 9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’.

Met een troep van 30 soldaten en onderofficieren werd Henschel richting Arnhem bevolen en kwam op 16 september in Ugchelen bij Apeldoorn terecht. Veel rust kregen de manschappen niet, want een dag later rinkelden in heel Raum Arnheim de alarmbellen:

‘We moesten ons opstellen en toen kregen we te horen dat er in Arnhem een grote luchtlanding aan de gang was en nu moesten we erheen om de boel af te sluiten.’

Onderweg hadden ze nog geen last van vijandelijk contact, het was zelfs rustig:

‘Het was donker. Het zou wel tegen 22.00 uur geweest kunnen zijn. Bij aankomst in Arnhem kregen we direct te horen wat ons te wachten stond. Uit onze verpleegtroepen werden infanteristen gemaakt. Mijn compagnie kreeg een gevechtstaak. We kregen geweren. Ik kreeg een MG 42 en wat handgranaten en een rookgranaat. Daarmee moesten we het doen.

In de vroege avond van de 18e september ging hij op de Utrechtsestraat in stelling:

‘Hier beneden, zo’n meter of drie, vier naar beneden op de helling, ben ik diep in de bosjes weggekropen. Heb wat liggen doezelen. Ik probeerde te slapen. Als soldaat kon je onder elke omstandigheid wel slapen!’ In de vroege morgen schrok hij plotseling wakker van tumult. Eerst probeerde hij zich te realiseren waar hij was en wat hem wakker gemaakt had: ‘Je weet niet wat er aan de hand is!’ Hij hoorde schieten, richtte zich op en keek: ‘Hier op de straat was een ongelooflijk vuurgevecht aan de gang!’

 


Gevechten langs de Utrechtsestraat in Arnhem. Bron: http://www.nimh.nl/

Onmiddellijk besefte hij dat het de Engelsen waren:

‘Die kwamen in colonne aangemarcheerd.’

Daar zat Henschel dan, op zijn knieën in de bosjes. Hij overzag de situatie niet. Wel zag hij dat zijn kameraden boven zich, uit alle macht op de oprukkende vijand schoten. Hij had op dat moment geen keuze meer. Hij moest vechten, dat was zijn taak:

‘Ik ging staan, heb gekeken, me afgevraagd wat doe je? Haalde mijn handgranaten uit mijn broekzak en heb ze in de Engelse colonne gegooid. En toen was het vanaf dat moment rustig. Die handgranaten moeten een verschrikkelijke uitwerking hebben gehad.’

Later in het gevecht raakte zijn compagniechef, Hauptsturmführer Dr. Schenk zwaar gewond en moesten ze het zonder zijn bevelen doen. Niemand voelde zich echter geroepen om het commando op zich te nemen:

‘Het werd ons te heet onder de voeten en toen hebben we ons nog een stuk verder teruggetrokken.’

Samen met zijn kameraad Hill zocht hij onder een balkon van een villa beschutting, maar raakte daar in kruisvuur met de Engelsen die zich al in de tuin van het gemeentemuseum, er schuin tegenover, bevonden:

‘Een compleet kruisvuur!’ Hij zag een Engelse soldaat, waarvan de benen kapot geschoten waren, naar de overkant kruipen: ‘Hij heeft het niet meer gehaald.’

Gevangen genomen SS-ers na de gevechten om Arnhem. Bron: http://www.nimh.nl

Uiteindelijk wist hij de straatgevechten te overleven door zich steeds verder terug te trekken richting het station van Arnhem. Daar kreeg hij de opdracht om diezelfde avond, de 19e september, in stelling te gaan bij de Oosterbeekse spoorbrug. Daar raakte hij een aantal dagen in vuurgevecht met de oprukkende Engelse para’s:

‘Hier in de wei lagen 16 dode koeien en daarachter lagen de Engelsen. De poten strak omhoog omdat ze helemaal opgezwollen waren. De Engelsen hebben ons voortdurend beschoten en toen heb ik op een dag mijn MG genomen en was zo woedend dat ik minstens een uur op de koeien heb ingeschoten en vanaf dat moment hadden we even rust. Je was alleen maar bezig met schieten. Alleen al door te schieten verloor je de angst die je voelde opkomen.’


MG 42 in actie. Let op de handgranaten achter zijn koppel. Bron: http://www.9ss.co.uk/

Henschel had het idee dat ze met slechts een handjevol soldaten bij de spoorbrug lagen en zwaar te lijden hadden onder de aanvallen van de Engelsen. Wat hij op dat moment niet wist, was de aanwezigheid van zwaar Duits geschut in de polders van Meinerswijk aan de Arnhemse kant van de spoorbrug. Het was zo’n tumult dat hij daar geen enkel idee van had. Uiteindelijk kregen ze het te zwaar voor hun kiezen toen in Nijmegen het 30e legerkorps van de Engelsen arriveerde. Alle MG stellingen op de spoordijk werden kapot geschoten en de bemanning sneuvelde. Vanuit de Oosterbeekse kant kregen ze ook nog een aanval waarbij het Flakgeschut kapotgeschoten werd. Bij deze aanval sneuvelde zijn kameraad Hill.


Vernietigde 88mm FLAK. Bron: http://www.nationstates.net/

Henschel probeerde bij zijn eigen troepen in Oosterbeek terug te komen, maar raakte vlakbij de Oude kerk van Oosterbeek gewond aan zijn oog en schouder en werd de strijd uitgevoerd. In een Duits hospitaal hoorde hij dat zijn Heimatstadt Küstrin onder vuur lag van de Russen en samen met een plaatsgenoot besloot hij zijn geboorteplaats te gaan verdedigen. Zonder Marschbefehl gingen de beide knapen op pad:

‘Dit bericht maakte een onvoorstelbare indruk op ons! Plotseling ontstond er een doldriest plan: we gaan ervandoor en zullen Berlijn gaan verdedigen! Und dann sind wir dort ausgekniffen!’

De verwoeste stad Küstrin, 1945.

 

Dat stond echter gelijk aan Fahnenflucht en dan was je vogelvrij. Ze wisten Berlijn te bereiken en meldden zich apetrots bij de Ortskommandant. Daar kregen ze ongelooflijk op hun sodemieter en werden linea recta teruggestuurd naar hun eigen eenheid, ditmaal met Marschbebefehl. Terug kwamen ze niet meer, want de Russen stonden al voor de deur. Ze wisten zich bij een colonne van de 10. SS Panzer-Division aan te sluiten, maar werden bij Seelow op de hielen gezeten door kleine Russische pantservoertuigen. Zijn kameraad verloor daarbij het leven; Henschel wist te ontkomen. De belevenissen van deze terugtocht vertelt de veteraan als zijn ‘Odyssee’.

Hij overleefde de oorlog in Engels krijgsgevangenschap in het Munsterlager. Dat was een krijgsgevangenenkamp van waaruit gevangen Wehrmachtsoldaten naar huis gestuurd werden, maar Henschel zou als gevangen Waffen-SS’er van daaruit via België naar Engeland getransporteerd worden. Aan dat transport wist hij te ontkomen omdat hij plotseling een gevaarlijke ontsteking aan zijn vinger kreeg. Met hoge koorts werd hij naar de kamparts gestuurd en omdat hij ook nog last had van een beenwond riep de arts uit: ‘Dat ziet er prima uit! Beter kunnen we het niet hebben!’ De jonge gevangene werd niet naar Engeland gestuurd, maar kwam op 27 mei 1946 vrij. Zonder te wachten op toestemming om terug te keren naar zijn ouders in het oosten, stak hij illegaal de ‘Grüne Grenze’ tussen de westelijke en oostelijke sector over en was op 1 september 1946 weer thuis in Küstrin. Zijn ouders hadden in 1939 een huis gekocht in de Neustadt van Küstrin, dat minder te lijden had gehad van de bombardementen en na de oorlog Duits was gebleven. De Altstadt was volkomen platgebombardeerd.

In de huizen die er nog stonden kwamen Polen, die ook weer uit hun Heimat waren verdreven. De voormalige stad aan de Oder heette voortaan Kostrzyn. Henschel gaf jarenlang rondleidingen over de platgebombardeerde vestingstad dat er als een Mahnmal tegen het nazisme nog net zo was blijven liggen als vlak na het bombardement. Elke week brengt hij nog een pakje koffie naar de Poolse bewoonster van zijn geboortehuis.


Karl Heinz weer terug in Nederland voor het interview met Ingrid Maan in het kader van haar boek Weggemoffeld. Bron: www.schreibenswert.nl/weggemoffeld

Henschel kwam 2x op de televisie na het interview: Andere Tijden (NPO 2) bezocht hem thuis en filmde hem daar over zijn ervaringen in Arnhem.

Bart Hölscher haalde hem voor de allerlaatste keer naar Nederland voor zijn zeer succesvolle filmdocumentaire ‘Het zijn maar Duitsers’ van 1Limburghttps://l1.nl/limburg-doc-het-zijn-maar-duitsers-127839

Weten wat hij allemaal nog meer meegemaakt heeft? Lees: Weggemoffeld! Levensverhalen van Duitse Arnhemveteranen. Het boek is geschreven door drs. Ingrid Maan die Duitse oorlogsveteranen interviewde over hun jeugdtijd, dienstoproep, inzet aan oost- en westfront, krijgsgevangenschap, terugkeer naar huis, hoe ze hun leven weer opbouwden en hoe ze als oude mannen terugkijken op die beladen tijd.

€ 24,95 – Hardcover, 310 pagina’s met foto’s.

Bestellen: www.schreibenswert.nl of stuur een email naar info@schreibenswert.nl

Afbeeldingen zijn afkomstig van:

http://www.9ss.co.uk
http://www.nationstates.net
http://www.fisherklub.cz
http://www.nimh.nl