Deze keer willen wij graag de herinneringen van mevrouw Bosch (1923) uit Ermelo met jullie delen. Haar ouders hadden een kruidenierszaak vlakbij de spoorwegovergang van de Telgterweg in het dorp. Met het optrekkende geallieerde leger wordt de activiteit van vliegtuigen in de lucht ook groter. Om het Duitse transport van troepen en materieel te ontregelen heeft de spoorlijn naast de kruidenierszaak het vaak moeten ontgelden. Dat hierbij ook burgerslachtoffers werden gemaakt heeft mevrouw Bosch helaas aan den lijve ondervonden.

“Ik was 17 toen de oorlog uitbrak. Ik ben geboren in Nijkerk maar al snel ben ik met mijn ouders en mijn broer en zus verhuisd naar Ermelo. Mijn ouders hadden een kruidenierszaak aan de Telgterweg 59, dat was vlakbij de spoorwegovergang. Ik werkte toen de tijd als naaister en hielp ook vaak in de winkel van mijn ouders. Het nieuws van de Duitse inval kwam bij ons niet zo snel als dat tegenwoordig gaat. Ik denk dat wij het of later die dag hoorde of zelfs de volgende dag lazen in de krant.

Wij merkten in eerste instantie eigenlijk weinig van de oorlog, wel kregen we vaak Duitsers in de winkel. Het waren vaak leuke en nette jongens die veel omgingen met de meisjes in Ermelo. Eigenlijk is dat gaande weg de oorlog ook niet veranderd. Wel merkte je dat de regels strenger werden. Na 20:00 uur kon je niet meer op straat zijn en je moest op tijd je lampen doven. Gaandeweg de jaren vorderde merkten we dat er steeds vaker geallieerde vliegtuigen in de lucht boven het dorp te zien waren. Op een dag verloor één van de overtrekkende vliegtuigen een routekaart, mijn broer heeft die in het weiland gevonden.

Ook was de spoorlijn waar wij vlak naast woonde steeds vaker doelwit van de Engelse vliegtuigen. Zo gebeurde het dat op 24 oktober 1944, ik was achter ons huis samen met mijn vader op het land bezig, dat er plotseling enkele geallieerde vliegtuigen erg laag kwamen aanvliegen. Het doel waar de vliegtuigen hun aanvallen op uitvoerden, was de spoorlijn. Ik dook samen met mijn vader weg voor de hevig schietende vliegtuigen. Met een oorverdovend lawaai doken ze over me heen naar de spoorlijn. De bommen die bedoeld waren voor de spoorlijn vielen veel eerder dan gepland en kwamen vlak naast ons neer. Mijn vader was op slag dood en ik had een granaatscherf in mijn voorhoofd gekregen.

Ik moet in shock zijn geraakt want ik weet van de gebeurtenissen daarna heel weinig meer. Wel kan ik me herinneren dat er heel snel veel volk op de been was, maar wie mij bijvoorbeeld aar het ziekenhuis heeft gebracht weet ik niet meer.

In de maanden tot de bevrijding die nog volgde ben ik altijd erg bang geweest voor de vliegtuigen en dook ik bij het minste of geringste geluid van de vliegtuigen in de lucht weg. Tot op de dag van vandaag zal ik dat nooit meer vergeten, de herinneringen komen de laatste tijd zelfs vaker terug.”