De meesten van jullie kennen ze waarschijnlijk wel, distributiebonnen. Maar hoe werkte het eigenlijk? Naar aanleiding van de schenking van mevrouw Teitsma- de Nijs zijn we hier eens ingedoken. Zij heeft ons een eigen gemaakt bonnendoosje gedoneerd, gemaakt van luciferdoosjes, kralen en behangpapier. Heel erg bijzonder dat dit doosje, zelfs met geknipte bonkaarten in de vakjes, al die jaren bewaard is gebleven. Wij zijn er ontzettend blij mee en delen het graag met jullie!

Hoe werkte het eigenlijk?

De meest bekende distributiebescheiden tijdens de bezetting zijn waarschijnlijk de eerste distributiestamkaart en tweede distributiestamkaart geweest. De eerste distributiestamkaart werd vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland ingevoerd. De kaart uitwisselen met anderen was verboden. De tweede distributiestamkaart werd door de Duitse bezetter ingevoerd om de duizenden onderduikers van voedsel af te snijden. Voor het aanvragen van een tweede kaart was namelijk een persoonsbewijs nodig, onderduikers hadden die wel maar zouden meteen worden opgepakt als ze zich met hun eigen persoonsbewijs zouden melden voor het aanvragen van de tweede stamkaart. Het was voor hun dus niet mogelijk om in bezit te komen van een tweede kaart, en wie geen stamkaart had kon geen bonnen krijgen om voedsel en andere goederen kopen. Was het persoonsbewijs wel in orde, zoals bij mevrouw Boerrigter op de foto’s te zien, dan kreeg het persoonsbewijs en de stamkaart een controlezegel opgeplakt. Zonder persoonsbewijs dus geen stamkaart. Zonder stamkaart geen voedselbonnen.

Deze maatregel heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de verzetsgroeperingen over gingen tot het overvallen van de kantoren waar de bonnen werden bewaard, de distributiekantoren. De aldus verkregen bonnen werden verdeeld onder personen die onderduikers hadden, zodat men alsnog extra voedsel voor de onderduikers kon kopen.