Door Pieter Trap

Op 3 september 1941 krijgen de schoolbesturen voor bijzondere scholen voor gymnasium, middelbaar, nijverheid, lager en voorbereidend lager onderwijs voor een tweede keer het verzoek om alle Joodse leerlingen van de scholen te verwijderen.
Blijkbaar heeft het schoolbestuur in eerste instantie geen gehoor gegeven aan de oproep van S. Plekker en vond men het nodig een axtra schrijven te versturen.

Simon (Lambertus Antonius) Plekker, die carrière had gemaakt in Nederlands-Indië bij de Delimaatschappij had zich bij terugkeer in Nederland als rentenier gevestigd in Haarlem. Hij meldde zich in 1932 aan bij Anton Musserts NSB. Hij werd uiteindelijk districtsleider van de NSB in Haarlem. Als zodanig ontpopte hij zich als medestander van Mussert in diens strijd met de volks-radicale stroming die werd geleid door Meinoud Rost van Tonningen.
In de meidagen van 1940 werd Plekker door het Nederlandse gezag geïnterneerd. Na de capitulatie benoemde Mussert hem tot gemachtigde in algemene dienst. Op 10 maart 1941 aanvaardde Plekker zijn benoeming door de Duitse bezetter tot regeringscommissaris (burgemeester) van Haarlem.

Plekker ging voortvarend te werk. Binnen enkele weken waren de meeste openbare gebouwen zoals bioscopen, parken etc. verboden terrein voor Joden. Ook moesten de joden vanaf april 1941 bij hem aankloppen als ze wilden verhuizen. Zonder speciale toestemming was dat verboden. Vanaf mei 1941 mochten joodse advocaten, notarissen en dergelijke voortaan alleen nog maar joodse cliënten hebben. Met ingang van het schooljaar 1941/42 moesten joodse leerlingen naar speciale joodse scholen gaan. Uit die periode komt ook dit briefje, waar het schoolbestuur overigens geen gehoor aan geeft.

Het schrijven is geretourneerd aan secretaris van Plekker met de volgende boodschap:

“Zoals u misschien bekend is heeft de verg. der besturen der Chr. Scholen op haar laatste vergadering besloten alles wat betrekking heeft op Joodsche leerlingen naast ons neer te leggen, dus daar aan geen gehoor te geven. Hartelijk Gegroet.”

Een duidelijke boodschap voor Plekker en zijn handlangers. Wel wordt hierdoor goed zichtbaar welke beperkingen er werden opgelegd aan Joden in Haarlem.