Van Vught naar Dachau

Het is mei 1944, Jan Pastoor zit al ruim een jaar gevangen in Kamp Vught. In de brieven die hij met regelmaat mag schrijven verteld hij vooral dat het hem na omstandigheden goed gaat. Het gebrek aan eten en de vraag of ze pakketjes met levensmiddelen willen opsturen komt ook vaak aan de orde. Ogenschijnlijk lijkt er weinig voor hem aan de hand. Wat Jan dan nog niet weet is dat hij op het punt staat gedeporteerd te worden naar Dachau.

Niet veel later die maand wordt de eerste brief van Jan uit Dachau bezorgt aan de Mussenstraat in Hilversum. Er is veel veranderd. Papier om te schrijven is schaars, brieven moeten in het Duits en worden stuk voor stuk gecontroleerd. De gezondheid van Jan gaat ook achteruit. Dit is op te maken uit een briefje dat is geschreven door een medegevangene met de vraag om fatsoenlijke levensmiddelen.

In de loop van 1944 weet Jan toch in bezit te komen van papier en potlood en begint hij teksten die hem van pas kunnen komen te vertalen van het Nederlands naar het Duits en Russisch. Er moet in het kamp bekend zijn geweest dat de Russen aan een opmars waren begonnen.

Bevrijding

Uiteindelijk wordt het kamp op 29 april 1945 door eenheden van het zevende Amerikaanse leger bevrijd. Voor Jan precies op tijd. Uit medische documenten blijkt dat hij er wederom slecht aan toe is. Uiteindelijk heeft Jan twee maanden nodig gehad om weer op de been te komen en hij in staat was een eerste brief naar huis te schrijven, het was 19 mei 1945. Nederland was inmiddels bevrijd.

Jan is eind mei 1945 uiteindelijk weer terug gekeerd naar Hilversum. Hier heeft hij nog anderhalf jaar kunnen genieten van de hereniging met zijn gezin… in oktober 1947 is hij alsnog ten gevolgen aan zijn gevangenschap in Kamp Vught en Dachau overleden.