Uitgave van het Amerikaansch Ministerie van Voorlichting.

Door Gaston Vrolings

Terwijl op het einde van de Tweede Wereldoorlog de geallieerde legers aan de grenzen van Nederland stonden en hun opmars richting de bevrijding gestaag vorderde, ontstond er behoefte aan een nieuwe bron van informatievoorziening voor de bevolking van de Nederlandstalige gebieden in België en Nederland.

Het Amerikaansch Ministerie van Voorlichting besloot daarom tot de uitgifte van een nieuw informatief blad in tijdschriftvorm, dat middels veel zwartwit foto’s de bevolking der Lage Landen moest informeren omtrent de vorderingen en gebeurtenissen aan de diverse fronten. Deze publicatie kreeg de toepasselijke naam KIJK. Op de allereerste pagina van het eerste nummer valt te lezen: [Het eenig doel van KIJK is in de Lage landen gedurende hun bevrijding en totdat hun bladen zelf in vrijheid kunnen verschijnen, het heden in woord en beeld te vertolken]. Tevens valt er te lezen dat het blad twee maal per maand zou verschijnen.

Omslagfoto van KIJK No.1, genomen aan de Rechtestraat te Eindhoven. De namen van de zwaaiende meisjes zijn van links naar rechts, te beginnen met het eerste zwaaiende meisje met effen rok: 1 Engelina van Gent-Peeters 2 Riny Prinsen (kijkend onder de tweede arm) 3 Mimi van der Velden (kijkend boven de derde arm) 4 Tiny Konings (met opwaaiende rok) 5 Lies (Els) Keeris 6 Ans Keeris (eveneens met opwaaiende rok). Bron: Eindhoveninbeeld.com

Een precieze datering is er verbazingwekkend genoeg bij geen enkele editie te maken. Het is alsof het blad zonder al te veel poespas werd verspreid en een verdere uitleg of achtergrond wordt er niet gegeven. Nadere bestudering van de inhoud van het eerste nummer laat de lezer al snel gissen dat het eerste nummer nog eind 1944 moet zijn verschenen. Zo valt er in het artikel “Duitsland steeds verder ingesloten” te lezen dat op het moment dat dit artikel werd geschreven, het Eerste Amerikaanse Leger reeds Maastricht was binnen getrokken en de Duitse stad Aken werd beschoten.

Een snelle blik in de diverse geschiedenisboeken over het verloop van de oorlog, leert ons dat Aken op 2 Oktober 1944 werd belegerd en capituleerde op 21 oktober. Nu weten we dus dat nummer 1 van KIJK in ieder geval rond deze tijd in elkaar werd gezet en waarschijnlijk ook niet veel later zal zijn verschenen. Sporadisch latere inhoudelijk genoemde data bevestigen dit als men daarbij telkens terugrekend met een tweemaandelijkse verschijning. Hierdoor kan men ook beredeneren dat het laatste nummer eind 1945 verscheen. Overigens kostte het blad 0,20 cent per nummer. Het was dus niet gratis en moest worden gekocht door de lezer. Vanaf nummer 13 zou de prijs al snel stijgen naar 0,30 cent. Twee bijzondere dubbeldikke uitgaven, te weten het als souvenir geadverteerde Bevrijdingsnummer en het laatste nummer 29, zouden zelfs 0,60 cent kosten. In totaal zouden er dan ook 29 nummers worden uitgegeven, waarvan het laatste nummer verscheen eind 1945.

Opmerkelijk is de ontdekking dat er kleine verschillen bestaan in de omslagen voor de Belgische en de Nederlandse markt. Zo valt er bij de Belgische edities te lezen: Wordt om de veertien dagen uitgegeven door den Amerikaanschen Voorlichtingsdienst. Het eenige doel van KIJK is België in woord en beeld van wereldnieuws te voorzien totdat de vrije Belgische pers deze taak kan overnemen. Dezelfde tekst staat ook op de Nederlandse edities, waarbij natuurlijk de landsnaam werd vervangen door Nederland. Inhoudelijk zijn beide edities identiek aan elkaar.

De Nederlandse editie heeft echter vanaf nummer 14 nog een aparte toevoeging: Correspondentie gelieve men te richten aan: KIJK, Inveresk House, Strand, London, W.C.2. In hoeverre dit bij de Belgische edities ook het geval is was bij het schrijven van dit artikel helaas niet mogelijk om te controleren. Het lijkt echter aannemenlijk dat het correspondentieadres daar ook werd toegevoegd. Een reden hiervoor lijkt even simpel als logisch te liggen in het feit dat vanaf het verschijnen van nummer 14 de Duitse capitulatie een feit was en men niet meer bang hoefde te zijn voor eventuele Duitse represailles.

Opvallend is verder dat de toevoeging van deze regel met correspondentieadres vanaf nummer 14 tot en met nummer 18 op de omslag aan de achterzijde blijft staan, maar men vanaf editie 19 besluit om deze voortaan aan de binnenzijde op de eerste pagina te vermelden. Bij de laatst verschenen ongenummerde editie – 29 – staat nog steeds hetzelfde correspondentieadres in Londen, maar ook de vermelding dat de Amerikaansche Voorlichtingsdienst gevestigd zal blijven in zijn kantoren, Lange Voorhout 48, Den Haag.

Kenmerkend is dat de inhoud van het blad in alle nummers min of meer consistent bleef. KIJK is gedurende zijn korte bestaan continu een blad geweest met aandacht voor de op dat moment recente oorlogsontwikkelingen. Hoogstens verschoof die in de latere nummers wat meer richting de situatie in de Pacific. Er was gedurende de verschijningsperiode echter ook aandacht voor allerhande zijdelingse actuele verschijnselen zoals bijvoorbeeld de opkomst van de chemische insecticide DDT, enige aandacht voor Amerikaanse films, artikelen over na de oorlog teruggevonden roofkunst en zelfs eind 1945 over de heropvoeding van gevangen genomen Duitsers.

In het allerlaatste nummer staat men nog kort stil bij de organisatie van de Verenigde Naties en daarmee min of meer samenhangende verklaring van president Truman en zijn 12 punten over de toekomst van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Het was duidelijk dat eind 1945 de houdbaarheidsdatum en de raison d’être van KIJK bereikt waren. Zoals in het laatste nummer dan ook valt te lezen: Nederland was weer zelf in staat om in vrijheid te bepalen wat er aan publicaties kon verschijnen.

© Gaston Vrolings – Maart 2017

De getoonde Kijk’s zijn donaties van familie Vermeul uit Ermelo die onlangs in ons bezit zijn gekomen.