”Voor 1 minuut licht moest het apparaatje 180 keer worden ingedrukt.’

De meesten van jullie kennen de knijpkat waarschijnlijk wel. Maar wat is eigenlijk het verhaal achter dit apparaatje? Lees het hieronder!

Gaandeweg de Tweede Wereldoorlog werden veel artikelen steeds schaarser. Ook zaken als gas, elektra en batterijen waren schaars. Men ging op zoek naar alternatieven. Philips ontwikkelde een zaklantaarn die niet op batterijen werkte, maar voorzien werd van energie door een kleine handgenerator.

De ‘knijpkat’ zoals deze zaklantaarn werd genoemd, werd in eerste instantie met name gebruikt tijdens de verduistering of als de stroom uitviel. Maar vanaf 1943 produceerde het bedrijf ook voor de Duitse Wehrmacht en andere onderdelen van het Duitse leger. Vanaf 1943 werd de knijpkat uitgevoerd met een stalen kast en olijfgroen geschilderd. De knijpkat die aan ons is gedoneerd door mevrouw Baerveldt heeft deze Wehrmacht-kleur.

Om 1 minuut licht te kunnen geven moet de knijpkat 180 keer worden ingedrukt. De spanning is 2,0 Volt bij 100mA, genoeg om een lampje van 2,5 Volt te laten gloeien.
De knijpkat werd onder anderen vervaardigd door het zogeheten Philips-Kommando in Kamp Vught. Vanaf 1943 vestigde zich een Philips-werkplaats voor gevangenen in het kamp, speciale werkplaats B677 genaamd. Voorwaarde van Frits Philips was dat Philips een grote mate van eigen zeggenschap in het werk zou houden.

Tot juni 1944 heeft Philips hierdoor kunnen voorkomen dat de 600 medewerkers werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Toen de medewerkers in die maand alsnog op transport werden gesteld, werden zij niet voor de gaskamers geselecteerd maar als ‘Philips Facharbeiter’ tewerkgesteld bij andere bedrijven. Uiteindelijk hebben bijna 400 van de 500 gedeporteerde Joodse Philips-medewerkers zo de oorlog overleefd.







Bron: www.pa3esy.nl