‘Een gezin met een jong meisje dat daar toen ook in de buurt liep probeerden dekking te zoeken. Het meisje was in eeneenmansgat langs de weg gesprongen, maar deze stond vol water. Ze is verdronken omdat haar ouders niet bij haar konden komen door de schietende vliegtuigen.’

Mevrouw Knoppert (1928)

Door: Pieter Trap

 

‘Ik ben opgegroeid aan de schoolweg 37 in Ermelo. Het huis dat in 1925 werd gebouwd lag op dat moment net binnen de bebouwde kom van Ermelo. Mijn ouders hadden tien kinderen. Vader was typograaf bij drukkerij Bolhuis.‘

1940

‘Het begin van de oorlog staat mij nog goed bij, en wel om twee redenen. In de eerste plaats omdat mijn moeder vlak voor de Duitse inval werd opgenomen op Sonnevanck en weer thuis kwam omdat de Duitsers Sonnevanck hadden gevorderd als lazaret. In de tweede plaats omdat het schoolreisje niet doorging. Wat baalde ik daar van! Ik had zakgeld en een rol snoep gekregen, maar de hoofdonderwijzer kwam en zei: ‘Het gaat niet door! De bussen zijn gevorderd!’.

Ook zou de kazerne die vlak bij ons huis lag worden geopend voor het Nederlandse leger, echter het waren de Duitsers die als eerste hun intrek namen in de kazerne. Wat konden die jongens marcheren en zingen!

1941-1943

De eerste jaren was het relatief rustig. Je merkte natuurlijk wel dat er iets gaande was, maar als kind ging het toch voor een groot deel langs je heen. Ik kan me wel herinneren dat er veel vliegtuigen in de lucht waren. Dat was daarvoor nooit zo. Ook werden er gebouwen gevorderd door de Duitsers, zo ook de Hervormde school. Dat was in 1943. Bij boswachter van der Borop Drie waren inmiddels onderduikers, kwamen wij achter. Mijn eerste kennismaking met de ellende van de oorlog was een doodgeschoten man die een week als waarschuwing langs de kant van weg heeft gelegen. Dat was geen prettig gezicht en vergeet je nooit meer.

1944

Mijn zus was vaak in Putten te vinden, haar schoonouders woonden langs de bosrand van het dorp. Tijdens de razzia van 1 oktober was ze gelukkig thuis. Ondanks dat er veel mensen die dag naar Ermelo zijn gevlucht, zijn van het gezin alle vijf de broers nooit meer terug gekomen. Omdat er toen de tijd nog veel heide was tussen Ermelo en Putten kon je heel ver kijken. Die avond zagen we het dorp branden. Iets dat je nooit meer vergeet.

In totaal ben ik vier keer achter de IJssel geweest om eten te halen. Voor onszelf, maar ook voor de vele mensen die uit het westen langs ons huis trokken. Dat waren barre tochten vol gevaren. Zo heb ik op de rijksweg bij Doornspijk een bombardement meegemaakt. Een gezin met een jong meisje dat daar toen ook in de buurt liep probeerden dekking te zoeken. Het meisje was in een eenmansgat langs de weg gesprongen, maar deze stond vol water. Ze is verdronken omdat haar ouders niet bij haar konden komen door de schietende vliegtuigen. Ook lagen er op verschillende plekken langs deze route opgezwollen lijken van mensen en dieren die nog niet weggehaald waren. Een afschuwelijk gezicht.

Mijn oma woonde in Apeldoorn, we kwamen er geregeld. We liepen dan altijd de snelste route, die ging dwars door de bossen. Op een van de keren dat we terug liepen vanuit Apeldoorn waren we te laat voor de avondklok. Na de avondklok mocht je niet meer buiten zijn, dat wisten we maar al te goed. Juist op die avond liepen we een groep Duitsers tegen het lijf! Tot onze verbazing wilden zij ons thuis brengen! Ze zagen waarschijnlijk de onschuld van de situatie wel in. Ze hebben ons netjes thuis afgezet. Ach, er waren ook een hoop goede Duitsers, denk ik altijd maar.

Ons gezin was al een poos niet meer compleet, mijn broer zat bijvoorbeeld in Duitsland, hij was tewerkgesteld. Dat was een spannende tijd voor mijn ouders. Op een dag kwam er een einde aan deze onzekerheid toen hij opeens voor de deur stond. Hij was gevlucht uit het werkkamp en lopend vanuit Duitsland naar huis gekomen! In die tijd wist je nooit hoe een dag zou verlopen.

Zoals ik vertelde was mijn vader typograaf bij drukkerij Bolhuis. Naarmate de oorlog vorderde, raakte hij betrokken bij het maken van illegaal drukwerk, voornamelijk bonkaarten en persoonsbewijzen. Om dit te kunnen verspreiden zonder dat de Duitsers het door hadden, is er op een gegeven moment door dominee Timmer een gat in de muur achter de pastorie gemaakt. Hierdoor konden ‘s nachts de papieren worden meegesmokkeld.

De winter van 1944 was bar en boos. Er was gebrek aan alles! Zelfs bij ons in Ermelo op verre afstand van het westen. Er was geen eten, geen brandstof en geen post. Er was gebrek aan alles! Iedere dag ging ik lopend richting de polder om melk te halen. Dat lukte vaak nog wel, maar het was overleven die maanden.

1945

In de laatste dagen van de oorlog, het zal rond 17 april 1945 zijn geweest, werd mijn moeder door een groepje Duitsers opgedragen soep te maken. Als je door een Duitser iets gevraagd werd, moest je dat gewoon doen, je had geen keuze. Tegen de tijd dat de soep klaar was waren ze opeens allemaal vertrokken. Waarschijnlijk op de vlucht voor de naderende Canadezen. Mijn moeder had dus een grote pan soep over. Daarom kreeg de hele buurt soep. Hier is iedereen ziek van geworden!

Het gerucht over de naderende Canadezen werd steeds sterker. Mijn broer die zijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen is daarom in de richting van Putten gaan fietsen. Dat kwam hem duur te staan toen zijn fiets halverwege door de vluchtende Duitsers in beslag werd genomen. Toen kwam de bevrijding! Wat was dat een feest! Op de Drieërweg had men een groot vreugdevuur gebouwd. Het wemelde van de Canadezen die vanuit Putten Ermelo introkken. Ze werden vergezeld door Nederlandse mannen in blauwe overals met oranje banden om hun arm. Die dachten dat ze alles wisten, het was een grote ongeorganiseerde puinhoop. Het waren wel vreemde dagen. Je had niks en toch was het een groot feest. Ik ben nog ten huwelijk gevraagd door een Canadees, maar moeder zei: “Oh nee, niets daarvan! Veel te jong!”

En zo eindigden vijf jaren van onzekerheid en ellende. Het was echter nog niet voorbij. De jaren na de oorlog waren zwaar. Dagen lang werken om het leven weer op de rit te krijgen. Alleen op zondag had men rust. Uiteindelijk zijn wij er als gezin allemaal goed bovenop gekomen, maar de oorlog heeft nog een lange tijd, voor sommigen het hele leven, een diepe indruk achter gelaten.