Oprichter Pieter Trap (1984) 

“Ik weet nog goed dat ik als kind wel eens op de kamer van mijn broer kwam. Daar hing een zelfgemaakte vitrine met ‘spullen van opa uit de oorlog’: een bajonet, papierwerk, verbandspullen en wat speldjes. Oorlogsspullen waar ik, tot op een bepaalde leeftijd, nooit aan mocht komen en waarvan ik de geschiedenis niet kende. Ik denk dat bij die vitrine mijn interesse in de Tweede Wereldoorlog is geboren.

In de jaren die volgden ben ik zelf gaan verzamelen. In de eerste jaren naoorlogse spullen, maar uiteindelijk ben ik mij gaan richten op de periode 1939-1945. Inmiddels was ik in het bezit van een metaaldetector om de slagvelden in Europa af te zoeken. Ik vond spullen, achtergebleven na de strijd, die stuk voor stuk een verhaal met zich mee dragen – ook al was ik mij daar toen nog niet van bewust.

In mijn huidige functie kom ik veel in contact met mensen die de oorlog hebben meegemaakt. Dit levert vaak mooie en interessante gesprekken op. Gesprekken en herinneringen die het wat mij betreft verdienen bewaard en gedeeld te worden. Om zo de herinnering, met of zonder een tastbaar voorwerp, levend te houden en te bewaren voor de komende generaties.”

Oprichter Arjan Denneman (1981)

‘’Zolang ik mij kan herinneren was ik geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog. Dit kwam mede doordat mijn grootvader en grootmoeder elkaar in de oorlog in Berlijn leerden kennen.

In 2003 werd mijn interesse gewekt door een documentaire en ben ik begonnen met het verzamelen van allerhande zaken uit de Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis moest worden bewaard!

Ik ontmoette zodoende iemand die mij uitnodigde eens mee te gaan om de oude slagvelden van toen te bezoeken alwaar wij een helm, bajonet en munitiekisten vonden – dit alles vonden wij naast een weg, in wat eens een schuttersput moest zijn geweest.

Wat was het verhaal, van wie was dit geweest, hoe kwam het daar? Tal van onbeantwoorde vragen! Ik realiseerde mij toen dat deze voorwerpen over een aantal jaren wellicht helemaal waren vergaan en daarmee ook het (persoonlijke) verhaal achter deze spullen zou verdwijnen.

Dit alles motiveerde me des te meer om te blijven zoeken naar de verhalen achter de items”!

Bestuurslid Tessa Bouwman (1993)

“Als meisje van een jaar of acht raakte ik al gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Ik las het dagboek van Anne Frank en dit was voor mij het begin van iets wat misschien wel als een ‘obsessie’ voor dit thema en dan voornamelijk de Holocaust mag worden getypeerd.  Daarnaast waren er in onze familie enige voorwerpen uit de oorlog, zoals een geweer van een Poolse deserteur die op boerderij van mijn overgrootouders verbleef tot hij weer terug kon naar zijn familie. Dat er zo veel schuilgaat achter één voorwerp, dat vond ik erg interessant.

Mijn interesse ontwikkelde zich in de loop der jaren en heeft me nooit losgelaten. Tijdens mijn bachelor en daarna de master Holocaust- en Genocide Studies hield ik me ook wetenschappelijk met voor mij belangrijke thema’s als herinneringscultuur en het politieke aspecten van herinneren bezig. Ik heb het geluk nog met ooggetuigen te kunnen spreken en hun verhalen rechtstreeks te ervaren. Voor de generatie die na mij komt, zal dit niet meer mogelijk zijn.

Ik zie het als een belangrijke verantwoordelijkheid, zo veel mogelijk herinneringen, verhalen en voorwerpen te bewaren, zodat ze niet verloren gaan. Ze zijn en blijven ontzettend belangrijk en relevant in een wereld waarin uitsluiting, discriminatie en geweld tegen minderheden helaas nog steeds aan de orde van de dag zijn. In mijn werk bij de Gedenkstätte Bergen-Belsen proberen we ook steeds meer een brug te slaan naar het heden en stellen we ons de vraag: wat betekent Bergen-Belsen en daarmee de Tweede Wereldoorlog vandaag (nog)?  Bij Stibo hoop ik persoonlijk wat te kunnen bijdragen aan het historische besef van zowel jonge als oudere mensen.”

Arjan, Tessa en Pieter.