Stichting Behoud Oorlogsherinneringen is in september 2016 in het leven geroepen door Arjan Denneman en Pieter Trap. Beide heren hebben het initiatief, dat uit persoonlijke interesse is ontstaan, inmiddels uitgebouwd tot een officiële stichting met een steeds groter wordende groep vrijwilligers (14 in totaal op 1 november 2018). Alle vrijwilligers voeren de werkzaamheden voor Stibo op vrijwillige basis en op eigen kosten uit. Daarom heeft de stichting een culturele ANBI status. Mocht u ons willen steunen kan dat! Met uw hulp kunnen de vrijwilligers mensen blijven bezoeken die hun verhaal graag met ons en u willen delen.

U kunt ons op twee manieren financieel steunen. Via www.geef.nl (https://www.geef.nl/nl/doel/stichting-behoud-oorlogsherinneringen/over-ons) of rechtstreeks via NL56RABO0334469112 t.n.v. Stichting Behoud Oorlogsherinneringen. Nogmaals, uw steun is meer dan welkom!

Oprichter Pieter Trap (1984) 

“Ik weet nog goed dat ik als kind wel eens op de kamer van mijn broer kwam. Daar hing een zelfgemaakte vitrine met ‘spullen van opa uit de oorlog’: een bajonet, papierwerk, verbandspullen en wat speldjes. Oorlogsspullen waar ik, tot op een bepaalde leeftijd, nooit aan mocht komen en waarvan ik de geschiedenis niet kende. Ik denk dat bij die vitrine mijn interesse in de Tweede Wereldoorlog is geboren.

In de jaren die volgden ben ik zelf gaan verzamelen. In de eerste jaren naoorlogse spullen, maar uiteindelijk ben ik mij gaan richten op de periode 1939-1945. Inmiddels was ik in het bezit van een metaaldetector om de slagvelden in Europa af te zoeken. Ik vond spullen, achtergebleven na de strijd, die stuk voor stuk een verhaal met zich mee dragen – ook al was ik mij daar toen nog niet van bewust.

In mijn huidige functie kom ik veel in contact met mensen die de oorlog hebben meegemaakt. Dit levert vaak mooie en interessante gesprekken op. Gesprekken en herinneringen die het wat mij betreft verdienen bewaard en gedeeld te worden. Om zo de herinnering, met of zonder een tastbaar voorwerp, levend te houden en te bewaren voor de komende generaties.”

Oprichter Arjan Denneman (1981)

‘’Zolang ik mij kan herinneren was ik geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog. Dit kwam mede doordat mijn grootvader en grootmoeder elkaar in de oorlog in Berlijn leerden kennen.

In 2003 werd mijn interesse gewekt door een documentaire en ben ik begonnen met het verzamelen van allerhande zaken uit de Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis moest worden bewaard!

Ik ontmoette zodoende iemand die mij uitnodigde eens mee te gaan om de oude slagvelden van toen te bezoeken alwaar wij een helm, bajonet en munitiekisten vonden – dit alles vonden wij naast een weg, in wat eens een schuttersput moest zijn geweest.

Wat was het verhaal, van wie was dit geweest, hoe kwam het daar? Tal van onbeantwoorde vragen! Ik realiseerde mij toen dat deze voorwerpen over een aantal jaren wellicht helemaal waren vergaan en daarmee ook het (persoonlijke) verhaal achter deze spullen zou verdwijnen.

Dit alles motiveerde me des te meer om te blijven zoeken naar de verhalen achter de items”!

Bestuurslid Tessa Bouwman (1993)

“Als meisje van een jaar of acht raakte ik al gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Ik las het dagboek van Anne Frank en dit was voor mij het begin van iets wat misschien wel als een ‘obsessie’ voor dit thema en dan voornamelijk de Holocaust mag worden getypeerd.  Daarnaast waren er in onze familie enige voorwerpen uit de oorlog, zoals een geweer van een Poolse deserteur die op boerderij van mijn overgrootouders verbleef tot hij weer terug kon naar zijn familie. Dat er zo veel schuilgaat achter één voorwerp, dat vond ik erg interessant.

Mijn interesse ontwikkelde zich in de loop der jaren en heeft me nooit losgelaten. Tijdens mijn bachelor en daarna de master Holocaust- en Genocide Studies hield ik me ook wetenschappelijk met voor mij belangrijke thema’s als herinneringscultuur en het politieke aspecten van herinneren bezig. Ik heb het geluk nog met ooggetuigen te kunnen spreken en hun verhalen rechtstreeks te ervaren. Voor de generatie die na mij komt, zal dit niet meer mogelijk zijn.

Ik zie het als een belangrijke verantwoordelijkheid, zo veel mogelijk herinneringen, verhalen en voorwerpen te bewaren, zodat ze niet verloren gaan. Ze zijn en blijven ontzettend belangrijk en relevant in een wereld waarin uitsluiting, discriminatie en geweld tegen minderheden helaas nog steeds aan de orde van de dag zijn. In mijn werk bij de Gedenkstätte Bergen-Belsen proberen we ook steeds meer een brug te slaan naar het heden en stellen we ons de vraag: wat betekent Bergen-Belsen en daarmee de Tweede Wereldoorlog vandaag (nog)? Bij Stibo hoop ik persoonlijk wat te kunnen bijdragen aan het historische besef van zowel jonge als oudere mensen.”

Onze ambassadeurs
Mats Ros
Bij ons thuis was de oorlog eigenlijk taboe, van jongs af aan. Mijn opa had verscheidene dingen meegemaakt in Rotterdam waardoor het voor mij niet meer dan een sinister in mysterie gehuld begrip was. Net als ieder andere jongeling was dat natuurlijk juist de trigger. De oorlog was toch vet? Dat was toch een en al heldenmoed en broederschap? Ik wist niet beter. En juist daarom wilde ik op onderzoek uit, wilde ik snappen wat het was.
Mijn opa loog niet, dat was wel duidelijk, voor hem was die oorlog helemaal niet zo geromantiseerd, dus ergens ging het fout. Op jonge leeftijd begon ik te lezen, te vragen, te kijken, en langzamerhand te begrijpen, te veranderen. Ik wilde alles meemaken. Elke kant van het aspect zien. Mijn eigen mening vormen. Snappen dat oorlog louter angst brengt.
Toen ik dat eenmaal door had begon ik met metaal detectie. En tijdens deze hobby begon ik ook te schrijven. Want als je daar zo staat, midden in het bos, moederziel alleen in een overgebleven Amerikaanse schuttersput, dan pas krijg je een klein vleugje mee van hoe het was. Overal patronen, kogels, stukken van artilleriegeschut of mortieren, de detector pikt alles op. Het geeft een beeld waarmee de fantasie geprikkeld wordt, hoe de situatie was, en onvermijdelijk, of die op dat moment voor de vorige eigenaar van het gat ophield. Afschrikwekkend.
Hoewel het misschien oubollig klinkt, maar ik kan op zulke momenten maar aan één ding denken, één zin; dit mag nooit meer gebeuren. Daarom ben ik uitermate verheugd mijzelf vrijwilliger te mogen noemen van Stichting Behoud Oorlogsherinneringen. Wij hebben de kracht om de huidige generatie te laten zien hoe het was. Wij hebben de kracht het avontuur te ontkrachten en de waarheid te laten zien. Wij hebben de kracht, hoe klein dan ook, om de wereld te informeren en daarmee te behoeden.
Jan Vellekoop

“Als kind had ik al interesse in de Tweede Wereldoorlog. Veel films gekeken en boeken er over gelezen. Enige jaren geleden ben ik een zoektocht begonnen naar wat mijn opa heeft meegemaakt. Hij heeft in de meidagen 1940 gevochten rond vliegveld Valkenburg en er heel weinig over kunnen vertellen, helaas. Ook ben ik op zoek naar wat zijn broer heeft doorgemaakt in de oorlog. Hij zat in Rotterdam in het verzet en heeft de oorlog helaas niet overleefd. Hij is gefusilleerd in Kamp Vught.

Al jaren ga ik naar de oude slagvelden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Er is daar nog zo veel te zien en vinden van de waanzin uit die tijd. Vijf jaar geleden heb ik een oorlogsgraf van Wim Schenk mogen adopteren. Hij ligt begraven op het Ereveld op de Grebbeberg. Na een lange en interessante zoektocht ben ik in contact gekomen met verre familieleden van Wim. Van hen heb ik een foto gekregen. Deze foto is, samen met een korte levensomschrijving van Wim, op een bordje gezet bij zijn graf. Op deze manier wordt hij niet vergeten.

Ik vind het belangrijk dat de verhalen van onze bevrijders en van hen die de oorlog hebben meegemaakt niet verloren gaan. Graag wil ik een steentje bijdragen om Stibo te helpen deze verhalen en spullen uit de Tweede Wereldoorlog te verzamelen en te bewaren voor ons nageslacht.”

 

Bas Ravenhorst

Toen ik jong was kon ik altijd gefascineerd luisteren naar de verhalen van mijn opa over zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Menig zondag heb ik wandelingen gemaakt door het bos. En elke keer vertelde hij weer een verhaal en wees plekken aan waar het gebeurd was.
Ik deelde mijn interesse voor de oorlog met mijn vader en samen hebben we vele oorlogsmusea bezocht en menig slagveld bekeken. Toen ik op internet begon te lezen over het zoeken met de metaaldetector was ik direct verkocht. Mijn vader dacht dat je toch niks meer zou kunnen vinden. Zo heb ik hem meegenomen naar de plek die mijn opa aanwees waar de Canadezen vanaf hun voertuigen door het bos schoten om zo de Duisters over te halen zich over te geven. En na even zoeken vonden we daadwerkelijk enkele .50 hulzen. Die dag heeft mijn vader nog een detector gekocht en zijn we samen op vele zoektripjes geweest en hebben samen een mooie verzameling aan kunnen leggen. Zo zijn we zelfs richting Berlijn gereden, en waar we niks noemenswaardigs vonden. Totdat we een nieuwe stand op onze detector even wilden uitproberen in het bosje tegenover mijn ouderlijk huis. Tot onze grote verbazing vonden we een dumpput met daarin meerdere Canadese helmen en heel veel lege bierflesjes. Het is zo bijzonder dat deze voorwerpen zo dicht bij je eigen huis gewoon in de grond liggen. Allen hebben hun eigen verhaal, welke helaas niet meer te achterhalen zijn.
Toen ik over Stichting Behoud Oorlogsherinneringen hoorde, was ik gelijk enthousiast. Door het vastleggen van de herinneringen van de mensen die er zelf bij waren kunnen deze niet meer verloren gaan. Ik vind het dan ook erg belangrijk dat de huidige generatie deze verhalen kan lezen en te weten komen wat hun (over)grootouders allemaal mee hebben moet maken. Opdat het nooit weer gebeurt en wij hen die vielen nooit zullen vergeten.”

Maartje Pols

Als kind was ik helemaal weg van de geschiedenisboeken van Thea Beckman. Haar trilogie over de Honderdjarige Oorlog is de reden waarom ik uiteindelijk geschiedenis en daarna militaire geschiedenis ben gaan studeren. Aan het einde van haar derde boek had Thea Beckman namelijk een lijst gemaakt met personages die zij verzonnen had en met personages die echt bestaan hadden. Een van mijn favoriete personages, Bertrand du Guesclin, had daadwerkelijk bestaan en dapper gestreden voor de Franse koning. Vanaf dat moment werd mijn fascinatie voor het verleden getriggerd.

Toen ik de oproep van STIBO op Facebook voorbij zag komen dat ze vrijwilligers zochten heb ik mij meteen aangemeld. Nu was ik zelf in staat om met mensen te spreken die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt. Ik mag nu de verhalen opschrijven en ervoor zorgen dat deze verspreid worden. De verhalen van de mensen die de oorlog meegemaakt hebben zorgen er voor dat we niet vergeten wat er gebeurd is. Een belangrijke taak. Zelfs vandaag de dag nog, 74 jaar nadat we bevrijd zijn. Mensen hebben nog steeds te maken met discriminatie, uitsluiting en geweld. Laat de interviews een motivatie zijn om het gesprek met elkaar aan te gaan. Zodat we nooit vergeten.

 

Keshia van Rossum

“Op de middelbare school was geschiedenis al mijn favoriete vak, heeft het altijd mijn interesse gehad, maar heb ik er nooit wat mee gedaan. Nu, door mijn vriend, een geschiedenisfanaat, is de interesse weer actief en ben ik onder andere actief als middeleeuwse re-enactor en maak ik deel uit van een team wat middeleeuwse en historische evenementen neer zet, bezoek ik allerlei historische locaties en probeer ik de jaren achterstand aan kennis bij te werken. 
Een tijdje geleden kwam ik Stibo tegen op facebook en ik vond het erg interessant om de persoonlijke verhalen te lezen. Nou kwam het oproepje voor websitebeheerder en aangezien ik hier al veel mee bezig ben dacht ik, waarom niet! Herinneringen zijn belangrijk en oorlogsherinneringen al helemaal – er kan nog veel van geleerd worden. Dus hier draag ik graag mijn steentje aan bij.”

 

Ludmilla van Santen

‘Vanaf het eerste uur volg ik de ontwikkelingen van STIBO: het tastbaar maken van objecten uit de Tweede Wereldoorlog, het verhaal daarachter uitpluizen en onder de aandacht brengen van een groot publiek, opdat wij niet vergeten. STIBO groeit snel; veel mensen met vragen over de oorlog komen bij STIBO terecht, waar veel vrijwilligers als ambassadeurs klaarstaan om de antwoorden te vinden. Achter de schermen heb ik al menig puzzelstuk voor STIBO mogen oplossen, of aan kunnen bijdragen, ik doe het graag, ondanks dat er stapels van dit soort vraagstukken op mijn pad komen.

Vanuit de genealogie heb ik me jaren geleden gespecialiseerd in slachtofferonderzoek, niet vanuit het heden terug naar je voorouders, maar omgekeerd en dus moeilijker zoeken, vanaf de oorlog terug naar het heden, om zo bronnen te vinden die kunnen bijdragen aan een verhaal en gezicht van het slachtoffer. Inmiddels mag ik wel zeggen dat ik een behoorlijke ervaring heb opgebouwd, onderzoek en een boek over de verdwenen onderzeeboot O13, lopend onderzoek naar ruim 600 oorlogsslachtoffers in de West-Betuwe, een nog lopend onderzoek naar, met een onthuld monument en een boek over de slachtoffers van de schietpartij op de Dam, 7 mei 1945; nieuwe projecten zijn in ontwikkeling. Als ‘luis in de pels’ van gevestigde organisaties of instanties streef ik (met enkele mede-onderzoekers) voor ‘noem de namen, herstel de fouten’ op digitale en fysieke monumenten. Een correcte erkenning. Dat kan door een respectvolle samenwerking en het delen van kennis.

We staan op het punt van 75 jaar herdenking van onze vrijheid, een belangrijke gebeurtenis waar herdenken en vieren een hoogtepunt gaat bereiken. Met elkaar, met respect voor elkaar en voor hen die op welke wijze dan ook betrokken was bij de oorlog. Als ambassadeur van STIBO hoop ik hieraan een waardevolle bijdrage te kunnen leveren.’