Onlangs zijn wij met Piet de Rooij in contact gekomen. Piet neemt ons door zijn herinneringen mee terug naar de generatie van zijn vader en grootvader. Beide hebben de oorlog heel bewust meegemaakt. Ook wordt door het interview met Piet duidelijk welke invloed de oorlog heeft gehad op de na-oorlogse generatie.

“Mijn moeder Alice Willems (1921-2007) vervoerde berichten in haar holle fiets als verpleegster voor de ondergrondse rond Delft en Den Haag. Mijn moeder liep naar ik me herinner altijd naar de keuken als er iets over de oorlog op tv kwam. Ze vertelde ons er nooit iets over. Tot 1995, 50 jaar na de bevrijding van 1945, toen onze dochter Lisa(1986) haar kwam interviewen voor een schoolmagazine over de oorlog en iedereen opa’s en oma’s hierover ging bevragen. Haar verhaal stond zelfs op de voorpagina van dit eenmalige tijdschriftje!

Daarbij vertelde ze zaken die wij nooit geweten hadden. Zoals dat ze als verpleegsters toentertijd nog zorgden voor de koffie op de afdeling waar je werkte. De artsen waren vol lof over het feit dat ze in het begin van de oorlog nog steeds melk bij de koffie kregen. Toen mijn moeder een arts vertelde dat het  afgekolfde moedermelk van de kraamafdeling was, werd hij eerst boos, maar snel was er toch begrip voor deze ‘vondst’.

Ook vertelde ze voor een opdracht achterop een motor gezeten te hebben bij een ordonnans van het verzet en dat ze een rivier in knalden, omdat er ’s nachts zonder licht niets te zien was, en dat er geen brug meer lag. Dat had ze dus redelijk overleefd.”

Kees (Cor(retje) in zijn jeugd)de Rooij

“Mijn vader Kees de Rooij(1920-1993) moest onderduiken en ver weg ook, omdat de NSB al onderweg was om hem te arresteren. Hij bleef iedere dag het Wilhelmus zingen als meester in zijn klas in Goes. Een zoontje van een NSB-er kwam hem nota bene waarschuwen dat hij weg moest wezen. Dit feit staat ook in een boek over WO II in Zeeland. Hij is naar een vriend in De Rijp gevlucht en heeft daar lang onder een kippenhok geleefd. Bij de bevrijding liep vader Kees voorop met zijn trompet in de bevrijdingsoptocht aldaar.

Iets later had hij bij de Binnenlandse Strijdkrachten de taak om NSB-ers te interneren en alles wat er aan NSB-materiaal werd aangetroffen te vernietigen. Hij had hiervoor een karabijn uitgereikt gekregen en was blij dat hij er toentertijd niet mee had hoeven schieten. Hij heeft desalniettemin als souvenir voor zichzelf twee NSB-insignes bewaard en meegenomen. Het ene is een V-teken van de NSB en de ander is nogal zeldzaam. Het is een vrij grote oranje borstspeld uit 1937 met de tekst “Mussert wint” er op. Die heb ik nu in bezit en ik weet nog niet of het echt zeldzame items zijn.”

Wim de Bloois

“Zo was er wel interesse gewekt bij mij voor die oorlog. Dat groeide, later vooral doordat ik trouwde met Christa de Bloois en mijn schoonvader Wim de Bloois (1918-2004) een Engelandvaarder bleek te zijn. Daarvoor had hij in de oorlog al verscheidene keren vastgezeten bij de Duitse bezetters van Texel.”

 

Wim de Bloois in uniform

“Met hem ging ik naar de speelfilm Soldaat Van Oranje en hij bekeek die film heel aandachtig en ernstig en heeft daarna alleen maar gezegd dat het allemaal best wel klopte, zoals dat gesprek bij Wilhelmina met een kopje thee en de stoere onderlinge praat. Zo keken mijn vrouw en ik ook met diepe gevoelens naar de musical Soldaat Van Oranje.”

Piet de Rooij (sr)

“Mijn opa, Piet de Rooij(1893-1970), en zo heet ik dus precies ook, omdat ik op zijn verjaardag geboren werd, was dirigent en componist in Zeeland, o.a. van het Vlissingse korps Ons Genoegen, dat veel speelde bij tewaterlatingen van schepen op de werf van Mij. De Schelde en van het toen zeer bekende zangkoor Het Westkappels Dameskoor dat met klederdracht op Paleis Soestdijk is wezen zingen en dat verscheidene malen voor de radio optrad. Hij vertelde dat hij en zijn vrouw Marie een half jaar een gedeserteerde Duitser onder hebben laten duiken in hun huis. Later kreeg ik van mijn vader het witte borstbeeld van Mozart van opa voor op de piano. Dat was op enkele plekken gelijmd, want het was het enige van drie borstbeelden op mijn opa’s piano in de Spuistraat in Vlissingen dat een bombardement overleefde waarbij zijn huis een inslag te verwerken kreeg. De borstbeelden van Beethoven en Chopin waren toen als het ware ‘gesneuveld’.

In de eerste Wereldoorlog fietste hij voorop als dirigent bij de Fanfare Bereden Wapens. Dat was een rijdend militair orkest van 22 fietsers. Vandaar misschien de volgende uitnodiging: Opa Piet de Rooij heeft Koningin Wilhelmina met zijn orkest onthaald, toen ze bij Eede in Zeeuws-Vlaanderen op 13 maart 1945 voor het eerst weer voet op Nederlandse bodem zette.

Piet de Rooij ( jr. 1951)

Later toen ik raadslid was in Bodegraven werd ik samen met een ander raadslid in 1995 bij de 50-jarige herdenking van WO II gekoppeld als begeleider aan twee Canadese oud-strijders, die een paar dagen logeerden in Bodegraven en ook meereden in de bevrijdingscolonne. Wij heetten toen Members of The Town Council, wat die Canadezen wel netjes vonden. We mochten meteen komen logeren in Canada, maar dat is er niet van gekomen.

Amsterdam en Bodegraven waren toen de enige twee gemeenten die dit voor oud-strijders opgezet hadden. In ons plaatselijke Fort Wierickerschans was een hele tentoonstelling opgezet met rijdend materieel, andere spullen en een maquette van de plaatselijke verzamelaar Piet Boer, een aannemer uit Nieuwerbrug, een dorp binnen onze gemeente.. Ik had samen met een collega de inleidende tekst geschreven over de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, die op een enorme plastic poster bij de entree opgehangen was.

Over mijn schoonvader is nog veel te vertellen en veel vastgelegd over zijn reis tijdens de Russenoorlog vanuit Texel naar Engeland met de reddingsboot Joan Hodshon en zijn aankomst in het Engelse kustplaatsje Mundesley, waar ze, sinds die boot daar aankwam, zelfs een Texel Way hebben.

Zelf ben ik in Mundesley geweest in 1997. Daar zag ik mijn schoonvader in het kleine Maritiem Museum aldaar op foto’s die waren gemaakt toen enkele bemanningsleden van die tocht met de reddingsboot in 1945 een reis hier naartoe hadden gemaakt begin zeventiger jaren. Ik merkte op dat er geen foto van de reddingsboot hing. Daar zou ik wel voor zorgen, want de kapitein van die tocht, Jan Bakker, leefde nog en ik had tijdens een bezoekje met mijn schoonvader bij hem een best grote foto ingelijst zien hangen. Die mocht ik even lenen en heb er toen goede kopieën van laten maken. Zo’n kopie heb ik opgestuurd en er kwam een heel nette brief met bedankjes uit Engeland terug.

Ook ben ik met mijn schoonvader in het Texels Luchtvaart Museum geweest waar verscheidene privézaken van hem uitgestald zijn uit de oorlog zoals zijn persoonsbewijs en hij bleef maar praten toen hij enkele andere bezoekers erop wees dat hij de persoon was die daar op enkele foto’s veel jonger te zien was. Ook omdat die mensen natuurlijk vragen stelden en dit prachtig vonden.

Wat later, toen hij een jaar daarvoor overleden was, ging ik in datzelfde museum een herdenkingsboekje halen over 60 jaar bevrijding in 2005 en toen ik vertelde dat ik de schoonzoon was van Wim de Bloois zei de beheerder dat ik altoos (echt Tessels voor altijd) gratis naar binnen mocht.”


Opspelden medaille in 1947 door Prins Bernhard bij Wim de Bloois(1918-2004)