Wij benaderd door de dochter van de heer Berend Berghuijs. Ze ging verhuizen en had met opruimen wat spullen van haar vader uit de oorlog gevonden. Of we interesse hadden? Nou en of! Wat we toen nog niet wisten is dat we door haar schenking een heel goed beeld zouden krijgen van hoe men in de oorlog om moest gaan met de bezetter. Dat men soms geen keuze had en soms noodgedwongen moest kiezen.

Berend Berghuijs, die bij het uitbreken van de oorlog 41 jaar oud is, was voor de oorlog al vertegenwoordiger bij de firma La Bolsa in kampen. Dit was een sigarenfabriek. Voor zijn werk was hij veel onderweg, met name in de regio Kampen, Zwolle en Apeldoorn. Daarnaast hebben wij van zijn dochter begrepen dat Berend ook geregeld naar Duitsland moest voor zijn werk. Voor de oorlog stond Duitsland er economisch beter voor dan Nederland. Dit zal Berend als vertegenwoordiger natuurlijk niet onopgemerkt zijn gebleven. Het is niet ondenkbaar dat Berend vanwege zijn Duitse zakenrelaties enthousiast is geraakt over het Duitse gedachtegoed, zeker gezien de pro-Duitse propaganda die tussen de papieren zit. Voorbeeld hiervan is het boekje ‘Wilt u de waarheid weten?’ Hierin wordt Adolf Hitler voorgesteld aan Nederland als een vaderfiguur die niets dan goeds in de zin heeft.

Als in 1940 de oorlog écht uitbreekt en Nederland bezet gebied is mag Berend zijn vak blijven uitoefenen. Sterker nog, binnen een week na de Nederlandse capitulatie krijgt hij van de Duitsers toestemming om door heel Nederland te reizen met behoud van zijn vervoersmiddelen. Rookwaren waren onder de Duitse soldaten erg geliefd, dit zou een reden kunnen zijn waarom Berend zo snel aan zijn vergunningen is gekomen. Al vrij snel in 1940 komen we namelijk tussen de papieren ook een schrijven tegen van de Duitse Organisation Todt Meppel, Abschnitt Zwolle. Berend heeft hier zijn rookwaren waarschijnlijk aan de man gebracht onder de officieren en soldaten van Org. Todt die in opdracht van de Wehrmacht de bouwopdrachten in bezet gebied uitvoerden.

In de jaren die volgen komen we tussen de papieren meerdere documenten tegen die Berend het voorrecht blijven geven op bewegingsvrijheid en het behoud van zijn vervoersmiddel. Inmiddels heeft hij zijn auto moeten inruilen voor een fiets. De jaren verstrijken zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Wel blijft hij geïnteresseerd in het Duitse gedachtegoed. Een boekje met daarin de rede van Adolf Hitler gehouden op de Duitse Rijksdag van 11 december 1941 is hiervan het bewijs. Pas in september 1944 gebeurd er iets bijzonders. Tussen de papieren vinden we namelijk exemplaren van Vliegende Hollanders en de verzetskrant ‘De Ondergrondse Koerier’. Een ommekeer van 180 graden?

Vraag is natuurlijk waarom opeens dit anti Duitse drukwerk? Wat zou er gebeurd zijn? Is Berend benaderd door leden van het verzet? Die in hem natuurlijk een perfecte koerier zagen door zijn bewegingsvrijheid en zijn goede naam bij de bezetter? Of heeft hij zelf eieren voor zijn geld gekozen nu het duidelijk werd dat de Duitsers de oorlog niet zouden winnen. De geallieerden hadden op dat moment namelijk al een groot deel van Nederland bevrijd. Heeft hij de exemplaren zelf van A. naar B. gebracht? Of heeft hij ze misschien bewust verzameld om tegen de tijd van de bevrijding een alibi te hebben voor vaderlandse trouw? We kunnen het hem zelf helaas niet meer vragen. Feit is dat Berend ruim een half jaar aan verboden drukwerk en Vliegende Hollanders in bezit had. Drukwerk die je na het lezen zo snel mogelijk weer kwijt wilde of door moest geven.

Na de bevrijding is het wederom opmerkelijk om te zien dat Berend binnen twee weken van de bevrijders toestemming krijgt om zich zonder beperkingen te verplaatsen door Nederland. Zouden de rookwaren van Berend bij de geallieerden ook zo geliefd zijn geweest?

Wij zijn de dochter van Berend heel erg dankbaar voor de schenking van al het papierwerk. Het is een tijdcapsule die laat zien hoe men, bewust of onbewust, met de bezetter om moest gaan.