Eind vorig jaar werden wij benaderd door Willem Veldhuizen die in 1940 aan de Amerfoortsestraatweg 63 te Holkerveen is geboren. Hij heeft op dat adres als kind de bevrijding meegemaakt en is via zijn tante in het bezit gekomen van een vork die na de felle gevechten in en om Holkerveen is verloren door een Frans/Canadese soldaat van het Royal 22nd Régiment..

 

 

Gevechten rond Holkerveen.
‘Ik weet nog goed dat ik met mijn vriend Jan, zonder dat wij ons van enig kwaad bewust waren, in de buurt van ons huis aan het spelen waren. Plotseling werden we in onze nekvel gegrepen en met veel gejank de kelder in gesmeten. Tot onze grote verbazing zat deze vol met nog veel meer mensen. Waar die ineens vandaan kwamen? Ik had geen idee. Wel werd duidelijk dat het menens was buiten en dat de bevrijding die al een poos op handen was nu waarschijnlijk echt was begonnen. Dat ging in mijn beleving toen met grote knallen en paniek gepaard. Toen het geknal was afgelopen ontdekte een tante van mij dat haar man, oom Piet, niet aanwezig was in de kelder. Snel werd duidelijk dat hij tijdens de gevechten zwaar gewond was geraakt en was afgevoerd naar Apeldoorn. Toen oom Piet na ongeveer een jaar weer thuis kwam was hij een arm en een been kwijt.

Bevrijding.
Het huis waar wij in schuilden stond vlak aan de Amersfoortsestraatweg. Het was de enige grote verbindingsweg tussen Nijkerk en Amersfoort en liep via Hoevelaken. Toen de Canadese patrouille na de gevechten verder trok stuitte zij bij de Hooglandseweg net voor de het riviertje De Laak en het Hoevelaakse bos op een Duitse wegversperring. Omdat de Duitsers elke twee uur op de Amersfoortsestraatweg patrouilleerde kon een treffen daarom niet uitblijven.

 

Ook hadden de Duitsers een commando post aan de Laak (Weldam) en controleerden vandaar uit, niet alleen de Amersfoortsestraatweg, maar ook alles wat door het bos bij de Weldam naar Hoevelaken wilde. Ze schoten op alles wat bewoog. Daar hebben de Canadezen en de Duitsers dan ook een stevig robbertje gevochten. De afstanden waar dit zich afspeelde lagen over de weg nog geen 2 kilometer uit elkaar. Voor de patrouille was een verdere opmars op dat moment uitgesloten. Het Hoevelaakse bos, liep vanaf De Laak zowel links als rechts van de Amersfoortsestraatweg tot diep in Hooglanderveen en Hoevelaken. Met name de linker zijde van het bos was nog door de Duitsers bezet. Pas op 23 april lukte het de Canadezen het gehele gebied en omgeving Hoevelaken onder controle te krijgen.’

Onderzoek
Door zijn militaire achtergrond is Willem tijdens zijn opleiding op instituut Clingendael veel in de bibliotheek op de Alexander kazerne in Den Haag te vinden. Hij is zich gaan verdiepen in de slag die hij samen met Jan had meegemaakt in de aprildagen van 1945. Zo kwam hij een publicatie tegen over de opmars van de Canadese infanterie brigade. Hij ontdekte dat er in Nijkerk twee eenheden van de 3e Brigade, de West Nova’s en het Carleton York Regiment, elkaar troffen waardoor er veel verwarring ontstond. Efficiency was blijkbaar niet de sterkste kant van de Canadezen. Om een einde aan de verwarring te maken, kregen de West Nova’s de order Nijkerk verder te ontruimen.

Tot Willem’s verassing ontdekte hij in de documentatie meer informatie over het gevecht tussen de Canadezen en Duitsers waar hij met Jan getuige van is geweest. Hij wist dat het Canadezen waren geweest die om het huis van tante Riek hadden gelegen. Dit bleken de Frans / Canadezen van het Royal 22e Regiment te zijn geweest die op weg waren richting de Grebbe, en dat het de gevechtsgroep van de A-cie R22R was, die in Holkerveen betrokken waren geweest bij een vuurgevecht. Zij waren vanuit Driedorp, via Slichtenhorst door Nijkerkerveen richting Hooglanderveen getrokken.

 

 

Op 21 april kwamen zij zo op de Amersfoortsestraatweg terecht. Het commando stond onder leiding van Capt. I Deniset, die de opdracht had het niemandsland te verkennen tot aan de het riviertje de Eem. Helaas stuitte zij op een Duitse verkenningspatrouille waardoor een eerste vuurgevecht ontstond. Waarbij de Duitse patrouille zich terug trok. Dit gebeurde op de hoek van de Vrouwenweg en Amersfoortsestraatweg ter hoogte nummer 63, het huis waar Jan en Willem in de kelder zaten.

‘Doordat de Canadezen die gevechten hebben beschreven kon ik wat ik had mee gemaakt, nu op papier zetten. Zowel Jan als ik hebben daar geen trauma van over gehouden. Maar dat dit nooit in het Veen schriftelijk is vastgelegd is mij een raadsel.’