“Het is vreemd om tot de ontdekking te komen dat er zo veel mensen uit onze directe omgeving verdwenen zijn. Ja… Verdwenen en nooit meer terug gekomen.”

Deze keer delen wij het verhaal van Herman van Willigenburg. Wij hebben hem samen met zijn jeugdvriend Wouter geïnterviewd over zijn herinneringen aan de oorlogstijd langs de Zuiderzeekust. Herman weet ondanks zijn nuchtere karakter duidelijk te maken hoe het leven was tijdens de bezetting.

Herman van Willigenburg (1932) & Wouter van Nijhuis (1935)

Afgelopen jaar hebben we meerdere malen met Herman van Willigenburg gesproken. Zijn buurman Wouter van Nijhuis schoof hier ook bij aan. Herman en Wouter zijn jeugdvrienden en groeide op langs de voormalige Zuiderzeekust. Herman kwam uit een gezin met acht kinderen. Hij was 8 jaar oud toen de oorlog uitbrak en kan zich de tijd nog goed herinneren.

“De jaren ’30 staan vaak bekend als moeilijke jaren, maar ik moet zeggen dat wij daar weinig last van hebben gehad. Ondanks dat we thuis met z’n tienen waren hadden we het niet slecht. Mijn vader was naast het werk op de boerderij huisslachter, dat gebeurde die tijd veel bij huis.”

De familie Van-Willigenburg. Herman in het midden tussen zijn ouders

Wat kunt u zich herinneren van de mobilisatie?

“Wat ik me nog goed kan herinneren is dat er de weken voor de oorlog aardig wat activiteit was van het Nederlandse leger in de omgeving van de boerderij. Niet alleen bij ons, maar ook bij de omliggende boerderijen waren Nederlandse soldaten ingekwartierd. Aan de waterweg, op de grens van Putten en Ermelo, is in april 1940 nog een stelling gebouwd, maar verder is hier geen schot gelost. Dat het op een gegeven moment menens werd merkte we toen er vanuit de richting Putten en Nijkerk grote kuddes koeien aankwamen met boerenknechten erbij. Deze moesten evacueren! Dat was een apart gezicht.”

De boerderij van de ouders van Herman stond vlakbij de schietbaan Horst. Naast de schietbaan lag een klein vliegveldje met een landingstrip van gras. Deze werd gebruikt voor het opstijgen en landen van het vliegtuig dat een sleepzak trok. De soldaten oefenden met zo met het schieten op een bewegend doel.

Kunt u zich wat herinneren van de schietbaan?

“De schietbaan?! Oh ja zeker! Er werd regelmatig geoefend door de Moffen. Wij mochten er niet komen. Dat deden we natuurlijk wel. We hebben ooit nog een afgeschoten sleepzak meegenomen en verstopt! Ik weet nog goed dat ze marcherend vanuit de kazerne al zingend over de Zeeweg naar de schietbaan liepen. Ze kwamen dan langs onze school. Dat vonden wij natuurlijk machtig interessant. Onze meester was hier alleen niet van gediend. We kregen straf. We moesten 100 keer opschrijven: Ik mag niet naar de Moffen kijken! 

We merkten in eerste instantie dus weinig van de Duisters… Kijk, je hield ze wel op een afstand en je was op je hoede, maar verder hadden we er geen last van.”

Merkte u door de oorlogsjaren heen dat er veel dingen veranderde?

“Gaandeweg de oorlog werd het vliegveld en de schietbaan steeds vaker doelwit van Engelse jagers. Het werd er te gevaarlijk om er rond te lopen. Verder werden de regels strenger. Ik weet nog dat mijn broers in 1942 een keer clandestien aan het slachten waren achter de boerderij. Op dat moment doken er opeens Duitsers op, en clandestien slachten was door de bezetter verboden. Mijn broers werden opgepakt en naar Apeldoorn afgevoerd. Ik weet nog dat ik ze heb opgezocht in de gevangenis aan de Loolaan in Apeldoorn. Vlak daarna zijn ze naar Duitsland gestuurd om in de buurt van Bonn dwangarbeid uit te voeren. Gelukkig zijn ze na de oorlog wel terug gekomen.”

Bron: www.oorlogsbronnen.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beide heren, die vandaag de dag weer vlakbij elkaar wonen, vullen elkaar herhaaldelijk aan tijdens het vertellen. Wouter groeide op aan de Weisteeg 35. Het gezin kreeg in maart 1943 de boodschap dat ze de boerderij moesten verlaten door de bouw van Stellung Hase. De Duitse radarstelling langs de voormalige Zuiderzeekust. Het gezin heeft elders in Ermelo onderdak gevonden in de kippenschuur bij familie aan de Buitenbrinkweg, vlakbij de Schietbaan Horst.

De jongens waren overdag met regelmaat langs het water te vinden, verteld Herman.

“Het was een paar honderd meter lopen van de boerderij. Ik weet nog goed dat ik op een dag een been vond van een Engelse vlieger… dan sta je als jonge kerel natuurlijk wel even te kijken. De politie is toen gewaarschuwd. Ik weet verder niet wat er mee is gebeurd. Het gebeurde vaker dat er dingen aanspoelde, niet lang daarna is er nog een geallieerde piloot aangespoeld. Hierdoor merkte je natuurlijk wel dat het oorlog was.”

“De lichamen kwamen uit vliegtuigen die neergestort waren” vult Wouter aan. “Er zijn er hier aardig wat gevallen, zowel in het water als op het land”.

Beide heren kunnen zich onder andere de crash van de Duitse jager van Anton Münzer nog herinneren. Anton crashte met zijn FW190 aan de Riebroeksesteeg. Hij overleefde de crash, wist uit zijn toestel te klimmen maar is die nacht alsnog tegen een paal in het weiland overleden.

Bron: www.lonesentry.com

De boerderijen op Horst en Telgt worden gaandeweg de oorlog steeds vaker opgezocht door evacués uit Scheveningen, Den Haag en Katwijk.

“Het waren veelal evacuees die door de bouw van de Atlantikwall hun huis moeten verlaten.” verteld Herman. “De meeste, soms hele gezinnen, zijn tot het eind van de oorlog gebleven. Er waren er ook die ondergedoken zaten voor de Duitsers, maar ik was te jong om precies te begrijpen waarom. In 1944 kwamen daar evacuees uit de richting van Arnhem bij, vanwege Market Garden. De lucht zag die dagen werkelijk zwart van de vliegtuigen! Ik kan me nog goed herinneren dat ze zowel op de heen als terug weg over de boerderij kwamen. Honderden vliegtuigen! Onvoorstelbaar zo veel!

In de maanden die volgden kregen we veel mensen uit het westen van het land voor eten langs de boerderij. Zoals ik al zei; we hadden het goed en konden altijd wel een aardappel missen of voor een korte tijd onderdak bieden aan deze mensen.

”Tja… en toen kwam de bevrijding. Er heerste toch wel een beetje paniek bij de Moffen. Vlak voordat de geallieerden arriveerden kwam er een Duitse vrachtwagen ons terrein op rijden. Die wilden ze naast de schuur laten ontploffen zodat de Canadezen er niks meer aan hadden. Mijn moeder heeft ze met eieren om kunnen kopen om het een stuk achter de boerderij te doen.

Er cirkelde toen al een vliegtuigje van de geallieerden in de lucht om te zien of er nog Duitse troepen waren. Ik zie de Moffen nog hun munitie weggooien vlak voordat de Canadezen kwamen en ze zich overgaven”.

Wouter, die toen de tijd een stukje dichterbij Harderwijk woonde, kan zich de terugtrekkende troepen ook nog herinneren.

“Aan het eind van de Buitenbrinkweg hield zich nog een groep Duitsers schuil in een klein bosje. Ze wilden zich niet overgeven. Totdat er op de Schaapsdijk Canadese tanks verschenen en richting het bosje stonden opgesteld. Toen was het snel afgelopen natuurlijk. Met behulp van het verzet zijn de soldaten met hun handen omhoog afgevoerd naar de Canadezen. Wij dachten dat we toen terug konden naar onze boerderij, we waren immers bevrijd!? Maar dat is helaas anders gelopen. De Duitsers hadden namelijk voor hun vertrek onze boerderij opgeblazen. Het was een grote puinhoop. Er was niks meer van over.”

Wat is jullie het meeste bijgebleven van de oorlogsjaren?

“Het feit dat er altijd een bepaalde spanning was. Je moest op je hoede zijn, daar hield je je als jonge kerels natuurlijk niet vaak mee bezig. Terugkijkend is het vreemd om tot de ontdekking te komen dat er zo veel mensen uit onze directe omgeving verdwenen zijn. Ja.. Verdwenen en nooit meer terug gekomen.”

Wij willen Gerrie van Willigen heel erg bedanken voor haar medewerking en de mogelijkheid die wij hebben gehad om met haar vader in gesprek te gaan. Een bijzonder gewone man, waar we de gesprekken niet snel van zullen vergeten.