Jan Krikken
Het gebroken been

Jan bewijst in de laatste dagen van de oorlog in Groningen zowel een Duitser als de Geallieerden een dienst. Wil je weten hoe? Lees de korte herinnering van Jan Frikken, opgetekend door Henk Volders. 

 

‘Het is 13 april 1945. De slag om Bourtange, waar de Geallieerden een felle strijd wacht, is begonnen. Duitse militairen van o.a. het Marine Festungs Bataillon 363 hebben zich ingegraven aan de oostzijde van het Ruiten Aa-kanaal. Maar niet alleen daar , ook langs het Moddermanspad, dat ten zuiden van Bourtange ligt. Zij hebben als opdracht om de opmars van de oprukkende troepen te stoppen. De oprukkende troepen zijn de militairen van het 2e Poolse Pantserbataljon en de 2e en 4e Compagnie van het 8e Regiment Infanterie. Daar aan dat pad woonde destijds ook Jan Frikken met zijn gezin.

 

Rondom zijn huis, evenals bij de buren, zijn de Duitsers ingegraven en wachten zij op wat hen te wachten staat. Wanneer op 13 april de gevechten beginnen en de Poolse strijdkrachten met succes de strijd aanbinden met de Duitse militairen, slaat de burgerbevolking massaal op de vlucht. Zij vinden onderdak bij kennissen die op ongeveer 300 meter afstand in het veld van Jan Frikken wonen. Daar kruipen ze met elkaar in een sloot. Alleen Jan zelf blijft thuis. Hij is er van op de hoogte dat de Duitse soldaten honger hebben en dat zij regelmatig de verlaten woningen binnen gaan op zoek naar voedsel. Enkele dagen geleden heeft hij een varken geslacht; vlees, spek en worsten heeft hij goed verborgen. Nu wacht hij af wat er gaat gebeuren.

 

Eén van de daar aanwezige Duitse militairen heeft echter genoeg van de Krieg en hij vraagt aan Frikken of hij één van zijn benen wil breken zodat hij niet meer in staat zal zijn om aan het naderende gevecht deel te nemen. Aanvankelijk weigert Frikken dit, maar later voldoet hij toch aan het verzoek van de Duitser en breekt zijn been. Dat breken ging volgens Frikken vrij gemakkelijk.

 

Helaas is het niet bekend hoe het met de Duitse militair met zijn gebroken been is afgelopen. Maar dankzij Frikken was er toch wel één verdediger minder!’