Riet Schotsman – Mijn vader; commandant 1e bataljon 32e regiment infanterie

”In 1925 ben ik geboren en wij woonde in Doetinchem op de Kruisbergseweg. Toen ik 8 was zijn wij verhuisd naar Parkstraat 92 in Arnhem. Dit was in 1933. Mijn vader met wie ik een hele goede relatie had was op dat moment rijksambtenaar bij de gezinsverpleging.

Tijdens de oorlog was mijn vader commandant van het 1e bataljon, 32e regiment van de infanterie en kwam zodoende in gevecht met de Duitsers in de omgeving van Tiel, wat niet ver weg was van de Grebbeberg.

In 1939 was vader gelegerd in Zijderveld waar hij samen met wat andere officieren sliep op de eerste verdieping van een mooie villa welke eens toe behoorde aan de burgermeester die na de inval van de Duitsers zelfmoord pleegde.

Villa van de burgermeester
Villa van de burgermeester

Na de capitulatie van Nederland is mijn vader vanuit Tiel naar Culemborg gegaan en vanuit Culemborg naar Muidenberg. Vader pakte zijn oude beroep weer op als rijksambtenaar bij de gezinsverpleging. Het was toen 1940 en ik mocht 2 weken mee naar Muidenberg om daar te helpen met allerhande zaken.

De verwachting na de capitulatie was dat de ‘moffen’’ met een paar maanden wel weer vertrokken zouden zijn, wat liep dit allemaal anders…

Kort na de nederlaag van mei 1940 waren er hier en daar al Nederlandse militairen die verzetsacties wilden uitvoeren, of die een ‘geheim leger’ wilden vormen om daarmee de bezetter te bestrijden. Uit militaire kring kwamen enkele vroege verzetsgroepen voort.

Die groepen verzamelden militaire inlichtingen, voerden sabotage-acties uit (dit kwam in die begintijd vooral neer op het doorknippen van Duitse telefoondraden), of probeerden wapens, munitie en springstoffen te bemachtigen.

Vader begon zodoende samen met een aantal andere officieren de zogenaamde ordedienst welke later de belangrijkste ondergrondse organisatie met een militaire achtergrond van Nederland is geworden.

Opmerkelijk aan de ordedienst (OD) was dat men zich niet voorbereidde op verzet, maar meteen al op de bevrijding. Bij de OD ging men er (optimistisch) vanuit, dat Duitsland de oorlog binnen een jaar zou verliezen. Dan zou de OD klaar staan om in de chaotische overgang van de bezetting naar de bevrijding de orde te bewaren, en waar nodig de orde te herstellen.

Arnhem was in die tijd opgedeeld in verschillende wijken met aan het een hoofd daarvan een commandant. Mijn vader was 1 van deze commandanten.

Op een dag kwam ik thuis met een lekke band. Deze probeerde ik te plakken toen ineens de deurbel ging. Mijn moeder deed open en er stonden 2 heren van de sicherheitsdienst (SD) aan de deur . Dit voorspelde weinig goeds..

Mijn vader zag dit en rende de achtertuin in. Onze achtertuin was omringd door hoge muren maar gezien zijn militaire achtergrond was het geen probleem voor hem om hierover heen te komen en weg te vluchten. Mijn vader bleef even staan en ik zag de twijfel in zijn ogen..

Hij koos ervoor niet te vluchten en werd direct door de SD gearresteerd. Deze keuze redde achteraf gezien waarschijnlijk wel zijn leven, we vernamen namelijk dat er rondom ons huis diversen gewapende SD agenten op wacht stonden om te zien of hij niet zou wegrennen.

We bleven ontredderd achter en vernamen later pas dat vader naar de gevangenis in Scheveningen was getransporteerd. Een paar weken voor kerst werd hij overgebracht naar Haaren waar hij verbleef in wat eens een oud klooster was.

Bij het tweede OD-proces werd vader veroordeeld voor sabotage en spionage. In de gevangenis werd vader ziek, hij had TBC. Na het proces is hij naar het ziekenhuis te Den-Bosch gebracht, dit was in juni 1943. We hadden toestemming hem eens per maand voor 1 kwartier te bezoeken. Wij als familie mochten hem eens per maand bezoeken. Onderweg naar het ziekenhuis lag Hotel Royal, waar wij wachtten tot wij bij vader op bezoek konden.

Hotel Royal in 1943 Bron: https://nl.pinterest.com
Hotel Royal in 1943 Bron: https://nl.pinterest.com

Ik weet nog goed dat ik hem eens bezocht en dat ik werd staande gehouden door een man in Duits uniform. Tot mijn verbazing was dit een Hollander welke ook nog eens bijzonder aardig bleek te zijn. Ik mocht veel langer bij mijn vader blijven dan de toegestane tijd die hiervoor stond . Ik ving op dat deze ”Duitse” soldaat na half 5 de stad in wilde maar dat dit van zijn korporaal, niet werd toegestaan. Ik sprak goed Duits en werd zo kwaad dat ik behoorlijk tegen deze korporaal te keer ben gegaan aangezien hij zelf wel de hele dag in de stad was geweest. Het had succes, de aardige ”Duitse” soldaat mocht naar de stad! Vader sliep met nog 4 andere gearresteerde officieren op 1 kamer, 1 van deze officieren was joods. Dit was gelukkig niet bekend en een groot geheim! Gelukkig is dit geheim gebleven tot na de oorlog want de gevolgen waren anders niet te overzien.

Spreekkaart
Spreekkaart

We schreven vaak brieven naar vader wat eigenlijk niet mocht. Een aardige zuster genaamd Calista smokkelde deze mee naar binnen onder haar rok en nam vaak ook brieven mee die vader aan ons schreef. De bedoeling was dat deze brieven vernietigd werden na het lezen maar ik bewaarde deze in een lamp thuis. Als de lamp vol zat stopte ik de brieven in een lege pot Rinze appelstroop en begroef deze. Ik heb na de oorlog de potjes opgegraven en heb de brieven nog steeds!”

brief-aan-vader
1 van de brieven aan vader

9 februari 1944 is vader helaas toch overleden aan TBC. Hij werd eerst begraven op begraafplaats Moscowa in Arnhem maar is nadien herbegraven op nationaal ereveld Loenen waar hij nog altijd rust.

Heeft u zelf herinneringen aan de oorlogstijd in de buurt van Arnhem? Of kent u iemand die dat heeft? Heeft u een toevoeging aan deze herinnering? Laat het ons weten! Samen houden we de herinnering levend!

 

Stichting Behoud Oorlogsherinneringen