Eke Hofstra

Opgetekend door Eke Hofsta & Koert Hofstra (zoon)

De ontsnapping.
Langs heel de Westkust vanaf Zuid-Frankrijk tot aan Denemarken toe, bouwden de Duitsers een
reeks bunkers als verdedigingsmiddel tegen een aanval uit zee. De ATLANTIEKWAL.
Zo ook op Texel. De Catarina ( Het sleepschip waar Eke Hofstra als zetschipper op voer) had in
Munster (Westfalen) 750 ton 'kies' geladen voor Texel. Kies is gesteente dat vrijkomt bij het
aanleggen van wegen, tunnels, het vlakken van terreinen enz. Het werd onder andere gebruikt voor
het maken van beton. Hofstra pleegde geen sabotage tegen het bouwen van de bunkers omdat deze
na de oorlog door de Nederlanders zelf gebruikt konden worden. Daar bij kwam nog dat hij
eindelijk zijn kans schoon zag om met het schip naar Nederland te komen. Hij voer immers niet uit
vrije wil voor de Duitsers, maar onder dwang, alhoewel hij wel werd betaald voor zijn werk.
(Toen het schip in beslag werd genomen en naar Duitsland werd gesleept, vroeg hij of hij nu
dwangarbeider was. Ja zeiden de Duitsers. In dat geval kom ik in aanmerking voor een
voedselpakket, zei hij. De Duitsers gingen dat na, maar hij kwam niet op de lijst voor.
Val ik hier onder de Duitse wet, vroeg hij. Ja natuurlijk zeiden zij. Als ik onder de Duitse wet val,
moet ik ook volgens de Duitse wet betaald worden, zei hij. De Duitsers konden dat alleen maar
beamen. Mag ik daar ook een bewijs van op papier, vroeg hij. Dat kon, hij kreeg een document
waarop staat dat hij in dienst van de Duitse Weermacht was.
Toen hij in Munster opdracht kreeg om met een lading kies naar Texel te varen, maakte hij daar
terstond bezwaar tegen met als argument dat het geen zeeschip was en dat hij niet verzekert was om
over de Waddenzee te varen. Hij kon daar als schipper geen verantwoording voor nemen en vroeg
of de Duitsers daar dan de verantwoording voor wilden nemen. Dat was voor hen aannemelijk
omdat geen enkel Duits kanaalschip op de Waddenzee mag varen. Ze zochten en vonden, een
verzekeringmaatschappij die het schip voor één reis naar Texel wilde verzekeren.
Een Duitse zeesleepboot sleepte het schip naar Texel en het werd een voorspoedige reis.
Aangekomen in de haven van Oude Schild op Texel, begon men de Catarina op de gebruikelijke
manier te lossen. De kraan die het schip loste kon niet heen en weer rijden, dus moest het schip voor
ieder ruim een stukje verhaald worden. Door wat extra keren en traag te verhalen kreeg Hofstra het
voor elkaar dat 's avonds er twee ruimen leeg waren en één ruim nog half vol was.
In de nacht sloeg Hofstra in de lege ruimen er een klinknagel uit, zodat de volgende morgen in die
ruimen water stond. Het schip bleef op het half lege ruim wel drijven. De Duitsers konden hem
niets maken want hij had ze immers gewaarschuwd dat het geen zeeschip was. Hij zei dat door de
lange golfslag op de Waddenzee er klinknagels uit gesprongen waren. Nu waren de rapen gaar.
Eerst gaven ze opdracht om te gaan pompen, waarop Hofstra om benzine vroeg. Nou dat was er
niet, hij moest maar met de handpomp gaan pompen.
Hij wist natuurlijk wel dat het water er net zo snel weer inliep als hij het er uit pompte. Dus deed hij
zogenaamd net alsof hij hard pompte. Toen de Duitsers zagen dat het niet opschoot stuurden ze zelf
een ploeg soldaten om te gaan pompen. Na een dag pompen hadden ze tegen de avond het meeste
water uit de ruimen gepompt en gingen terug naar de kazerne. De volgende morgen stond het water
weer net zo hoog in de ruimen als de dag er voor. Het schip was lek, dat had hij ze herhaaldelijk
gezegd.


Ten einde raad stelden de Duitsers voor om de Catarina maar naar Hamburg te slepen, want dan kon
hij daar in een dok om gerepareerd te worden. Hofstra dacht, dat word link, want als het schip uit
het water komt zien ze dat ik de klinknagels er zelf uit heb geslagen.
(Op sabotage stond de doodstraf) Als jullie hem nogmaals over de Waddenzee slepen, ga ik er af,
want ik wil daar niet verzuipen, zei hij. De Duitsers hadden inmiddels ervaren dat alles wat hij zei
ook uitgekomen was. De verzekeringmaatschappij wilde het risico niet nogmaals nemen en het
schip niet meer verzekeren.
Toen vroegen ze hem zelf wat hij het beste dacht te doen. Binnendoor via het Noord-Hollands
kanaal naar Amsterdam,zei hij, want daar zijn ook scheepswerven waar het schip gerepareerd kan
worden. De verzekering ging er mee akkoord, het was immers de veiligste oplossing.
Een Duitse zeesleepboot kon niet door het Noord-Hollands kanaal en een Duitse kanaalsleepboot
was niet gebouwd voor de Waddenzee.
Er moet zich binnen de Duitse verzekeringswereld heel wat afgespeeld hebben.
De Duitsers kwamen vragen of hijzelf aan een sleepboot kon komen om hem naar Amsterdam te
slepen. Nou dat kon hij wel. Hij vond bij Wijsmuller een sleepboot die hem voor rekening van de
Duitsers naar Amsterdam wilde slepen.
En zo bracht een Nederlandse sleepboot, op kosten van de Duitsers de Catarina terug naar de
thuishaven Amsterdam.


In Amsterdam aangekomen hadden de Duitsers inmiddels een droogdok gesjacherd waar het schip
gerepareerd kon worden. Hofstra dacht, nou loop ik hetzelfde risico als in Hamburg. Aangekomen
bij het droogdok bleek dat dok maar 60 meter lang te zijn. Dus vroeg hij hoe ze dachten een schip
dat 65 meter lang was, in een dok van 60 meter te krijgen. Nee dat kon niet, dus zochten ze naar een
groter dok. Maar die waren gereserveerd voor de Duitse mariene.
(Een schip van 65 meter kan wel in een dok van 60 meter, want de lengte wordt gemeten over de
grootste lengte. De kiel is korter en het schip was 8,20 meter breed, dus dat er aan weerskanten 2 ½
meter uit steekt is helemaal niet erg. Met het roer dwars ging dat wel.)
De meeste leidinggevende Duitsers in Nederland waren Nazi's. Als ze iemand ergens opdracht voor
gaven en hij kon dat niet waarmaken omdat het onmogelijk was, beschouwden de Nazi's dat als
landverraad en schoten ze hem dood. Ja ze schoten ook hun eigen landgenoten dood.
De opengevallen plaats werd dan ingenomen door een Nazi. Maar zo'n iemand was niet capabel
voor die taak en moest dan vragen hoe het moest. De landgenoten wiens maat was doodgeschoten
waren niet erg bereid om te helpen en hielden zich vaak voor de domme. Ja, ze maakten zelfs
misbruik van hun onkunde om er zelf beter van te worden. De Duitsers hadden een naam voor zo'n
iemand, want ze waren niet geliefd, maar die naam ben ik vergeten. Als Hofstra ergens kwam,
vroeg hij of er ook nog ----- waren en als het antwoord bevestigend was, wist hij er ook gebruik van
te maken. Zo ook met het droogdok.
De Duitsers wisten niet meer wat ze met de Catarina aan moesten en lieten hem maar liggen.
Zo kon Hofstra weer naar zijn vrouw en kinderen die hij in Amsterdam had achter gelaten toen het
schip werd gevorderd.
Zodra de kust weer veilig was, heeft Hofstra met noodklinknagels de ruimen weer dicht gemaakt en
met de hand leeggepompt.

Lees hier het volgende deel van Eke Hofsta - Kindertransport