Riet Heiligers

2 november 2022 haalden Sjef Smeets herinneringen op bij mevrouw Riet Heiligers in Eindhoven. De stad waar zij 84 jaar geleden, op 17 mei 1938, ook is geboren.

Zij is trots op haar vader om diens oorlogsverhaal en laat ons zien waarom daar alle reden voor is. Niet alleen in Nederland, maar ook in diverse buitenlanden werd de inzet van M.B. Heiligers, achteraf zeer gewaardeerd. 

Naast het Nederlandse “Verzetsherdenkingskruis” is hem bij voorbeeld op 25 september 1971 ook het “Kruis van Verdiensten” uitgereikt door het “Nationale Verbond der Belgische Oorlogskruizen 1940-1944”.  En op 29 oktober 1971 vervolgens ook het Franse “Crois des Combattant de l’Europe” van de “Conféderation Europeenne des Anciens Combattants”. En dat is nog niet alles. 

The President of The United States of America, tevens General of the Army, Dwight D. Eisenhower, toonde “Namens het Amerikaanse volk dankbaarheid en waardering voor de door Wilhelmus B. Heiligers getoonde dapperheid bij het helpen ontsnappen van geallieerde soldaten uit handen van de vijand” (Zie bijgaande oorkonde). 

Waarom al die eerbewijzen? Verzetsdeelname was voor mijn vader vanzelfsprekend. In zijn functie van Opperwachtmeester bij de politie in Roermond benutte hij elke mogelijkheid om onder andere Joodse mensen te waarschuwen, voordat zij opgepakt zouden worden door de NSB of door de Duitsers. Getuige de onderscheiding, die President Eisenhower hem verleende, kwam hij ook in actie bij het helpen van gecrashte piloten. Die kwamen bij voorbeeld per spoor aan in Roermond en dan bracht hij ze naar ene “Ma Teeuwen”. 

De Limburgse historicus, Dr. A. Cammaert noemt in zijn erkende standaardwerk “Het Verborgen Front” (pag. 614) W.B. Heiligers “een van de Roermondse politiebeambten, die meewerkten bij de L.O., de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers”. Ook werkte hij samen met de legendarische pater L. A. Bleijs, een Roermondse geestelijke en verzetspionier. Dit was een van de grondleggers van de L.O. in Limburg. 

Mijn vaders’ activiteiten leidden tot zijn arrestatie en drie maanden gevangenschap in Maastricht. Ik haalde hem daarna mee af bij het station. En ik herinner me dat ik schrok, omdat hij er zo ontzettend slecht uitzag. Ook over zijn ervaringen in die periode heeft hij nooit iets verteld. Uiteindelijk is hij vanaf 28 april 1944 ondergedoken, en daarom werd hij - zo blijkt uit een officieel stuk - op 7 augustus 1944 niet-eervol ontslagen. 

In dat jaar moesten we opeens hals over kop weg. Ik zie me nog lopen naast de kinderwagen, waar mijn moeder achter liep. Erin onze jongste, een baby nog en daar boven, op een plankje mijn andere zusje. Pa was er niet bij, die blijkt toen samen met een andere persoon ondergedoken te zijn in Someren. Bij de tegenwoordige beelden uit Oekraïne zie ik dat weer allemaal voor me. Het was donker tijdens die tocht, herinner ik me ook nog goed. We zijn toen eerst in de Roermondse Swalmerstraat terecht gekomen. Daar konden we niet blijven. Dus ging het verder naar Maasniel, waar een familie Biermans ons onderdak bood. Maar daar kwam op een gegeven moment een buurjongen fruit kopen. Omdat niemand mocht weten waar we verbleven, moesten we daar dus weer snel weg. Toen kwamen we bij een zus van moeder in Eindhoven terecht. Dat was een noodoplossing. Dus ging de reis daarvandaan al snel weer verder, nu naar een broer van vader in de Eindhovense Edisonstraat. Ook dat was nog niet het eindpunt. Dat werd uiteindelijk Valkenswaard. Overal zijn we maar heel kort gebleven. Tijdens onze afwezigheid zijn de buren ons huis binnengedrongen en hebben ze onder andere in elk geval de fotoalbums van mijn ouders meegenomen. Later hebben ze ons die weer teruggegeven. Daar ben ik ze dankbaar voor. Want zo is er toch een stukje familiegeschiedenis bewaard gebleven. Ook andere Nederlanders en de Duitsers plunderden. 

Tijdens de bevrijding van Valkenswaard op 17 september 1944 was vader bij ons. Daarna, op 6 november 1944 heeft hij zich aangesloten bij de Binnenlandse Strijdkrachten, onderdeel de “Blauwe Jagers”, 4e compagnie, gelegerd bij Valkenswaard. 


Op 1 maart 1945 werd Roermond pas bevrijd. Een half jaar later dan het toch slechts 50km verder gelegen Eindhoven. Zo liep nu eenmaal de opmars van de geallieerden. Op 11 april 1945 draaide de burgemeester van Roermond vaders ontslag terug. En werd hij gerehabiliteerd in zijn functie van Opperwachtmeester te Roermond. 


Na de oorlog is vader naar Frankrijk en naar Engeland gereisd in een poging om een mysterie op te lossen. Hij dacht daar van Duitse krijgsgevangenen te kunnen vernemen waar “De Dertien van Roermond” gefusilleerd waren. Hij kwam er achter dat dit in een bosgebied niet ver van Roermond gebeurd was, op Duitse bodem bij de Duits-Nederlandse grens. Daar is hun begraafplaats vervolgens inderdaad gevonden. Hun executie vond plaats op 26 en 27 december 1944. 

Leuk bijkomend detail: vader bracht toen uit Frankrijk voor zijn vrouw een flesje parfum mee.

Bron
www.weerderheemcollecties.nl

 

Dit verhaal hebben we ook op onze facebookpagina geplaatst. Zie hier de reacties op dit verhaal.