Cornelia Maria Rosa Wittebrood
Opgetekend door Henny Weel, dochter van Cokky
Het is 109 jaar geleden dat op 31 oktober 1917 werd in het Payglop in Alkmaar een meisje geboren dat een wel heel bijzonder leven zou krijgen.
Haar naam: CORNELIA, MARIA, ROSA WITTEBROOD. Roepnaam COKKY. Ze was de zesde dochter van Cornelis Wittebrood en Neeltje van de Kamer, die als zevende kind ook nog een zoon kregen. Haar vader had een Bananen Rijperij aan de Helderse weg in Alkmaar met als uithangbord een grote gele Fyffes banaan.
Haar moeder was de dochter van een bekende keurslager in die tijd, namelijk Slagerij van de Kamer, gevestigd in het centrum. Ze behoorden dus tot de gegoede middenstand. Haar moeder won in de jaren 20 een auto. Voor die tijd was dat heel bijzonder en de familie maakte hiermee vele reizen. Vader liet een mooi vrijstaand huis bouwen in Bergen, waarvan de 1ste steen gelegd werd in 1927 door haar broertje Kees Wittebrood en dat huis is er nog altijd. Het staat aan de Dorpsstraat op nummer 68, op de hoek bij de Natteweg/Gasweg in Bergen en het werd ook wel het “Paddestoel Huis” genoemd.
Later verhuisde het gezin naar Den Helder, waar een nieuwe Bananen Rijperij werd gebouwd in de Van Speykstraat vlakbij de groenteveiling. In Den Helder leerde zij op 18-jarige leeftijd een matroos kennen die er gelegerd was : Wim Ruijter uit Venhuizen in West Friesland. Wim werd uitgezonden naar Nederlands Indië en om die reden verloofden ze zich voor hij vertrok. Ze was toen 20 jaar.
In Nederland brak de oorlog uit in 1940. Ook in Nederlands Indië en dus kwam Wim niet terug en bleef Cornelia wachten op hem en begon met hem schrijven.
Den Helder werd gebombardeerd en het werd te gevaarlijk en dus moesten ze evacueren. Inmiddels zorgde Cornelia, als jongste dochter, voor haar oudere vader en moeder. Geduldig wachtte zij op de terugkomst van haar verloofde. Ze vonden onderdak in zijn geboortedorp Venhuizen. Het was oorlog en door een verzetsgroep werd zij opgemerkt en geronseld om koerierster te worden. Dat deed ze met heel haar hart en heel moedig. Ze kreeg als schuilnaam Thea. Samen met de verzetsgroep pleegde Cornelia overvallen om bonkaarten te bemachtigen. Ook moest zij eens een Amerikaanse piloot genaamd Arthur, wiens vliegtuig was neergestort, met gevaar voor eigen leven, naar een onderduikadres in Alkmaar brengen. Hij deed zich voor als haar doofstomme broer. Ze belandden in een treincoupé met allemaal Duitse officieren. Ze zette alle charmes in met haar koolzwarte ogen om ze af te leiden van haar broer. Ze werd door haar ogen later door de vijand : “het zwarte kreng” genoemd. Ze kropen door het oog van de naald.
De parachute van de piloot was van zijde gemaakt. Als aandenken ontving zij een deel van de zijde waarvan later de doopjurk voor haar kinderen werd gemaakt. Piloot Arthur ontving van haar een binnenschoen van een soldatenlaars van een verzetsman als aandenken. Na de oorlog in 1962, zou ze Arthur terugzien nadat hij op zoek was gegaan naar zijn redster. Ze lag toen in het ziekenhuis en daar vond een ontroerende ontmoetingsplaats. De binnenschoen had hij meegenomen.
Verschrikkelijk bericht
Toen kreeg ze het verschrikkelijke bericht dat haar verloofde Wim gesneuveld was. Een groot verdriet voor haar en zijn familie. Jarenlang hadden ze geschreven en had ze op hem gewacht. Hij was haar eerste liefde.
In het verzet in West-Friesland leerde ze daarna de verzetsman Jack Weel uit Onderdijk kennen, die als schuilnaam Perry had.
Ze werden verliefd en gingen na de oorlog in november 1945 trouwen in de Petrus en Pauluskerk in Bergen.
Maar dan zo’n drie dagen voor haar trouwen stond ineens haar eerste verloofde Wim voor de deur. Hij bleek niet dood. Er was een foute berichtgeving geweest. Vertwijfeld ging ze naar de pastoor die haar niet kon helpen. Zij moest zelf kiezen, zei de pastoor. Ze hield van beide mannen. Ze dacht: God heeft dit zo bedoeld en trouwde met Jack. Wim trouwde enkele jaren later met een ander meisje en emigreerde naar Canada.
Cornelia en Jack kregen drie dochters: Fia, Henny en Karin. Ze was 2 maanden in verwachting toen haar man Jack door een motorongeluk bij Burgervlotbrug op 4 februari 1952 om het leven kwam. Hij was pas 32 jaar oud en ze waren 6 jaar getrouwd.
Zijn dochters waren toen 5 jaar (FIA), 3 jaar (Henny) en 1 jaar (Karin) oud. Hij had een assurantiekantoor en werkte tevens bij de Nationale Reserve als sergeant-majoor en was op weg naar een oefening. Om die reden werd hij met de Nederlandse vlag op de kist en met militaire eer bij het graf en met een lange loopstoet door Den Helder, begraven. Zijn jonge vrouw Cokky, toen 34 jaar, ontving later daarvan een uitgebreid album met foto’s van de uitvaart, door een onbekende vastgelegd.
Zeven maanden later werd zijn zoon Jack geboren die het evenbeeld van zijn vader werd. Een artikel over Jack junior stond in 2017, in alle edities van het Noord Hollands Dagblad met grote foto over zijn werk als forensisch specialist in dienst bij de politie Alkmaar en als RIT-er oftewel het Rampen Identificatie Team). Hij is nu inmiddels met pensioen. Cokky was een geweldige moeder voor haar vier kinderen. Ze was al geëmancipeerd door haar situatie toen het woord nog niet bestond. Ze was o.a. voorzitter van de Vereniging Huishoudelijke Gezinsvoorlichting en het Katholiek Vrouwen Gilde.
Zij hertrouwde nooit. De enige die daarvoor in aanmerking had kunnen komen was Wim, maar die woonde in Canada en was ook getrouwd. Tweemaal per jaar, op papa Jack’s verjaardag en op Vaderdag, gingen de kinderen samen met hun moeder naar Huisduinen, naar zijn graf om hem een bloemetje en een kus te brengen, zodat zij hem bij hun leven konden blijven betrekken.
Ze genoot van haar kinderen waarvan er drie in Den Helder wonen en een in de Zaanstreek (en sinds 25 jaar in Egmond aan Zee). Fia heeft als docente muziek en conrector op scholengemeenschap Nieuwediep haar talenten benut. Henny is actrice en cabaretière geworden. Karin is actief in de kunst. Jack is fotograaf en forensisch expert geworden. Helaas zijn Fia en Karin in november 2022 allebei overleden. De talenten die zij van beide ouders en families hebben meegekregen, (er werd vroeger veel gezongen, gemusiceerd en toneel gespeeld ) hebben hun vier kinderen gelukkig kunnen en mogen benutten.
Oma Cokky kreeg negen kleinkinderen die haar zeer gelukkig maakten : vijf jongens en vier meisjes. Drie gezinnen blijven in Den Helder wonen waardoor er intens contact was en ook van het logeren bij het vierde gezin genoot ze enorm. Met de zus van Wim en zijn familie heeft zij altijd contact gehouden. De familie Weel van haar man Jack bleef haar verdere leven een dierbare groep familie rondom haar en haar gezin.
Ze ontving na de oorlog het Verzet Herdenkingskruis en voor haar man Jack eveneens postuum in een ontroerende plechtigheid met zes verzetsmensen. Een bronzen beeldje van een verzetsvrouw op een fiets (dat haar dochter Henny geërfd heeft) werd aan haar overhandigd. Tevens ontving zij een Britse Oorkonde en Amerikaanse Oorkonde en medaille van de president van Amerika: Dwight D. Eisenhower voor haar hulp aan de Geallieerden . Na de oorlog waren er veel bijeenkomsten voor oud-verzet strijders door het hele land en in België waar zij vaak met haar dochter Henny naar toe ging.
Prinses Margriet is de beschermvrouw van deze groep. Uiteindelijk kwam zij in een bejaardentehuis in Den Helder. Over haar verzetswerk werd een kranten artikel geplaatst en werd er een video gemaakt. Zij gaf daarin aan dat ze nog zo graag Wim nog eens had willen spreken.
Het is mei 2001. Zij is 83 jaar en broos. Zij zal niet lang meer leven. Henny belt naar Canada om met Wim te spreken. Hij zal de volgende dag bellen. Henny is er en Cokky’s zusje : Zuster Brigittina, een Ursuline uit Bergen. Cokky zit krom in haar stoel maar begint te stralen als blijkt dat ze Wim gaat spreken. Ze hebben een tien minuten durend ontroerend gesprek waarbij ze rechtop is gaan zitten. Het is een donderdagmiddag en op zondagochtend overlijdt ze.
Wim kwam terug in haar leven drie dagen voor haar trouwdag en (telefonisch) drie dagen voor haar dood. Daardoor kon zij haar levensboek sluiten. Ze overleed op zondag 20 mei 2001.
Ook zij werd begraven, net zo als haar man Jack, met de Nederlandse vlag op haar kist en de urn werd bijgezet op het graf van haar man Jack.