Dorja en Marvin Egberts

Opgetekend door Ingrid op den Velde

Dorja Egberts is geboren in januari 1939 in Utrecht.

Kort na haar geboorte is het gezin verhuisd naar Naarden, naar de Juliana van Stolberglaan. Daar stonden allemaal 30er jaren twee-onder-1-kaphuizen en zij betrokken er 1 van.

Voor het huis lag een vijver. Vanuit de achtertuin kon je op een soort grasveldje stappen en zo makkelijk bij het spoor komen waarover treinen reden.

 

In het gezin werd er op 3 mei 1941 nog een jongetje geboren. Rik heette hij.

De vader van het gezin (geboren in 1910) werkte als elektrotechnisch ingenieur in Amsterdam in een machine-groothandel en ging altijd met de trein naar zijn werk. Hij verkocht ook, met tegenzin, ‘moffen’ (soort stootkussentjes tussen een handdoekenrek en de wastafel) aan de Duitsers! Dan riepen ze op kantoor: “Denk je dat we ons best gaan doen voor die rotmoffen!”

Vrij snel kwam er ook een meisje in huis, dat gevlucht was uit Rotterdam. Zij heette Maartje. Zij mocht bij het gezin inwonen en kreeg dus ‘kost en inwoning’ en deed ook mee aan het huishouden.

Dorja groeide op in die oorlogsjaren en kennelijk ging ze al, zo jong als ze was, de boel observeren. Ze pikte ook van alles op!

Dorja herinnert zich nog, zo klein als ze was, dat zij op een dag samen met haar moeder water ging brengen naar de trein. Er stond een trein met allemaal veewagons stil op het spoor en in de deuropening van 1 van de wagons stond een meisje. (Dit doet denken aan een beroemde foto.). Zij gaven het water aan dat meisje.

Kennelijk wist moeder (mogelijk via het verzet) dat er regelmatig een trein stond te wachten met allemaal Joodse gevangenen erin…

 

In december ‘42 werd Marvin geboren in het Diaconessenhuis. Moeder en baby'tje Marvin werden in een auto met gasflessen op het dak naar huis gebracht.

 

Op een gegeven moment was er geen elektriciteit meer en toen heeft vader een soort windmolentje op het dak gezet en daardoor hadden ze alleen in de keuken nog licht van een heel klein poppenhuislampje boven de tafel. Als er niet genoeg wind was, dan moesten ze op iets trappen, herinnert Dorja zich nog, maar waarop precies weet ze niet meer. In ieder geval werd er dan een dynamo opgeladen!

Dorja herinnert zich dat er in de vijver voor het huis een keer een dode Duitse soldaat is gevonden. Dat maakte veel indruk.

Vanaf 1944 werden er steeds meer mannen opgepakt voor de 'Arbeitseinsatz' en vader moest op een gegeven moment ook onderduiken onder de vloer, omdat hij niet opgepakt wilde worden.

Er werden dan in de buurt razzia’s gehouden en alle mannen werden opgepakt. Maar vader verstopte zich dan, soms met nog wat mannen uit de buurt, onder de vloer.

Marvin weet nog van verhalen van zijn moeder later, dat toen hun vader onder de vloer lag, de Duitsers met bajonetten door de vloer heen gingen prikken! Of soms ging moeder huilen, als de Duitsers binnen wilden komen voor het checken, en dan vertelde ze snikkend ‘dat hij al weggehaald was!’, terwijl hij doodstil onder de vloer lag! Het was een goede truc!

Ondanks dit soort razzia’s bleef vader gewoon af en toe verschijnen op straat en nam dus wel veel risico.

Vader wilde geen ondergronds werk doen, want hij vond dat het gezin op de eerste plaats kwam.

 

Toen er wel eens in ‘44 een Duitse soldaat aan de deur kwam, riep Dorja (vijf jaar oud) “Vuile rotmof!”.

Omdat vader niet meer naar Amsterdam kon naar zijn werk, en ook niet opgepakt moest worden, zat hij vaak in de voorkamer te werken met de gordijnen dicht. Hij had dozen met allemaal kleine baksteentjes. En daar bouwde hij allemaal miniatuurhuizen van, dat was zijn hobby. Dorja mocht aan een klein tafeltje achter hem ook een huisje bouwen van steentjes.

Op 30 november 1944 is er een munitietrein bij het Naardermeer beschoten door de geallieerden. Om te voorkomen dat hij echt goed geraakt zou worden, werd de trein door de Duitsers vlakbij de Juliana van Stolberglaan gezet, dicht bij de huizen. ‘Zo zou hij dan wel niet beschoten worden’, veronderstelden de Duitsers. De huizen zouden de trein gaan dekken. Maar niets was minder waar.

Kennelijk was de ondergrondse op de hoogte van het gevaar, want diverse bewoners in die buurt werden gewaarschuwd dat ze enorm snel moesten vertrekken. Maar dat ging niet snel genoeg voor alle bewoners, ook niet voor het gezin Egberts …

Door de enorme explosies schudde het huis op zijn grondvesten. Moeder stond met beide zoontjes in de armen tegen een binnenmuur aan gedrukt, Dorja dicht bij hen aan, en zo probeerden ze niet door het vallend puin geraakt te worden. Het huis is door granaatscherven geraakt en in de fik gevlogen.

Daarom is moeder toen met de kinderen en Maartje zo snel mogelijk vertrokken. Dorja met haar poppenwagen volgeladen voorop, Marvin in de kinderwagen en Rik wandelend aan de hand van moeder. Dorja (enorme bijdehand) verweet haar moeder dat ze veel beter voorbereid op reis ging dan zij!

Maar toen ze de grote weg (de Rijksweg) moesten oversteken richting de Vesting, zei moeder dat Dorja haar poppenwagen maar moest laten staan, want het ging allemaal te langzaam. Dus ze heeft haar poppenwagen laten staan langs de Rijksweg…Er moest namelijk echt snel gevlucht worden vanwege het grote gevaar!

Vader wist op dat moment nog niets want was die ochtend op de fiets vertrokken met een koffer achterop de fiets waarin familiezilver zat, etc om te ruilen voor voedsel (zoals graan) bij de boer. Vader bakte namelijk zelf het brood.

 

De Duitse munitietrein o.a. beladen met V2’s is inderdaad toch beschoten door 7 Spitfires, is snel in brand gevlogen en vervolgens compleet ontploft! Vele huizen werden zwaar beschadigd en er vielen verschillende doden. Doordat een granaatscherf op het dak van het huis van de familie Egberts terechtkwam is het huis totaal afgebrand. Het bad uit de badkamer is door de vloer gezakt en lag beneden.

 

De schade in de omgeving is gigantisch. Alle ruiten, deuren en raamsponningen van de huizen in de Juliana van Stolberglaan waren verdwenen. Alle dakpannen waren eraf. In de verre omgeving waren huizen beschadigd en lagen er stukken puin in de tuinen.

Het gezin Egberts is naar Naarden-Vesting gevlucht en even ondergebracht op zolder bij een slagerij aan de Marktstraat. Marvin kan zich dat niet meer herinneren want hij was te klein.

Toen vader terugkwam van zijn voedsel-zoektocht, was het huis weg en zijn gezin ook! Hij schrok zich natuurlijk een ongeluk! Maar gelukkig werd hij werd snel opgevangen door een ondergrondse koerier die hem informeerde over het gezin in de Vesting. En daar is hij toen snel naar toe gegaan.

Dorja herinnert zich niet veel meer van die logeerpartij bij de slager, maar nog wel alle matrassen die er lagen waar het gezin op moest gaan slapen. Dorja sliep tegenover een dakraampje en kon zo de maan zien schijnen! Maar door alle stress en gevaar vond ze het toch helemaal niet leuk en sindsdien kan zij alleen nog maar in het totale donker slapen (er mag geen enkel lichtje meer zijn in haar slaapkamer)!

 

De schade in de omgeving is gigantisch. Alle ruiten, deuren en raamsponningen van de huizen in de Juliana van Stolberglaan waren verdwenen. Alle dakpannen waren eraf. In de verre omgeving waren huizen beschadigd en lagen er stukken puin in de tuinen.

Het gezin Egberts is naar Naarden-Vesting gevlucht en even ondergebracht op zolder bij een slagerij aan de Marktstraat. Marvin kan zich dat niet meer herinneren want hij was te klein.

Toen vader terugkwam van zijn voedsel-zoektocht, was het huis weg en zijn gezin ook! Hij schrok zich natuurlijk een ongeluk! Maar gelukkig werd hij werd snel opgevangen door een ondergrondse koerier die hem informeerde over het gezin in de Vesting. En daar is hij toen snel naar toe gegaan.

Dorja herinnert zich niet veel meer van die logeerpartij bij de slager, maar nog wel alle matrassen die er lagen waar het gezin op moest gaan slapen. Dorja sliep tegenover een dakraampje en kon zo de maan zien schijnen! Maar door alle stress en gevaar vond ze het toch helemaal niet leuk en sindsdien kan zij alleen nog maar in het totale donker slapen (er mag geen enkel lichtje meer zijn in haar slaapkamer)!

 

Na de slager ging het gezin naar een kwekerij op de hoek van de Lambertus Hortensiuslaan, waar een tuinarchitect Versteeg woonde.

En daar mocht het gezin even in huis.

Dorja had van de apotheker schuin tegenover een pop gekregen.

De vrouw des huizes daar wilde als vergoeding voor het logeren wel wat meubels die uit het afgebrande huis kwamen: o.a. een donkergroen bankstel. Zij zei: "Mogen wij dat bankstel hebben, want jullie hebben het nu toch niet meer nodig! En mijn dochter mag die pop wel!” Dorja heeft zelf aangegeven dat ze die pop niet zou afstaan!

Dorja heeft door dit soort gedrag zicht gekregen op hoe volwassenen zich kunnen misdragen!

Want ze weet ook nog dat toen ze aan het vluchten waren, er een meneer met een fiets met lekke banden langs kwam en vroeg aan moeder: “Mevrouw, kan ik u helpen?” Moeder vroeg toen of hij Rik achterop wilde nemen en dat deed hij. Maar na nog geen 100 meter, gaf hij Rik weer aan moeder terug en zei “U moet het kind maar weer terug nemen hoor! Ik word er zo zenuwachtig van!” Dorja dacht toen: ‘GVD! Dat zijn dus volwassen mensen!’

 

Later verhuisde het gezin naar Groenekan. Hun grootvader Copijn (van moeders kant) organiseerde het evacueren van vluchtelingen, en hij had voor hen in Groenekan een deel van een huis georganiseerd. En hoe het mogelijk is weet Dorja niet meer, maar op een gegeven moment kwam iemand haar poppenwagentje (dat ze destijds achtergelaten had) terug brengen! (Later heeft Marvin dat poppenwagentje gepikt en is er mee de vijver in gereden en bijna verdronken!).

In Groenekan bleven ze tot na de bevrijding en daar moest Dorja op een school met de bijbel, want die gemeente had toen een sterk Christelijk karakter. Dat vond Dorja niet zo leuk, dus leerde ze al vrij vroeg spijbelen….. Ze werd regelmatig naar huis gestuurd omdat ze dan iets verkeerds had gedaan en dan kwam ze tante Eefje tegen die boodschappen ging doen (op zoek naar nog een beetje eten, want er was nog steeds honger). Dan sprong Dorja bij haar achterop de fiets en was ze lekker vroeg thuis voor de lunch!

Dat spijbelen heeft ze haar verdere leven volgehouden!! Dit was een oefenschooltje voor spijbelen…..

Toen de bevrijding daar was, zouden de Canadezen in de gemeente komen. Moeder trok schoenen met hoge hakken aan en deed een hoed op. Marvin zat in een wagentje en Dorja en Rik liepen met vader ernaast. Ze gingen naar de Biltsche Hoek, bij de weg Utrecht-Zeist waar de stoet met tanks langs zou komen. Daar stond het gezin langs de weg. De Canadezen gooiden o.a. Café Noir-koekjes! Moeder sprong met die hakken hoog op om zo’n koekje te vangen! Ze brak dat koekje in 6 kleine stukjes, voor ieder één, behalve voor vader: die kreeg er 2!

 

Grootvader Copijn was getrouwd met een Engelse en ze hadden 4 kinderen. Hij had een kwekerij in Groenekan. Zijn oudste zoon, Hendrik,  (de broer van moeder), was wethouder in Maartensdijk, en getrouwd met een Duitse. Deze dame liet haar Duitse Mutti in de oorlog naar Nederland overkomen en bij hen inwonen. Deze Mutti is vervolgens voor de Duitsers op Soesterberg gaan werken.

In de oorlog zijn er geallieerde parachutisten ondergedoken bij grootvader op de kwekerij, maar omdat hij hier heel veel ruimte had, kwam die Duitse Mutti er niet achter.

Vader kreeg snel na de bevrijding een baan in Den Haag bij 'Rijks Metalen' en moest met Marshallhulp nieuwe fabrieken opbouwen. Hij moest aanvragen voor inversteringen beoordelen of dat nuttig was voor de wederopbouw en dan vergunningen verlenen. Rijks Metalen viel onder Economische Zaken. Dat heeft hij 2 jaar gedaan. Het gezin verhuisde dus naar Den Haag en woonde in de Vogelbuurt. Niet ver van het oude ‘Sperrgebiet’ van de Atlantikwall. Je had ook een tankgracht vlakbij. Het spergebied van de Atlantikwall was een grootschalige, verboden zone langs de Europese kust, ingesteld door nazi-Duitsland om de verdedigingslinie tegen geallieerde invasies te beschermen. Dit gebied leidde tot massale evacuaties, sloop van bebouwing, aanleg van bunkers, tankgrachten en mijnenvelden (aldus Google a.i.). Na de oorlog lag dit gebied nog vol met mijnen, en was heel gevaarlijk.

Ze hadden een huis toegewezen gekregen van een NSB-gezin, omdat zij immers oorlogsslachtoffers waren. In dat huis waren nog allemaal meubels en spullen. In de garage stond een gipsen kop waar vader een kop van Hitler van maakte door er een snorretje op te tekenen! Op zondag zetten ze die op een paal in de tuin en dan gingen vader en oom met een buks erop schieten! Elke keer vloog er dan een stuk vanaf!

En als ze ‘s avonds naar bed gingen, dan zei moeder: “Gvd, dan moet ik weer in dat bed van die landverraders liggen!”

 

Er zijn nog foto’s van die periode, waarbij Dorja op schoot zit bij de Canadese soldaten. Dat was bij Dorja’s tante thuis, ook in Den Haag, die twee Canadezen een beetje als ‘buddy’ onder haar hoede had genomen. Omdat Dorja een paar keer bij de Canadees op schoot moest zitten die ze minder leuk vond (die andere soldaat vond ze veel leuker) kijkt ze nors.

 

Als er tanks door de straten reden, dan moest Marvin altijd heel snel naar binnen komen en mocht niet buiten blijven. Want moeder vond het veel te gevaarlijk en was bang dat hij eronder zou komen! Tegenover hen woonde een Nederlander die met de Canadezen meegevochten had. Die overbuurman had een legerjeep en daarin mochten de kinderen soms meerijden!

Dorja moest in Den Haag naar de Nutsschool, en dat was eveneens weer niet leuk. Het was een stijve school waar Dorja ook weer spijbelde.

Dan liep ze de duinen in, wat heel gevaarlijk was, vanwege allerlei achtergebleven mijnen, etc. Dorja werd dan teruggehaald door school en die strafte haar ipv haar uit te leggen waarom het daar zo gevaarlijk was!

Op een gegeven moment mocht je over het pad door de duinen naar de zee, maar je mocht niet van het pad af! Er liepen ook veel soldaten te patrouilleren in de duinen!

 

Dorja’s latere schoonvader was voor de oorlog directeur geworden van Hollandia-Kattenburg, een regenjassenfabriek in Amsterdam, en die moest in de oorlog van de Duitsers in stand blijven, want ze hadden de jassen nodig! Er kwam dan een Duitse ‘Verwalter’ in, vaak een NSB’er of Duitser die de functie van directeur kreeg. Dit bleek een oude zakenrelatie van de schoonvader te zijn! Hij had een Mercedes en nam veel van de Joodse arbeiders van Hollandia-Kattenburg mee om ze te redden! Maar de moffen kwamen daarachter, dus hij werd weer ontslagen omdat hij niet te vertrouwen was! Een paar jaar geleden heeft hij postuum daarvoor nog de Yad Vashem-onderscheiding gekregen voor het helpen van onderduikers!

 

Het bouwen met steentjes was niet alleen een hobby maar later heeft vader ook echt een huis laten bouwen in Hilversum, en nog één in België en in Frankrijk!

Het huis in Hilversum mocht vader laten bouwen nadat hij een vergunning had gekocht van nabestaanden van oorlogsslachtoffers die niet meer terug gekomen waren. Het betrof een Joods gezin dat omgekomen was. Zo kwam er eigenlijk een herbouwvergunning vrij en die kocht vader toen. Het was een soort bouwakte waardoor hij in ‘47 kon laten bouwen en in ‘49 zijn ze daar gaan wonen.)

 

 

Hieronder zijn nog wat krantenstukjes over het station Naarden-Bussum in  WO II.

 

01. Station Naarden-Bussum

Het station was verschillende malen het toneel van dramatische gebeurtenissen. In de zomer van 1942 vertrokken hiervandaan, op bevel van de Duitsers, de in het Gooi wonende Joden naar speciaal daarvoor ingerichte wijken in Amsterdam.

Daarvandaan werden ze in de loop van 1942-1943 gedeporteerd naar Westerbork, waarbij de speciaal hiervoor ingezette treinen Naarden-Bussum passeerden. Briefjes die uit de treinen werden gegooid moesten door NS-personeel opgeraapt en vernietigd worden.

Na Dolle Dinsdag op 5 september 1944 vluchtten hier wonende NSB-gezinnen naar het oosten. Later die maand brak de treinstaking uit, alleen Wehrmachttreinen passeerden nog het verder doodstille station.

Op 26 september 1944 ontspoorde, na sabotage door het verzet, een Duitse locomotief. Als vergeldingsmaatregel werd een huis aan de Juliana van Stolberglaan in brand gestoken. De bewoners kregen tien minuten de tijd om hun boeltje te pakken.
Even buiten het station richting Naardermeer werd op 30 november 1944 een Duitse munitietrein door de Geallieerden gebombardeerd. De schade aan de buurt was enorm.

 

 

Gevel station Naarden-Bussum 1930