Lien van Lieshout-van Overbeek
Opgetekend door (J) Sjef Smeets
Vandaag, 30 december 2025, noteerden we in Geldrop de herinneringen aan de oorlogsjaren van mevrouw Lien van Lieshout – van Overbeek, op 7.9.1931 geboren in de toenmalige gemeente “Alem, Maren en Kessel” (N.Br.).
Alem werd later deel van de gemeente Maasdriel. Maren-Kessel is tegenwoordig deel van gemeente Oss.
Ik was bijna negen jaar toen de oorlog uitbrak. Mijn moeder, Henrica van Overbeek – Franssen, had toen al alleen de zorg voor vijf kinderen. Ik was het oudste kind. Na mij waren – al voor de oorlog – nog erbij gekomen Toos, Henk, Tiny en Johan. Johan was pas 7 maanden toen onze vader op 12 oktober 1938 overleed.
v.l.n.r. Toos, Johan, Moeder, Tiny, Lien, Henk Toos, Lien, Henk, Tiny en op het krukje Johan
Ik weet dat mijn moeder het in de oorlog moest doen met een uitkering van 12 gulden en wat weduwen- en wezenpensioen. En verder deed ze het met waar ze met voedselbonnen van de familie aan kon komen. Wij hebben geen honger gehad, al moest je soms wel een ei met z’n tweeën delen. Voor een kwartje kon ze bij de slager op de hoek van de straat wel eens speklapjes halen. Moeder was heel graag als kraamverzorgster gaan werken, maar daar moest ze voor naar een opleiding en daar was de huisarts tegen. Hij zei dat ze dan ’s nachts ook weg moest. En dan de kinderen alleen laten, dat kon niet. Ze mocht alleen overdag hier en daar gaan helpen, als dat gevraagd werd.
Een zus van moeder naaide. Ze heeft toen ik dertien of veertien was wel eens een jas voor mij gemaakt, met een capuchon eraan. Dat waren wij niet gewend. Ik huilde enorm toen ik ‘m aan moest met die capuchon.
Mijn vader, Henricus van Overbeek, was bakker en naast de bakkerij hadden mijn ouders ook een café, waar mijn moeder in stond als er iemand kwam. Toen de bakkerij was afgebrand, zijn wij naar een huurhuis in Boxtel verhuisd. Daar zijn ook de twee jongsten geboren.
Mijn vader kwam er in wat genoemd werd “de Werkverschaffing” (door de overheid georganiseerde projecten (zoals kanalen graven, bossen aanleggen) om werklozen een zinvolle dagbesteding te bieden J.S.). Vader is bij het spoor onder een kiepkarretje geraakt, waarbij hij is overleden. (een kiepkar was een klein railvoertuig met een laadbak die gekanteld kon worden om de lading, zoals zand, grond, turf of erts, te lossen. Deze karretjes werden vaak gebruikt bij industriële spoorlijnen, bij ontginningen, mijnbouw en de aanleg van wegen of kanalen. J.S.)
Wij woonden trouwens dichtbij het station, in de Ten Brinkstraat. Als er een trein langskwam, waar kolen vanaf vielen, dan raapten wij die snel op.
Wij gingen in die tijd ook met de trein naar Kruispunt Beugen. (de voormalige naam van twee treinstations in de nabijheid van Oeffelt, waarbij Kruispunt Beugen Hoog gelegen was aan de Maaslijn en Kruispunt Beugen Laag aan het Duits Lijntje. Om verwarring met Station Oeffelt te voorkomen, werd het vernoemd naar het nabijgelegen dorp Beugen. J.S.), Daar woonde veel familie van moeder, die geboren was in Oploo. Moeder bracht ons daar in de buurt in de vakantie naar een van haar zussen.
De school van de nonnen daar ging er door, maar soms met bij elkaar gevoegde klassen. Ik heb eigenlijk niets gemerkt van de Duitsers. Bij de buren waren wel evacuees. Daar hadden wij geen ruimte voor. Onze buren, de familie van de Braak, klopte op de muur als er vliegtuigen overkwamen of V1’s, V2’s en ook als er iets anders aan de hand was. (V-wapens, afkorting van Vergeltungswaffen, is de door de Duitse propagandaminister Joseph Goebbels geïntroduceerde naam voor een aantal onbemande wapens dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers onder leiding van Wernher von Braun werd geconstrueerd en in gebruik genomen. J.S.)
Dan moesten we het bed uit en naar beneden toe. We hadden een keldertje onder het huis, vijf of zes treden naar beneden, waar we met moeder in gingen. Maar mijn zusje Tiny was een keer zo verschrikkelijk bang, dat ze op haar eentje naar de grote schuilkelder in de buurt liep, waar iedereen naartoe ging. Dus toen zijn wij daar met moeder ook maar voor die ene keer in gaan zitten.
Een dochter van de familie van de Braak heeft even met haar man bij ons ingewoond. De huur kon mijn moeder goed gebruiken. Ik ging ook wel eens alleen boodschappen doen. Als dan vliegtuigen overkwamen ging ik onder een heg liggen, zoals me geleerd was.
Toen Boxtel bevrijd was (op 24 en 25 oktober 1944 door Amerikaanse en Britse Airborne-troepen en later reguliere Britse eenheden. J.S.) werden er vrouwen kaal geschoren, die iets met Duitsers gehad hadden. Dat heb ik vanaf een afstandje naar staan kijken.
We hebben die bevrijders met hun vrachtwagens wel gezien, maar we stonden niet met vlaggetjes buiten, zoals op andere plaatsen gebeurde. Wij stonden sowieso nergens vooraan. Dat had mijn moeder ook niet. Wij hoefden van haar, ook doordat ze maar alleen was, niet alles te zien.