Iet Kuhn-Dura
Opgetekend door Ingrid op den Velde
Ik word ontvangen door een hele kranige dame die zelfstandig woont, rondfietst en nog coastal roeit!!! Ze is een stoere, oude zeezeiler.
Iet werd geboren op 28 januari 1933 in Rotterdam.
Iet zegt zelf dat ze met een gouden lepel in de mond is geboren.
Obersdorf 1939
Ze was 7 toen de oorlog uitbrak en woonde in de Konijnenlaan in Wassenaar.
Toen de oorlog uitbrak was het prachtig weer.
Haar oudere broer Leen en Iet hoorden allemaal vliegtuigen aankomen en keken vanuit hun slaapkamers naar die overvliegende vliegtuigen met kruisen op de vleugels.. Toen ze hun vader wakker maakten om dit te vertellen, zei hij: "Verdomme, dat is oorlog!”
Iet’s vader was aannemer. Samen met zijn echtgenote en twee kinderen woonde hij in een groot huis in Wassenaar.
De kinderen gingen gewoon naar school en vader bleef gewoon werken; eerst in Rotterdam en later in Den Haag. Moeder bleef thuis om het huishouden te bestieren.
Omdat de broer van Iet astma had, is het gezin in 1935 naar Wassenaar verhuisd. Ze moesten de stad uit en meer de frisse lucht in.
In het begin merkten ze niks van de oorlog.
In december 1940 is Iet’s moeder gestorven. Iet was toen bijna 8.
Dat was een enorme klap voor het gezin.
Maar er kwam al heel snel een dame die 10 jaar jonger was dan Iet’s moeder, juffrouw Aberson, om voor de kinderen en het huishouden te zorgen.
De kinderen hechtten zich snel aan deze juffrouw, Marty, en mede dankzij haar hebben de kinderen het helemaal niet slecht gehad tijdens de oorlog.
Iet’s vader hoefde niet onder te duiken toen de Nederlandse mannen gesommeerd werden om te gaan werken voor de Duitsers. Want hij was net boven de gestelde leeftijdsgrens van 40 jaar en bovendien weduwnaar.
De kinderen zaten op een kleine lagere school, ‘De Kievietschool', een particuliere buurtschool. Die school werd in december 1941 door de Duitsers gevorderd als ‘Deutsche Grundschule.’ Toen zijn de 40 overgebleven kinderen van de Kievietschool op de zolder beland van de 'Bloemcamplaanschool' (de school waar later de prinsessen Amalia, Alexia en Ariane op zaten, toen zij nog op ‘De Eikenhorst’ woonden).
In de winters van die tijd vroor het hard en lag er een dik pak sneeuw.
Het huis werd in het begin nog gestookt via centrale verwarming. Later kwamen kachels.
Ze hadden ook een telefoonaansluiting die echter later in de oorlog werd afgesloten. Iet weet nog steeds het nummer uit haar hoofd!!
In het begin had het huis ook elektriciteit, maar dat begon later in de oorlog slechter te worden.
Om bij de grootouders aan de andere kant van Wassenaar te komen, liepen ze er altijd heen, omdat de straten niet geveegd werden en ze daardoor niet konden fietsen.
In februari ‘41 vroor het 20 graden. En ineens om 23.00 uur ‘s avonds waren er twee keiharde knallen. Iet schoot onder de dekens.
Iet’s vader kwam naar boven rennen evenals Marty om te kijken of de kinderen ongedeerd waren. Op de ongeruste vragen van Iet en haar broer reageerde vader heel nuchter: “Oh, dat was schieten in de duinen!” Maar door de enorme inslag van een bom in de tuin van de achterburen waren alle dakpannen van het dak en de ramen kapot. Dus Marty en Iet’s vader moesten als een gek de ramen wat dicht maken met gordijnen en dergelijke.
Wat bleek: op het stukje duin tegenover het huis aan de Konijnenlaan was een bom terechtgekomen die in de bomen geëxplodeerd was en op het grasveld tussen hun huis en de achterburen was een enorme krater van een bominslag! Circa 240 meter achter hun huis! Ze hebben enorme mazzel gehad dat die bom niet op hun huis terecht was gekomen! De volgende dag was Iet de held op school vanwege de bominslag!
21 februari 1941
Iet’s vader boorde meteen zijn relaties aan, als aannemer, en zorgde ervoor dat er de volgende dag al ramenzetters en dakwerkers kwamen. Binnen een week was het huis weer hersteld en hadden ze het weer warm.
Het is nooit opgelost waar de bommen vandaan kwamen. Was het een vliegtuig in nood dat zijn vracht kwijt moest of waren de bommen eigenlijk bestemd voor landgoed ‘Groot Haesebroek’ waar een commandant van de Duitse Wehrmacht zat?
Ondanks deze gebeurtenissen was Iet nooit echt bang. Ze was vrij nuchter en accepteerde de gebeurtenissen vrij gemakkelijk. Ze was ook heel moedig.
Aan de zijkant van hun huis had je een schoorsteen met klimijzers bovenin. En het gebeurde weleens dat als er niemand thuis was Iet een ladder pakte en naar boven klom om via de klimijzers op de schoorsteen te gaan staan. Zo kon ze kijken hoever ze over Wassenaar kon kijken!
Aan de overkant van de laan had je een soort afgeschermd duingebiedje waar Iet regelmatig met haar broer ging spelen. Op een dag in de zomer van ‘42 hadden ze er een soort grote teil zonder bodem heen gesleept en in een zandkuil wilden ze dan een fikkie stoken. Ze hadden allemaal helmgras verzameld. Maar omdat er allemaal lieveheersbeestjes in het helmgras zaten, waren ze daar mee aan het spelen en hadden niet in de gaten dat onder de teil de voorraad helmgras in brand vloog…Door een flinke wind stond in no time het duingebiedje rondom in de fik!!!
Iet en haar broer renden als de wiedeweerga naar huis om dekking te zoeken. Gelukkig kwam heel snel de brandweer! En ‘s avonds stond de politie aan de deur…. Toen is Iet wel echt bang geweest! Hun vader was enorm boos en hij heeft altijd beweerd dat dat geintje hem 1000 gulden gekost heeft (wat natuurlijk een enorm bedrag was in die tijd!).
In april ‘43 kwamen de Duitsers en de hele Konijnenlaan en de buurt er omheen werd gevorderd, dus iedereen moest het huis uit. In 10 uur moesten alle huizen ontruimd zijn. Iet’s vader heeft twee grote verhuiswagens met paarden ervoor laten komen om alle spullen uit huis mee te kunnen nemen. Ook werd het huis zoveel mogelijk van binnen beschermd tegen wat ruigere bewoners.
In hun huis hebben officieren gezeten. In het huis van de buren zaten soldaten en dat zag er later dan ook veel slechter uit.
Eind ‘43 werden al die huizen weer vrij gegeven en mocht iedereen weer terug.
In de periode van de vordering van het huis, woonde het gezin driekwart jaar in bij de grootouders aan de andere kant van het dorp Wassenaar, een stukje verderop. Bij de grootouders was het veel leuker om te verblijven voor de kinderen, omdat je heel veel kinderen in het dorp had om mee te spelen! In de Konijnenlaan had je haast geen kinderen om mee te spelen. Bij opa en oma gingen ze ‘s avonds ook nog verstoppertje doen.
Iet heeft dus eigenlijk best veel goede herinneringen aan de oorlogstijd, behalve dan dat haar moeder was overleden. Gelukkig hadden ze een hele goede pleegmoeder Marty waar de kinderen een goede band mee kregen en Iet kon het goed vinden met haar broer.
Helaas zijn Iet’s vader en Marty nooit met elkaar getrouwd. Na de oorlog kwam er namelijk een oude verloofde van de pleegmoeder uit Amerika en toen is ze helaas weggegaan. Iedereen huilde tranen met tuiten.
In ‘45 ging Iet naar het Rijnlands Lyceum en toen schreef ze iedere week brieven naar Marty met de vraag of ze terug kwam. Ze heeft dat twee à drie jaar gedaan, maar de pleegmoeder kwam niet terug. Marty stuurde uit Amerika wel grote pakketten met cadeautjes en leuke kleding, dingen die in Nederland nog niet verkrijgbaar waren.
Voor Iet’s 14e verjaardag was ze al twee moeders kwijt.
Het gezin heeft geen honger gekend in de hongerwinter ‘44-’45. Grootvader van moeders kant had een filiaalbedrijf in rookwaren en haar opa en oma waren ‘Preppers’: ze waren ‘prepared’. Ze hadden krankzinnige voorraden en daarbij kon je voor sigaren en sigaretten alles ruilen. De vader van Iet heeft weleens een schip naar Noord-Holland gestuurd dat terugkwam vol met kolen. Dit deelde hij dan met vrienden en kennissen. Dus de vader van Iet heeft ook veel mensen geholpen.
Er was ook een jongen, Robbie die tijdens de hongerwinter frequent langs kwam.
Hij was 2 jaar ouder dan Iet. Hij woonde aan de andere kant van Den Haag en liep helemaal naar onder andere de Konijnenlaan in Wassenaar (3,5 uur lopen). Daar belde hij overal aan en vroeg 1 aardappel. En ‘s middags liep hij weer terug met een zak vol aardappelen. In de hongerwinter kwam Robbie elke woensdagmiddag bij het gezin eten. Dan aten ze bruine bonen met gebakken uien en spek en Robbie kreeg dan ook een flinke maaltijd.
Er kwamen toen heel vaak mensen aan de deur om eten te vragen. Er werd iedere dag een hele grote pan soep gekookt zodat iedereen een kom soep kreeg tot de pan leeg was.
Op ‘De Raaphorst’ was een boerderij. Iet’s vader had ook een paard en dat stond bij boer Hooimans. De kinderen gingen elke 2 à 3 dagen naar die boer om melk te halen.
Ze hebben dus geen honger gekend.
Op een gegeven moment kon je op de zwarte markt kaas kopen. Iet’s vader had een kaas gekocht voor 400 gulden (een gigantisch bedrag) en meegenomen naar de buren. Daar zei hij: “Hier is een kaas voor 400 gulden. Als je hem niet wilt hebben dan neem ik hem morgen weer mee want dan is hij nog duurder!”. De buren hadden een gezin met 5 kinderen die ruim een halve generatie ouder waren dan Iet. De kaas was binnen een dag op….
Op ‘Dolle Dinsdag’ heeft Iet urenlang aan de Rijksstraatweg (is nu de A44) gezeten. Dit was dus op 5 september ‘44 (toen Nederland in een roes van valse hoop verkeerde dat de bevrijding nabij was). Iedereen dacht dat de Amerikanen al in Breda waren en ze zouden ‘s middags al over de Rijksstraatweg komen. Dus Iet er naar toe. Helaas, ze kwamen niet.
Toen Iet samen met haar broer door de evacuatie bij haar grootouders woonden, werd de eerste V2 gelanceerd op het kruispunt van de Konijnenlaan met de Koekoeklaan en de Lijsterlaan. Iets zat op dat moment in bad, dat weet ze nu nog. Die V2’s waren ballistische raketten die een gigantische herrie maakten. Veel V2's lagen op het landgoed ‘De Horsten’ (waar later Willem Alexander en Maxima gewoond hebben) en de Duitsers begonnen die V2’s te gebruiken in Wassenaar vanaf ongeveer 8 september 1944.
Iet bleef pianoles houden in de Konijnenlaan en het huis van haar pianolerares was een soort garagewoning. Ze kwam dan langs het kruispunt van de Konijnenlaan, de Koekoeklaan en de Lijsterlaan waar in die tijd de eerste V2 vanaf gelanceerd was. De verbrande plekken zag Iet op het wegdek, toen ze naar pianoles ging.
Als het mooi weer was kwamen er regelmatig Engelse jagers overvliegen die die V2’s probeerden te beschieten. Dan ging het luchtalarm in de omgeving af en moest iedereen naar binnen gaan. Iet was soms aan het steppen naar school als dat gebeurde, en ging dan maar onder een boom staan schuilen.
In het laatste oorlogsjaar hadden Iet en haar gezin maar 3 keer per week water uit de kraan. Hun huis lag wat hoger dan de omgeving en het water kwam diverse dagen niet uit de kraan. Daarom hadden ze het bad in de badkamer vol met water en overal emmers gevuld met water staan.
Ze hadden ook geen centrale verwarming meer, maar ze hadden diverse kachels staan. In de keuken een kachel waarop gekookt werd met daarnaast een hooikist waarin pannen met eten gezet werden om het eten te laten garen. Ze hadden genoeg hout, want dat kregen ze van de boer op ‘De Raaphorst’. Iet en haar broer moesten ook gaan zagen. Ze hadden een zaagbok en een trekzaag en moesten samen hele dikke bomen in stukken zagen en kloven. Diverse keren moesten ze ook voor straf een boom gaan zagen.
In die tijd was het zo koud, dat als Iet piano moest spelen in de woonkamer, (waar ook een kacheltje stond waar iedereen omheen ging zitten), haar vingers bijna bevroren. Dus dat ontnam het plezier om piano te spelen. Dit was toch wel een beetje afzien.
Ze hadden overal Carbidlampen staan en hadden ze een voorraad steenkool om de kacheltjes te stoken.
In Wassenaar woonden niet veel NSB’ers. Hier en daar een paar. Maar gelukkig heel weinig
Op het land van boer Jochems in de buurt van Duindigt, werden ook V2-raketten afgeschoten. Boer Jochems was een NSB'er. Die boer was redelijk vermogend, want hij had een enorme boerderij met Lakenvelders en Lama’s op zijn land.
Als het mooi weer was, dan waren de mensen in de buurt extra alert. Want veel van die V2’s begonnen steeds slechter te worden en diverse exemplaren kwamen in zee terecht. Diverse V2’s kwamen op de verkeerde plekken terecht. Zo is er 1 midden in Den Haag in de Riouwstraat terechtgekomen. Dat was wel eng. Iet en haar broer luisterden dan heel goed, en dan zeiden ze: “Ja, die gaat goed!” Dan hoorden ze aan het geluid dat de V2 niet een gebrekkig exemplaar was waardoor hij in de buurt kon neerstorten.
In het voorjaar van ‘45 was het mooi weer in Nederland. In die tijd begonnen diverse voedseldroppings in de gebieden waar de ergste honger was. O.a. Zweeds meel werd gedropt, ook in Wassenaar. Er werd heel snel brood gebakken en verdeeld onder de bevolking. Dit ging in een razend tempo! En dat brood was heerlijk!
Want het brood dat Iet eerder meekreeg was vaak gemalen met molenstenen die niet helemaal goed meer waren en dan zaten er vaak nog steentjes in het brood….
Iet en haar broer namen op een dag 2 lakens mee en gingen 2 huizen verderop in een heel groot leegstaand landhuis met een plat dak naar binnen. Dat huis was door de Duitsers gebruikt maar leeg achter gelaten en lag vol met stro…Iet en haar broer gingen naar boven naar het dak en klommen uit het raam zo het platte dak op. Daar zwaaiden ze dan met de witte lakens naar de vliegtuigen die de voedseldroppings verzorgden. Ze hoopten dat er dan ook een pakket hun kant op gedropt zou worden! Helaas gebeurde dat niet….
Iet heeft in het laatste jaar van de lagere school wat gebrekkig les gehad. Drie middagen per week kwamen de overgebleven leerlingen bijeen in een grote kamer van een villa in de Kievit en kregen daar speciale lessen als voorbereiding op het Rijnlands lyceum. Daar stonden alle tafeltjes en stoeltjes van de kleuterschool nog, waar ze in haar jongere jaren op gezeten had. Gelukkig pasten de kinderen daar nog redelijk op.
Er waren in de oorlogsjaren wel wat Joodse kinderen van school die moesten onderduiken. O.a. Evelien, een meisje waarvan Iet nog weet dat ze haar zag lopen met een ster op haar jas. Dat vond Iet zo vreselijk! Gelukkig zijn alle ondergedoken Joodse kinderen na de oorlog weer teruggekomen.
Toen eindelijk de Canadezen kwamen (8 maanden na Dolle Dinsdag), zat Iet weer aan de Rijksstraatweg en zag al die Jeeps. Ze vond dat zulke rare autootjes en dacht als 12 jarige: ‘Kun je daar een oorlog mee winnen?’
Iet’s Engels is nooit goed geworden, want ze al 12 toen ze de eerste woorden Engels leerde.
Geen radio, televisie in het Engels, zoals de tegenwoordige jeugd wel heeft.
Op een keer toen ze terug naar huis fietste van boer Hooimans, zag ze een geallieerde
legertruck staan. Iet was wat verlegen en bleef op een afstandje staan kijken. Maar een Canadees wenkte haar en riep dat ze wat ‘biscuits’ hadden en zo kreeg ze een handvol lekkere koekjes. Tevens kreeg ze blikjes soldatenvoer mee naar huis. En Iet kan zich nog de
smaak van die blikjes ‘meat and vegetables’ herinneren.