Theo Zuidgeest

Opgetekend door Kees Nederpelt

Elke dag vlogen er vliegtuigen over.
oorlogsverhaal van Theo Zuidgeest

Theo Zuidgeest (1925-1999) heeft aantekeningen
gemaakt tijdens de eerste vijf oorlogsdagen van mei 1940 Deze aantekeningen maakte hij op 14 jarige leeftijd met de schrijfstijl die hij toen beheerste.
Theo woonde aan de Poeldijkseweg 7 in Monster. Zijn familie had hier een tuinbouwbedrijf met glazen kassen (warenhuizen)

Theo was bevriend met Aad Nederpelt (1926-2010) de vader van STIBO vrijwilliger Kees Nederpelt, die de aantekeningen van Theo deels bewerkt heeft.

“Hier heeft men iets van mijn oorlogsdagen van 10 tot 15 Mei 1940.”

Donderdag 9 Mei

Des ’s avonds kwam Piet langs, een Nederlandse soldaat uit de streek die wij kenden. Hij kwam zijn fiets ophalen omdat hij overgeplaatst was naar Delft.
Op deze avond gingen wij rustig naar bed. Alles was rustig in onze streek.

Vrijdag 10 Mei
Des ’s morgens om 5 uur werd ik gewekt door mij vader die zei:
“Worden jullie nooit wakker door die vliegtuigen!”
Maar we hadden werkelijk niets gehoord, toen ik ze hoorde sprong ik gauw er uit en stond al gauw voor het raam te kijken.
En toen het even stil was kleedde ik me eigen gauw aan en ging naar beneden.
Eerst ging ik bidden, toen naar buiten, al gauw stonden we aan de weg en omstreeks 5.30 uur zagen we het eerste vliegtuig naar beneden gaan, we dachten dat het vliegtuig in zee zou vallen, maar dit was niet waar want hij was in het Watergat gevallen.
Toen het 6 uur was gingen we naar ons werk toe. Onderweg, dit was bij het 1e warenhuis (glazen kas) zagen we hoog in de lucht een parachute hangen.
Nog steeds gingen de vliegtuigen laag.
Achteraan gekomen gingen we tulpen trekken, dit was bij de witte schuur.
Iedere keer stonden we naar de vliegtuigen te kijken, zo was het een keer dat er drie vliegtuigen over ons heen gingen we zagen de mensen er in zitten, toen gingen we zwaaien met onze tulpen, nog steeds wisten we niet dat het oorlog was.
Omstreeks 7.15 u waren we klaar met de tulpen trekken, dus we gingen naar voren, tussen het tweede en het eerste gekomen ( hier was vader ook bij ) kwamen twee
werknemers die toen tegen vader zeiden: “We gaan naar huis want het is vast oorlog!”
Vader zei toen tegen mij: “Ga de anderen ook maar roepen!”
Ik holde naar de negende kas en zei het tegen de anderen dat zij er maar uit moesten scheien want het was oorlog en toen holde ik naar de vierde kas toe en zei hetzelfde.
Toen ik weer in de schuur kwam wisten ze niet of we de tulpen noch zouden bossen.
We waren tenslotte besloten om een bos of 10 te maken en daarna naar de veiling te gaan.
Onderwijl zouden wij gaan eten.
Toen we naar de schuur gingen zagen we een luchtgevecht boven Monster, al gauw moest een van onze Hollandsche jagers de dupe wezen, want het toestel stond spoedig in brand, de bestuurder draaide het vliegtuig zeewaarts en sprong er zelf uit.
Een Duits vliegtuig die zag dat de bestuurder er uit sprong, draaide weer terug en schoot op de parachute maar gelukkig kon hij hem niet raken.
Onderwijl was er een van de veiling teruggekeerd met een goede boodschap dat het met de bloemen nog al mee viel dus we hadden ze dan maar gauw gebost.
Toen dit klaar was gingen we ze gauw met de bakfiets weg brengen.
Omstreeks 9.30 uur zagen we de jongens van de buurman en daar hebben we toen een poosje mee zitten praten, maar als er nu een vliegtuig kwam bleven we niet zitten kijken maar gingen gauw de schuur in. Zo was het tenslotte 10.15 uur geworden en dus gingen we koffiedrinken. Ik kwam in huis toen zei moeder tegen me, als je je eigen soms verveelt gaat dan maar aardappelen schillen, zogezegd zo gedaan.
Ik ging een teil met aardappelen halen en toen aan het schillen, het mocht zo vlot niet gaan
maar ik kwam er toch, dit was omstreeks 11.45 uur

Nog even in huis gezeten en tenslotte gingen we eten.
We waren onder de middag afgesproken dat we vanmiddag zouden gaan druiven krenten.
Toen we goed en wel in de kas waren en een paar bossen gekrent hadden hoorden we vliegtuigen en al gauw zaten we buiten en zo ging het tot 3.30 uur toe.
Toen gingen we drinken, dit duurde tot 4.15 uur toen we weer in de kas waren. Van die tijd af tot omstreeks 5 uur was het rustig in de lucht, maar toen kwam er een gezoem van vliegtuigen de kas in toen vlogen we naar buiten en een hing al gauw uit het lucht raam.
En wij zochten buiten een hoog plekje en dit was op de kolenhoop.
Er zaten verschillende vliegtuigen in de lucht en wel Engelsche en Duitse.
Deze vliegtuigen gingen zeer snel door de lucht heen. Totdat er tenslotte een vliegtuig neer viel, we dachten dat er een Duitser was neer gevallen en een hoera! ging op. Maar dat viel tegen want het was een Engelsche.
Toen is het vliegtuig gevallen en wij al onze aandacht op die rook van het vliegtuig schonken waren onderwijl de anderen verdwenen en toen gingen we de kas maar weer in en we praten niets anders dan over hetgeen dat zonet is voorgevallen.
Om 6 uur gingen we naar huis toe, waar weer over het luchtgevecht werd gepraat.
Zo was het half negen geworden toen we maar naar bed zouden gaan, we zouden vannacht
maar beneden slapen dus de tafel opzij en de bedden gehaald.
We konden allemaal nogal gauw slapen, maar ik vond dat die klok niet elke keer moest slaan maar toch viel ik ten slotte in slaap.

Zaterdag 11 Mei
De tweede oorlogsdag Zaterdagmorgen 6 uur stonden we op en gingen naar de tuin, terwijl allen er weer waren.
Ik moest naar het 4de warenhuis bloemen plukken. Het was omstreeks 7.15 uur begonnen ze te schieten, dit over ons heen, ik ging naar buiten en achter de verwarmingspijp staan en keek toe maar zag niets, toen ging ik maar weer bloemen plukken.
Omstreeks 8 uur gingen we eten. Verder gebeurden niets bijzonders tot 2.45 uur. Toen kwam de vader van een knecht zijn zoon halen want de Duitsers waren op weg naar Monster. Maar dit bleek geheel onwaar te zijn.
Omstreeks 3 uur hoorden we vliegtuigen. Toen keek ik door de ruiten en ik riep ze gooien papieren uit, toen vlogen we naar buiten, verschillende zaten al gauw op de nok van de kas.
Ik ging op een houten glaskist staan. Toen gingen er drie Duitse vliegtuigen langs de kast. De eerste ging toen erg scheef en toen zagen we de parachutisten vallen, een parachute ging niet open en ik denk wel dat die doodgevallen was. En terstond klonken de mitrailleurs. Zo ging het met die anderen ook. Toen dit gebeurd was gingen we naar de kas toe.
Om 4 uur gingen we naar huis en daar werd er druk over gepraat.
Omstreeks 4.30 uur zagen we wel 15 Fransche vliegtuigen gaan en zo snel.

Om 6 uur gingen we ons wassen, onder het wassen hoorden we weer vliegtuigen gaan maar er gebeurde niets bijzonders. Onder het wassen was er iemand geweest die had wezen zeggen dat Henk op Ockenburg lag in goede toestand.
Ze zouden dan zondag wel eens gaan kijken. Tenslotte gingen we eten.
Verder zouden we de hele avond thuisblijven.
Om 7 uur ging Aad Marie halen want die zou de Pinksterdagen bij ons slapen. Ze waren op tijd binnen, toen tot 10 u voor het raam gezeten, toen naar bed.

Zondag 1e Pinksterdag 12 Mei
We zouden om 8.30 u naar kerk gaan. Om 7.45 u stonden we op en ik moest de misdienen dus om 8 uur zou ik weggaan.
Ik zou mijn fiets gaan pakken en toen zei de buurman er wordt geen H. Misgelezen dus ik ging dan maar weer naar binnen en vertelde dat. Aad ging eens even aan de weg kijken en zag toen dat ze een barricade aan het maken waren, hij ging toen helpen want er was een
bus van de Vios die vol met Duitsers zat maar gelukkig hebben ze het voor niets gedaan.
Om 8.45 uur gingen we eten en toen tot 10 uur binnen gezeten. Om 10.45 u ging een van de Monsterscheweg naar Monster want hij zei dat bij een van de Poeldijkscheweg Duitsers in huis waren gegaan. Dit was een van ons uit de buurt. De Hollandsche soldaten met geladen
geweren ernaartoe. Onderwijl waren er mensen die daar op het paadje woonden bij ons want die durfde niet verder. De soldaten kwamen al gauw terug.
Want het waren Hollandsche soldaten die van Ockenburg waren gekomen om daar wat te rusten, dit geval duurden tot 11 uur.
Toen we gegeten hadden was het 2 uur toen was mijn vriend gekomen om een potje te kaarten die bleef tot 5.30 uur. We gingen eten en verder hebben we ons vermaakt tot 10 uur.
Toen gingen we naar bed.

Maandag 2e Pinksterdag 13 Mei
’s Morgens gingen we niet naar de kerk en verder hebben we voor de middag zitten druiven krenten,
Na de middag hebben we zitten kaarten, om 5 uur kwam de knecht van Marie die deze dagen in de Haag geweest was. Hij ging om 7 uur naar Monster toe.
Deze dag is er niets bijzonders gebeurd.


Dinsdag 14 Mei
Deze dag ging gewoon voorbij tot 2.30 want toen kwam er een vliegtuig hoog boven ons en daar begonnen Nederlandse soldaten op te schieten, zodanig dat het vliegtuig zelf niet wist wat hij wilde.
Hij ging heen en weer en tenslotte was het gevaar geweken voor het vliegtuig jammer dat ze het niet raak geschoten hadden.
De scherven hoorden we op de ruiten van de kassen vallen.
Verder gebeurde er niets meer die dag.

 

Nederlandse Fokker jager D-21, afkomstig van vliegveld Ockenburg, maakte nabij Monster een noodlanding

Duitse soldaten (luchtlandingseenheid) op 15 mei 1940 in Naaldwijk, vlakbij Monster

                                                                                                                 Duitse parachutisten landen op vliegveld Ockenburg                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

Ten tijde van de inval door Duitsland werd vliegveld Ockenburg verdedigd door de 22ste Depot Compagnie, 96 man in totaal, onder leiding van kapitein Pieter Jacob Adrianus Boot, die zelf in de strijd om het leven zou komen. Als zwaarste bewapening hadden ze de beschikking over drie lichte mitrailleurs. Zij zouden de strijd moeten aangaan met 700 tot 900 Duitse militairen.[2]

In de nacht van 9 op 10 mei werden er overvliegende vliegtuigen gehoord. Kort voor zonsopgang vlogen hoog boven Ockenburgh vreemde vliegtuigen. Toen rond 4.00 uur het bombardement op vliegveld Ypenburg werd waargenomen beseften de mannen van Ockenburgh dat het oorlog was.

Rond 4.45 uur landden kort na elkaar de Fokker D.XXI jachtvliegtuigen 217 en 228 en de Douglas 8a-3Ns 389 en 391 van het Nederlandse Wapen der Militaire Luchtvaart. Deze hadden munitie en benzine nodig. Alleen het eerste kon worden geleverd. Even later bestookte een aantal laag overvliegende Luftwaffe jagers het vliegveld. Er sprongen parachutisten af, gevolgd door Junkers Ju-52 transportvliegtuigen die op Ockenburgh neerstreken, in totaal 26 stuks. De Duitsers openden direct het vuur.

De rechter- en middensectie groepten samen rond de loodsen waarna een hevig vuurgevecht ontstond. De linkersectie weerde zich in het open veld. De meest oostelijk opgestelde mitrailleur werd na succesvol vuren tot zwijgen gebracht. De schutter sneuvelde. Al snel werd het vuuroverwicht van de Duitsers te groot. De rechter- en middensectie wilden terugtrekken op de aarden wal. Onder zware verliezen lukte dit enkelen. De linkersectie streed verder, maar moest nog voor 7.00 uur de strijd staken. Van de 96 manschappen waren er 24 gesneuveld en 18 gewond. Een onduidelijk aantal gaf zich over.

Het gevecht rond Ockenburgh bleef niet onopgemerkt. Militairen, administratief personeel, militaire werklieden, de muzikanten van de Koninklijke Militaire Kapel (dicht bij Ockenburgh gelegerd) - alles trok op, maar 'zonder enig verband' en meestal slechts licht bewapend. Ook het Wapen der Militaire Luchtvaart liet zich niet onbetuigd. Drie Fokker T.V toestellen, de 855, 856 en 862, bestookten het vliegveld. Minstens vier Ju-52s werden vernield. De 855 werd neergeschoten boven zee.

Het was echter de bij Poeldijk (Monster) opgestelde artillerie die de Duitsers van Ockenburgh verjoeg. Vanaf 8:00 uur bulderden de kanonnen. De Duitsers zochten al snel het beschutte terrein ten zuiden van Ockenburgh op. Pogingen om hen die dag daaruit te verdrijven, mislukten. Het 1e Bataljon Grenadiers heroverde Ockenburgh uiteindelijk.

Bron: Wikipedia

 

Engelse vliegtuigen boven West Nederland mei 1940

De RAF gaf op 10 mei 1940 gehoor aan het verzoek van de Nederlandse regering en gaf opdracht aan het No. 600 ‘City of London’ Squadron voor een aanval op Duitse troepen op het door hen zojuist veroverde vliegveld Waalhaven bij Rotterdam. Dit squadron was gestationeerd op de vliegbasis RAF Manston in Kent en maakte deel uit van de zogenaamde ‘Auxiliary Air Force’ (Royal Air Force Volunteer Reserve), waarin burgervrijwilligers vlogen, ook bekend als ‘weekendvliegers’. Het squadron vloog met de verouderde tweemotorige, driepersoons Bristol Blenheim Mk 1F lichte jachtvliegtuigen.

Toen de vliegopdracht binnenkwam, had B-Flight van het RAF No. 600 squadron net de paraatheid-dienst overgenomen van de A-Flight. De commandant van de B-Flight, Squadron-Leader (majoor), Jimmy Wells, begreep dat de opdracht een zelfmoord missie was en gelaste alle navigators van de overige jachtvliegtuigen op de basis te blijven. Alleen hijzelf nam zijn vaste navigator, sergeant John Davis mee in zijn Blenheim 1F, serienummer L6616 en rompcode BQ-R.

Omstreeks 12:30 uur (LT) steeg de formatie van zes Blenheim 1F’s op van haar basis RAF Manston onder leiding van de 31 jarige Squadron Leader (majoor) Jimmy Wells. Nadat tevergeefs was gewacht op de toegezegde escorte door Spitfires, besloot Jimmy Wells de aanval toch door te zetten, omdat Nederlandse grondtroepen gelijk met de luchtaanval een aanval op de grond zouden uitvoeren. 

Nadat zij ongeveer een klein uur hadden gevlogen en de Nederlandse kust passeerden, splitste de formatie zich op in twee formaties van elk drie toestellen. Via het havengebied van Rotterdam bereikten de formaties het luchtruim boven Waalhaven. 

De Luftwaffe vliegers die boven het havengebied patrouilleerden, zagen onder zich de gecamoufleerde Blenheim 1F’s op vliegveld Waalhaven af vliegen. Beide formaties doken vervolgens op de Duitse vliegtuigen die op het vliegveld stonden geparkeerd en troffen met hun boordwapens diverse geparkeerd staande vliegtuigen.

Kans op een tweede aanval kregen de Engelsen echter niet, want inmiddels waren Duitse vliegtuigen op het strijdtoneel gearriveerd. Rond 12.45-13.00 uur (lokale NL tijd) dook het derde Staffel van Zerstörer Geschwader  1 3./ZG1) met hun Messerschmitt Bf-110’s, onder leiding van Oberleutnant Streib, neer op de (nog) nietsvermoedende Britten.

De Britten die nog laag vlogen door de aanval die net was uitgevoerd, probeerden uit alle macht hoogte te winnen om het luchtgevecht aan te gaan maar waren zoals werd gezegd ‘sitting ducks’. Door het gebrek aan hoogte en omdat de Duitse Messerschmitt Bf-110 toestellen superieur waren aan de verouderde Blenheim 1F’s, hadden de Britten geen schijn van kans.

In slechts enkele minuten tijd werden vier Blenheim 1F’s, waaronder die van Bob Echlin, in de omgeving van Rotterdam en Pernis neergeschoten. Een vijfde Blenheim 1F maakte een noodlanding op de slikken van Herkingen. Slechts één toestel ontkwam, hetzij zwaar gehavend, en vloog veilig terug naar Engeland. Door deze ene aanval was het halve squadron vrijwel uitgeschakeld.

Op deze eerste oorlogsdag zagen mensen in Piershil dat aan het begin van de middag een luchtgevecht plaats gevecht plaatsvond. Een Duitse Messerschmitt was in gevecht met een Britse Bristol Blenheim.

De schietende vliegtuigen zorgden voor veel gevaar in Piershil want de kogels sloegen her en der in. Een nichtje (Maaike Burgermeester uit Dordrecht), die bij de familie Bokhout aan de Sluisjesdijk logeerde, werd in haar schouder getroffen en werd later in het militaire hospitaal aan de Molendijk verbonden. 

Het gevecht duurde niet lang. De Messerschmitt Bf-110 die enkele keren met duizelingwekkende snelheid over het dorp scheerde, is vele malen sneller dan de Bristol Blenheim van de Royal Air Force. De boordschutter, naar later blijkt Bob Echlin, probeerde wat hij kan, maar plotseling zweeg zijn wapen. Hij leek getroffen te zijn. Niet veel later stortte de brandende Blenheim 1F neer bij de Oud-Piershilseweg en kwam met een oorverdovende knal terecht in een aardappelveld.

Soldaat Bram Douw was snel ter plaatse en trachtte de zwaargewonde piloot, Hugh Rowe, uit het brandende vliegtuig te bevrijden. Dit lukte pas toen de eveneens gearriveerde Klaas van Bergeijk de riemen van de piloot lossneed. Samen slaagden zij erin om de piloot uit het vliegtuig te krijgen. 

Door alle consternatie vergaten ze de geschutskoepel die in het midden van het vliegtuig was gelegen en waarin zich de boordschutter Bob Echlin bevond. De vermoedelijk al gestorven Bob Echlin bleef daardoor in het brandende vliegtuig achter. 

De volgende dag, 11 mei 1940, werd het stoffelijk overschot uit het uitgebrande wrak geborgen en werd de 37 jarige Canadees met militaire eer begraven in Piershil. Zijn piloot, Hugh Rowe, bracht de rest van de oorlog in krijgsgevangenschap door.

Bron: Nootenboom, H., Op het laatste moment…Verhalen over de luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945

Beschrijving:

"Elke dag vlogen er vliegtuigen over"
Het oorlogsverhaal van Theo Zuidgeest over de vijf oorlogsdagen in mei 1940 mede opgetekend in 2020 uit zijn eigen aantekeningen

Collectie:

BronnenWOII

 Bron:

Historisch Archief Westland