Jan Ostermann

Opgetekend door Inge op den Velde

Jan Ostermann is geboren op 2-11-1932 en is momenteel 93 jaar oud. Hieronder zie je een foto van Jan die trots het door zijn zus geborduurde kussen van het woonhuis aan de Jan Ter Gouwweg 45 toont.

Jan’s ouders hadden 12 kinderen, waarvan er 1 kindje jong gestorven was. Dus 11 in leven.

Er was een zoon Herman (1914) die kandidaat-notaris was, een zusje Annie (1916) die verzorgende was en bij een gezin inwoonde, een zoon Kees (1919), Tina (1921) Rinus (1923), Henk (1924), Rie (1926), Jan en Joke (tweeling en geboren in ‘32), en nog een paar.

 

Toen de oorlog uitbrak was Jan 8 en woonde samen met zijn ouders, Tina en nog 4 broertjes en zusjes thuis. Het gezin woonde op de Jan Ter Gouwweg 45. Vader was automonteur bij de Gooische Stoomwasserij en naast het huis was het werk. De Stoomwasserij moest al snel na het begin van de oorlog gaan wassen voor de Duitsers.

Omdat in de Jan Ter Gouwweg ook een politiebureau zat, heeft Jan wel regelmatig wat arrestaties gezien. Er konden 6 mensen gevangen worden gezet. De Nederlandse politiemannen die bleven werken, deden dat voor de Duitsers.

Naast het Politiebureau woonde een rechercheur, Hertsenberg.

Aan het begin van de Jan Ter Gouwweg hadden de Duitsers een houten uitkijktoren gebouwd.

 

Broer Herman moest voor de Duitsers op wacht gaan staan bij de spoorwegovergang waar nu het Wim de Bie-tunneltje is. Herman moest voorkomen dat mensen iets zouden kapotmaken aan het spoor, het spoor zouden opblazen of zo.

Drie broers hebben zich aan het begin van de oorlog in Bussum, bij het arbeidsbureau aan de Brediusweg moeten melden voor ‘Arbeitseinsatz’. Kees, die schilder was; Rinus, die bakker was in Naarden en Henk. Kees en Rinus werden naar Wilhelmshaven in Duitsland gestuurd. En Henk werd naar Dresden gestuurd, allen om te werken. Kees moest post gaan rondbrengen met een motor met zijspan. Broer Rinus moest zijn eigen vak als bakker blijven uitoefenen.

Van Kees kreeg Jan’s moeder nog weleens een brief met verhalen over hoe het ging. Maar van Henk hoorden ze nooit meer wat….

Vader was van 1885 en dus al wat ouder en hij hoefde niet ook naar Duitsland om te gaan werken. Moeder was een sterke vrouw die goed voor de 5 kinderen in huis kon zorgen.

 

Als er weer eens Duitsers aan de deur kwamen voor 'Arbeitseinsatz', dan pakte moeder snel een ansichtkaart van Kees en liet zien dat haar zoons al in Duitsland aan het werk waren!! Op deze manier voorkwam ze dat zoon Herman ook naar Duitsland moest vertrekken.

 

De vader van Jan ging regelmatig op de fiets naar Nijkerk, naar boer van Dasselaar, en dan kreeg hij melk mee, of een kip/gans en ander eten.

 

Jan ging naar de Aloysiusschool in Bussum die nu niet meer bestaat. Hij is lang geleden al afgebroken en er zijn woningen voor in de plaats gekomen. Gelijk na het starten van de oorlog trokken de Duitsers in de Aloysiusschool en moesten de kinderen een heel eind verderop in Bussum-Zuid naar een vervangend schoolgebouwtje gaan. Jan moest dus een heel eind verder gaan lopen.

Tweelingzus Tina zat op de meisjesschool naast de Koepelkerk in Bussum.

 

Jan ging regelmatig voor thuis houthakken en zagen op een zelfgemaakte bok met trekzaag. Hij trok eerst met een broer van hem het bos in en later zaagden ze het blok hout thuis kleiner. Aan de sloot van de Jan Ter Gouwweg stonden ook veel bomen, die in de oorlog zijn omgezaagd.

Op de Jan Ter Gouwweg zat ook de steenfabriek en daar werd allemaal generator-hout gezaagd. Dat zijn kleinere blokjes hout die in een gasgenerator werden gegooid totdat het mobiel waarbinnen de generator zat kon gaan rijden.

Jan heeft tijdens de oorlog diverse keren gezien dat mensen werden gearresteerd. O.a. een jonge Joodse man (17 jaar oud) in de Jan Steenlaan. Hij herinnert zich ook nog vele mensen met een ster op hun jas.

 

Op 31 augustus 1941 (de verjaardag van Koningin Wilhelmina), toen moeder ‘s ochtends de verduistering van de ramen weghaalde, ontdekte ze dat er op de 64 meter hoge schoorsteen van de Gooische Stoomwasserij met enorme letters stond geschreven: ‘Oranje Boven!’ Dit was tot ver in de omtrek te zien!! En dat veroorzaakte een enorme ophef in de buurt!!!

De Duitsers hebben toen een gemeenteambtenaar uit de St. Annastraat uit de Vesting opgepakt en gedwongen om de letters weg te schilderen!

 

 

Omdat Jan als jongetje dat allemaal gezien heeft uit zijn slaapkamerraam en in 2020 nog de enige overgebleven getuige was van die schoorsteenschildering, heeft hij het ‘Oranje Bovenpad’, (het historische pad van de Jan Ter Gouwweg naar de Rubenslaan), mede mogen openen! Hij mocht het lint doorknippen!

 

Gedurende langere tijd in de oorlog bracht Jan opgeladen accu’s naar collega’s van zijn vader van de Gooische Stoomwasserij thuis. Jan’s vader had ze dan overdag opgeladen op de wasserij, en als Jan ze dan naar de collega’s thuis had gebracht, dan hadden die mensen weer even wat batterij-stroom voor licht. Bij Jan thuis hadden ze natuurlijk ook zo’n batterij!

 

In ‘44 werd het voedsel steeds schaarser en dus ging Jan’s vader samen met zijn dochter Rietje of soms Jan’s moeder op voedseltocht met de fiets. Ze sliepen onderweg dan bij een boer op het erf. Tijdens die logeertochten hadden ze dan een knijpkat om zichzelf wat licht te verschaffen. Ze gingen naar Nijkerk en Dedemsvaart.

Er werden flinke grote tochten afgelegd, en vaak kwamen ze dan weer thuis met wat voedsel, meegekregen van de boeren. Met dat schaarse voedsel heeft het gezin het nog nét gered. Ook met hulp van het heerlijke Zweedse wittebrood dat er toen was met name in februari en maart ‘45 en de maanden daarna de voedseldroppingen.

Jan’s latere eerste vrouw is in die periode wegens ondervoeding met een vuilniswagen naar het Noorden gebracht. Terwijl ze in die vuilniswagen zat, werd ze net voor het eerst ongesteld en raakte flink in paniek! Ze riep toen naar een begeleidster dat ze bloedde!!! Die begeleidster heeft haar toen bij zich genomen en voorzichtig verteld wat menstruatie inhield.

In oktober ‘44 gingen de Duitsers steeds meer mannen oppakken voor ‘arbeidsdienst’ en hielden dan razzia's. Jan maakte het ook wel mee dat hij getuige was van het oppakken van mannen die dan naar de Lange Bedekte Weg werden gebracht om van daaruit naar Kamp Amersfoort te worden gebracht. Soms gebeurde het weleens dat een man het water in sprong en dan tussen de fluitende kogels door probeerde te ontsnappen. Zijn broer Herman is zo ook wel eens ontsnapt door in het water te springen en naar het vogelasiel te zwemmen.

 

Een gebeurtenis die heel veel indruk maakte op Jan:

Op 31 januari 1945 fietste een jonge man vlak bij de Thierensweg, toen hij staande gehouden werd door een Duitse soldaat met een geweer. De soldaat wilde hem zijn fiets afpakken, waardoor een schermutseling ontstond. De man pakte het geweer af en verwondde de Duitser. Helaas was hij niet dood. Want door het ‘Niedermachungsbefehl’ van Hitler, mocht de Sicherheitspolizei 5 verzetsmannen die ze hadden opgepakt als vergelding voor het verwonden van de Duitse soldaat gaan fusilleren! En dat deden ze ook!

5 Mannen uit Amsterdam werden naar Naarden vervoerd en voor het vuurpeloton gezet!

Toen Jan deze gebeurtenis vernam was hij er helemaal ellendig van. Later vertelde hij deze gebeurtenis aan velen die het wilden horen.

Maar een gebeurtenis waar hij niet graag over sprak vanwege het intense verdriet was:

Vrij aan het einde van de oorlog had Jan een vriendinnetje. Hij was toen 12 jaar oud. Op een gegeven moment waren ze bij elkaar toen er net een razzia gehouden werd. Het meisje probeerde over een schutting te vluchten, maar dat lukte maar matig. De Duitsers schoten op haar, en toen is ze neergeschoten. Jan was intens verdrietig, en dit heeft een enorme schok achtergelaten.

 

Op 21 maart 1945 heeft Jan het bombardement op het door de Duitse bezetter gevorderde hotel ‘Bosch van Bredius’ ook meegemaakt. Jan zag dat er 3 geallieerde kettingbommen aan elkaar hingen in de lucht. Die hebben het hotel voor een groot deel tot ontploffing gebracht.

Dat maakte enorme indruk op Jan!

Na de bevrijding kwamen er veel straatfeesten waarbij warme chocolademelk werd uitgedeeld. De vlaggen hingen overal uit! Mensen die geen roodwitblauwe vlag hadden kregen een oranje vlag om op te hangen! Of ze drenkten een laken in uienschillensap, waardoor het ook oranje werd!

 

Als je van de Paulus Potterlaan tegen de Wasserij aankeek dan zag je allemaal van die lichtkappen die nodig waren om het licht dat in de Wasserij gebruikt werd tijdens de oorlog te dimmen. Vlak na de bevrijding waren al die lichtkappen roodwitblauw geschilderd!! Dat stond zo prachtig!

Net na de bevrijding wilden ze mannen naar o.a. Nijmegen en Arnhem sturen om herstelwerkzaamheden te gaan doen in die verwoeste steden. Jan’s oudste broer Herman werd ook voor die taak uitgezocht en gebracht naar het vertrekpunt aan de bedekte weg in de Vesting. Herman kon goed zwemmen, en dus sprong hij over de dijk in de Naardergracht en kwam weer uit bij het Vogelasiel. En zo ontsnapte hij voor een tweede keer op dezelfde manier aan een klus waar hij geen zin in had.

Jan’s broers die in Duitsland hadden moeten werken keerden gelukkig terug naar Holland. Ook Henk, die nooit meer wat van zich had laten horen, keerde terug. Wel met diverse oorlogstrauma's en met een groot gat in zijn linker onderbeen van een zwaar bombardement dat hij in Duitsland had meegemaakt.

En helaas hierdoor alle gevolgen: drankmisbruik, etc.

Het trieste was dat de meesten in de jaren na de 2e WO nauwelijks spraken over alle ellende. Er was niet op grote schaal therapie om alle trauma’s te verwerken. De mensen sudderden en ploeterden maar door….