Jos van Alteveer

Opgetekend door Ingrid op den Velde

Geboren: 27 januari ‘39.

Ik ben uitgenodigd bij Jos van Altveer en zijn vrouw thuis en wordt allerhartelijkst ontvangen. Jos heeft zijn opleiding gehad bij de PTT en gewerkt als administrateur bij de radiodienst. Later werkte hij op het Telefoonkantoor op de Dam en had 2500 dames in dienst. Hij kent zijn echtgenote al vanaf de middelbare school. Zij was 14 toen ze al bij Jos thuiskwam om met zijn trein te gaan spelen op zolder. Ze hebben hun hele verdere leven samen doorgebracht.

Jos kan prachtig vertellen over zijn leven en met zijn 3-en hebben we naast een aantal verdrietige verhalen ook veel plezier bij het bespreken van al Jos’ herinneringen.

Jos begint te vertellen over begin 1960. Hij had toen al verkering met zijn vrouw en zat in militaire dienst. Hij was gelegerd in Ede.

Hij kwam bij een nieuw onderdeel waarbij de wachten naar willekeur waren ingedeeld. Jos zou de wacht moeten hebben op Sinterklaasavond. Maar dat zou de eerste keer van Jos’ leven zijn dat zijn vader, zeeman en gezagvoerder, thuis zou zijn. Jos had geprobeerd de wacht weg te ruilen, maar dat lukte niet. Dus vroeg hij een onderhoud aan bij de batterijcommandant, met de bekende naam: Ridder van Rappard, een broer van de bekende burgemeester van Gorkum, Ridder van Rappard, en daar stond Jos: strak in de houding. Van Rappard vroeg: “Wat is je verhaal?” Jos vroeg de batterijcommandant om hulp om vrij te krijgen op 5 december. Van Rappard vroeg: “Hoe kan het dat jouw vader voor het eerst van jouw leven thuis is met Sinterklaas?”, waarop Jos antwoordde dat zijn vader zeeman en gezagvoerder was. Jos moest gaan zitten en zijn verhaal doen, want zijn batterijcommandant bekende dat hij een zwak had voor zeeman’s families. Die commandant vertelde dat hij in de oorlog, in ‘44 in de trein zat van Amsterdam naar Amersfoort toen er een heftige controle van de Duitsers was. Gewapende militairen doorzochten de trein. Je had toen coupées waarbij je op loopplanken achter elke wagon kon lopen om in en uit te stappen. Deze commandant wist dat er bij Naarden extra langzaam zou worden gereden zodat hij daar van de trein kon springen en in de daar aanwezige boomgaard zou kunnen belanden. Daar zou hij dan doorheen rennen om vervolgens bij een laan met huizen terecht te komen. Dat gebeurde ook, alleen stonden gewapende Duitsers hem op te wachten die met hun machinegeweren gelijk op hem begonnen te schieten. De commandant rende door de kwekerij terwijl de machinegeweren op hem werden leeggeschoten! Hij kwam bij een laan en rende verder tot het eind van die laan waar een vrouw hem stond op te wachten. Zij zei: “Kom gauw!! Huis in!!!” Hij kwam daar in de keuken waar ook een klein jongetje zat….

De commandant vroeg in 1960 aan Jos: “Jij bent toch niet dat jongetje?” En Jos antwoordde: “Ja, ik kan het me nog herinneren!”

Dat was natuurlijk een waanzinnige ontdekking!!! De moeder van Jos had de commandant 's leven gered!!De batterijcommandant zei tegen Jos dat hij moest zorgen thuis te zijn voordat zijn vader thuis zou komen voor Sinterklaas en Jos mocht pas weer vertrekken naar Ede als zijn vader zou zijn vertrokken naar zee.

Een week later sprak deze batterijcommandant Jos plus 100 soldaten in hun standplaats Ede aan en zei: “Als jullie allemaal zo’n moeder hadden gehad zoals hij (en hij wees op Jos) dan had de oorlog een half jaar korter geduurd!” Voor de oorlog zaten de ouders van Jos bij de Gereformeerde Kerk. En in ‘33 verbood de Kerk al de Hollanders om lid te worden bij de NSB. Jos’ ouders vonden dat ook een goed standpunt.

 

Jos’ moeder Paula (van Altveer-Vos) was een opvallende, moedige vrouw. Ze had 2 kleine kindertjes en toch nam ze enorme risico’s in de oorlog.

Jos, zijn vrouw en ik raken in gesprek over moed tijdens de oorlog, en ik vraag me af of ik ook zo moedig zou zijn met 2 kleine kinderen in zo’n gevaarlijk tijdperk.

Jos vertelde dat hij in de jaren ‘70 (misschien ‘80) aan een dierbare Joodse vriend van hem die tevens achterbuurman was en Hans heette, aanbood om zijn kinderen op te vangen en in huis te nemen, mocht het ooit nog weer mis gaan in Nederland. Hun achtertuinen raakten elkaar en op de grens hebben ze toen een poortje gemaakt dat je alleen kon vinden als je wist dat het er zat. Normaal zag je het niet. Hans vertelde later aan Jos en zijn vrouw dat dat zo’n enorme rust heeft gegeven in zijn leven! Zoveel angst als die Hans had meegenomen uit de oorlogsjaren, waarin hij zat ondergedoken en tientallen familieleden verloor!

 

Jos kende het risico van onderduikers in je huis opnemen in de oorlog, waarbij de mensen die dat deden het niet overleefd hebben.

Voor de oorlog had Paula een paar jaar in Duitsland gewoond, waar haar vader een boerderij had. Na een paar jaar (tijdens de opkomst van Hitler) zijn ze weggegaan, maar Paula had inmiddels wel vloeiend Duits leren spreken. Dat kwam haar later goed van pas.

Jos woonde in de Van Lijndenlaan in Naarden tijdens de oorlog. Hij was 1,5 toen de oorlog uitbrak. Ook al was hij nog zo klein, hij weet nog wel dat in juni ‘41 veel Duitsers die Nederland bezetten naar Stalingrad zijn gegaan. Hij weet nog dat hij met zijn moeder bij de spoorbomen zat toen de trein met allemaal Duitsers voorbij kwam rijden. Die soldaten zaten te zingen en te juichen. Paula zei tegen Jos dat hij niet mocht lachen, noch zwaaien. ”Ze gaan naar Duitsland en ze komen nooit weer terug!” En hoe klein hij ook was, dit weet hij nog! Dat heeft kennelijk zoveel indruk gemaakt!

Zijn gezin had NSB'ers als buren, wiens naam Jos nog weet maar uit piëteit zal hij die niet noemen. Maar de ouders van Jos waren close met het Verzet, zeker zijn moeder. Zijn vader Pieter zat sinds september ‘39 op de koopvaardij op zee, op het vrachtschip ‘De Zaanland’ , toen de oorlog daar immers al begonnen was en daarbij de eerste koopvaardij mensen al sneuvelden. Pieter kwam pas weer terug in november ‘45 (want de oorlog duurde op zee tot half augustus ‘45).

Pieter was gedurende de oorlog nooit thuis, heeft gigantisch veel risico gelopen en enorm veel meegemaakt. Zo heeft hij een paar keer vanuit Miami in zijn koopvaardijschip 10.000 ton bommen als scheepslading naar Engeland gevaren. Met 1 zo’n lading kon de Royal Air Force 1 nacht bombarderen. Als zeeman had Pieter ook vrienden en kennissen in Hamburg waar hij regelmatig voor en na de oorlog kwam. Hij vond het vreselijk als hij dan hoorde waar de Engelsen hun bommen hadden losgelaten en daar ook mensen bij zijn omgekomen die Pieter kende.

Jos herinnerde zich dat, veel later na de oorlog, zijn vader een keer thuis kwam met een Duitse kennis van het werk, toen Jos ook naar huis kwam met zijn legeruniform aan. Op de mouw van zijn uniform stond de standplaats waar Jos toen was gelegerd, namelijk Kornwerderzand. Die Duitse kennis van zijn vader zei toen tegen zijn vader: “Ach Pieter, dort ist mein Sohn gefallen.”

In het huis van Jos had Paula een wapenopslagplaats. Die opslagplaats was in de schoorsteen die grensde aan die van de buren. In die schoorsteen is een opgang gemaakt met een doorbraak naar het huis van de NSB-buren en daar op dat plafond werden dikke gewatteerde dekens gelegd. Op die dekens werden vervolgens de wapens gelegd. De buren hebben niets gemerkt toen dat werd aangelegd, want toen waren ze met vakantie! Die wapenopslagplaats is gelukkig nooit ontdekt.

In de oorlog kwamen er bij Jos thuis een paar Rijksduitsers over de vloer; dit waren mogelijk Duitsers die vanwege geloof of politieke voorkeur Nazi-Duitsland waren ontvlucht. Dokter Verburgt en dominee Arie van der Weg zijn toen, na het bezoek van die Rijksduitsers, de buurt rondgegaan om uit te leggen wie Paula was. Paula gebruikte als verzetsvrouw die Duitse contacten als dekmantel. Om te voorkomen dat Paula verdacht werd Pro-Duits te zijn, gingen de dokter en dominee dus de buurt langs.

Omdat zij vloeiend Duits sprak heeft Paula een paar keer geprobeerd om tijdens arrestaties van mannen in de buurt te bemiddelen en te proberen zo’n jongen of man vrij te krijgen. Bij 1 zo’n poging kreeg Paula de opdracht “Ins haus" te gaan, waarop ze antwoordde: “Ich suche die katze! Das glauben sie nicht und ich auch nicht!” Pa

Jos’ grootvader was ook een moedig man. Want toen zijn Joodse buren tijdens de oorlog werden gearresteerd, heeft hij zijn wandelstok kapotgeslagen op de helm van een Duitser. Toen is hij vervolgens het huis ingetrapt door de Duitsers, maar werd gelukkig niet opgepakt.

Later in de oorlog was er een luchtaanval in de buurt van het station (bij de Juliana van Stolberglaan) waarbij Engelse bommenwerpers een Duitse munitietrein bombardeerden.  Erontstonden zulke heftige ontploffingen dat o.a. Jos en Paula naar binnen moesten vluchten en daar los van de grond kwamen door de luchtdruk. Jos zag het grote raam van de kamer opbollen als een bal en ineens was het hele raam weg! Zo’n enorme knal! Het raam was zo versplinterd dat je geen korreltje of iets ervan meer kon terugvinden! Door de enorme klap heeft Jos toen een gehoorbeschadiging opgelopen…

Een paar dagen na het vernietigen van die trein moest Jos naar het Laegieskamp toe en van daaruit hadden ze uitzicht op waar die trein had gestaan. Er stonden nog meer treinen die aangevallen werden op dat moment dat Jos keek en hij zag die wagons opzwellen en in een enorme stofwolk verdwijnen. Hij had ook een grote verzameling munitie die hij samen met zijn vriendjes vond bij dat soort gebombardeerde plaatsen. Jos had 2 vriendjes die ook oude munitie hadden gevonden en dan fikkies stookten. Vervolgens gooiden ze patronen in dat vuur! Levensgevaarlijk!! Het ene vriendje moet nu 5 bier bestellen met een vuist zonder vingers en het andere vriendje is zijn hele hand kwijtgeraakt!

 

In de jaren ‘60, toen Jos dienstplichtig was, werd hij uit de batterij geselecteerd om honderden handgranaten op scherp te stellen! Ook al was hij daar hartstikke bang voor, hij deed het toch! Daarom was hij extra voorzichtig en dat heeft hem geholpen.

Hij moest in dienst ook handgranaten gooien en instructie geven hoe je dat moest doen.

Eén keer zat hij in een loopgraaf met zijn maten en beneden in die loopgraaf zat verderop een uitgegraven put. In die loopgraaf stond een medesoldaat die een fout maakte: hij trok het ringetje uit de handgranaat en gooide het ringetje weg terwijl hij de granaat vast bleef houden en vervolgens van schrik liet vallen! Jos heeft die granaat toen een schop gegeven, waarbij de granaat in die put viel. Dat gaf me toch een klap!!! Dus de rest van de dag was Jos vrijgesteld.

Terwijl Pieter in de oorlog op de Koopvaardij voer, had hij geen contact met het thuisfront. Maar zowel vader als moeder wisten van elkaar dat ze flinke gevaren liepen!

Jos’ vader was koopvaardij-officier, en hij kwam voor de oorlog 3 a 4 keer per jaar in Hamburg. Daar lag hij dan een paar weken afgemeerd bij de ‘Hollands werf.’ Daar werden oorlogsschepen gebouwd; kruisers. Dan trok zijn vader een overall aan (een ketelpak) en ging met een boek en een duimstok op zo’n schip opmeten wat er was gebeurd. Na 3 maanden was hij er dan weer en ging hij opnieuw een kijkje nemen. Zo hield hij alles bij. Hij schreef dat uit en postte het vervolgens anoniem op het Engelse gezantschap in Amsterdam.

Dit was een soort vroege verzetsdaad nog voor de oorlog begonnen was.

Toen de oorlog uitgebroken was en Nederland nog niet betrokken was, moesten alle schepen die de zee op gingen langs Duins om te controleren of ze geen spullen vervoerden voor Duitsland. Pieter moest daar ook aanmeren voor controle. Er kwamen 2 Engelse marine-officieren en een burger aan boord voor controle. Die burger bleek een grafoloog die een paar rapportjes bij zich had. Pieter herkende daarvan 1 rapport dat hij had geschreven in Hamburg destijds. Zo toevallig!

Die koopvaardij-konvooien hadden voordat ze gingen uitvaren een briefing van de gezagvoerders en een aparte briefing voor de marinemensen. De gezagvoerders werden ‘Master’ genoemd en Master van Altveer (Pieter) was de enige gezagvoerder die mocht blijven bij de briefing van de marine.

Later had je veel problemen met de schepen in Argentinië en Brazilië en als Pieter hulp nodig had ging hij altijd naar de Britse ambassade, want in het Nederlands gezantschap had hij niet veel vertrouwen. Pieter onderhandelde dan in naam van de ‘Nederlandse Koopvaardij.’

Pieter was op een gegeven moment ook onderdeel van het ‘Malta-konvooi’. Er waren 4 koopvaardijschepen die naar buiten moesten, de zee op. Er lagen toen 20 Engelse marineschepen die hen begeleidden naar Malta. Ze zijn vreselijk gebombardeerd. Pieter en zijn bemanningsleden waren de enigen die met hun schip aankwamen. De andere 3 schepen waren vergaan.

Pieter moest op een gegeven moment ook naar Tobroek in Noord-Afrika om Australische en Schotse soldaten te brengen die rechtstreeks naar het front moesten. Bij het van boord gaan zouden die soldaten beschoten kunnen worden door de Duitsers, dus hebben ze een koopvaardijschip dat daar lag gekeerd richting de Duitse linies om ze vervolgens te beschieten met het boordkanon dat op het achterdek stond.

In de oorlog kwam Pieter helemaal niet thuis!

Jos zag zijn vader voor het eerst (bewust) toen Pieter in november ‘45 thuis kwam. Pieter had Jos’ zusje (die in juni ‘40 geboren was) nog nooit gezien!!! Pieter zou opgehaald worden met de taxi vanuit Amsterdam. Paula was al vooruit gereisd en begroette haar man al in Amsterdam. Samen gingen ze met de taxi naar huis. De hele buurt van de Van Lijndenlaan kende het verhaal van Jos’ gezin, dus toen Pieter thuis kwam was iedereen uitgelopen!! Jos en zijn zusje stonden tussen de andere kindjes uit de buurt. Eerst stapte Jos’ moeder uit de taxi en daarna stapte een man in een blauw uniform uit. Hij vroeg: “En Paula, welke twee zijn nu van ons?” Grote hilariteit in de buurt, maar ook een enorm applaus voor Pieter!

Als beloning voor het feit dat hij 5,5 jaar weggeweest was, kreeg Pieter verlof van 14 dagen! En daarna ging hij weer….De kindjes vonden het eigenlijk niet zo erg dat pappa weer vertrok, want hij kreeg veel te veel aandacht van mama!! ‘s Ochtends mochten de kinderen altijd bij Paula in bed, maar toen Pieter was thuis gekomen vond Jos het zo raar dat hij ‘die vent’ de volgende ochtend naast zijn moeder in bed aantrof!! Dat was toch de plek van Jos en zijn zusje??? Vanaf het moment dat Pieter weer naar zee ging kregen de kinderen weer veel meer aandacht!

 

Zeemansgezinnen (of je kapitein was of matroos maakte niet uit) kregen 100 gulden in de maand. Dat was geen vetpot. Daar moest de huur van betaald worden (40 gulden) en eten.  Dus het gezin van Jos leed echt honger in de oorlog. Aan het eind van de oorlog kostte een kilo meel al 100 gulden…..Jos herinnert zich nog dat zijn moeder, zusje en hij op het einde van de oorlog erwtenmeel hebben gegeten. Hij werd op de keukenstoel gezet bij de koffiemolen en hij moest 3 handjes erwten malen. Dat meel werd in een pannetje op het kleine fornuisje dat ze hadden met water gekookt. Dat aten ze zo op. Jos herinnert zich nog dat ze hun borden aflikten.

Ten financiële ondersteuning van Koopvaardij Gezinnen richtte de heer Walraven van Hall als ‘Bankier van het Verzet’ een fonds op. Hij was voor de oorlog een bevriende collega-stuurman van de vader van Jos geweest. Hij kwam ook regelmatig bij Jos thuis en dan kroop Jos bij ‘Oom Wally’ op schoot.

Op een dag kwam hij niet meer, maar Paula heeft verzwegen dat dat kwam omdat hij vermoord was!

Op een gegeven moment in ‘42 stond bij het station (niet ver van Jos’ huis) een goederentrein die volgeladen was met Joden die opgebracht waren in Amsterdam. Hun gekrijs en geschreeuw ging door merg en been. Paula haalde Jos en z’n vriendje naar binnen en zette de platenspeler keihard aan zodat ze niet langer het nare geluid konden horen!

Jos herinnert zich ook nog Duitse treinen die kolen kwamen brengen voor de gasfabriek. Als hij als jongetje dan stond te kijken, zag hij hoog boven hem in de locomotief de machinist. Dit was een aardige machinist, want zonder dat Jos het goed zag, viel er ineens een groot stuk steenkool vlak voor zijn voeten! Jos wist gelijk wat hij moest doen: namelijk zijn blouse openmaken en het stuk steenkool erin verbergen en gauw naar huis brengen. Daar moest hij het steenkool dan in kleine stukjes timmeren voor het fornuisje van zijn moeder.

Ze hadden geen elektriciteit meer; dat was overal afgesloten in de buurt. Van een kennis hadden ze een boom gekregen die Jos dan moest zagen. Zo klein als hij was (5 jaar). Paula had een klein brandertje dat ze op het gasfornuis had geplaatst (waar geen gas meer uit kwam) en in dat brandertje werd hout gestookt. Ze woonden ook in de keuken, want dat kon je een beetje warm maken gedurende de winter.

 

Rond mei ‘43 moesten de Hollanders van de Duitsers hun radio’s inleveren. Jos herinnert zich nog dat zijn moeder een doos droeg waar een radio in zou moeten zitten. Mogelijk met ‘Philips’ op de doos. Die werd achterop de fiets gebonden door Paula en weggebracht. Zo kon de buurt zien dat ze haar radio had ingeleverd. Maar in werkelijkheid had ze alleen een lege doos achterop gebonden, en die doos ergens verderop weggegooid. Zo behield ze haar radio en luisterde ze naar ‘Radio Oranje!' Jos werd een keertje betrapt omdat hij in de straat liep te zingen : ‘Hier is Londen op de 49 meter band!' Bloemist Kleuver uit de omgeving was toen net in de buurt en tilde Jos op om hem vervolgens een enorme draai om zijn oren te geven! Met de tekst: “Als je het nóg een keer doet, krijg je echt een pak slaag!”

Die meneer Kleuver vaderde een beetje over Jos. Hij had een hele mooie schommel in de tuin en daar ging Jos heel regelmatig schommelen.

Paula luisterde dus stiekem naar Radio Oranje.

Twee huizen verderop woonde een kinderloos echtpaar dat wel aardig was. Helaas waren het NSB'ers. Paula wist daarvan en had haast geen contact met hen, maar Jos kwam er wel eens over de vloer. Zijn moeder vond dat niet erg, want zij was een heel breed denkend mens. Toen Jos daar op een feestje in de tuin was, vroeg iemand aan hem: “En Jos, hoe is het met jouw vader?” Jos antwoordde vol trots: “Heel goed! Hij is in Engeland en vecht daar voor ons!” Het hele gezelschap viel stil….

 

Jos zat op een dag in een trein van Amsterdam naar Bussum, en weet nog goed dat hij door een Duitser op schoot genomen werd. Dit is hem goed bijgebleven, want hij heeft de hele reis als een plank op schoot gezeten: verstard van angst! Jos had een vriendje Keesje en dat was een Joods jongetje. Samen met een groentekweker Hogendijk is Keesje verraden. En zij zijn beiden niet teruggekomen….Daar werd door niemand ooit meer over gesproken. Het werd letterlijk doodgezwegen. Dit heeft zoveel indruk op Jos gemaakt.

Jos weet nog goed dat in de Emmaschool in de buurt Duitse soldaten zaten. Als ze dan in de buurt aan het marcheren waren, terwijl Jos aan het buiten spelen was, was hij zo bang dat hij direct over een hek klom dwars door de rozenstruiken heen en vervolgens bloedend op de grond lag te trillen van angst. Die enge Duitse soldaten hadden zijn vriendje Keesje meegenomen… Bovendien voelde Jos ook wel dat zijn moeder dingen deed die geheim moesten blijven voor die enge soldaten….Als kind kon hij heel sterk stemmingen en angsten aanvoelen.

Jos ging met 4 jaar naar de Brandsmaschool en mocht daar al heen lopen van zijn moeder. Op een morgen op weg naar school zag hij een bloemkool liggen op de stoep. Hij wist wat voor een kostbaarheid dat was, dus hij verstopte hem in de heg vlakbij. Op de terugweg heeft hij hem weer uit de heg gehaald en naar zijn moeder thuis gebracht!! Hij was behoorlijk wijs voor zijn leeftijd.

Eens brak er een luchtgevecht uit tussen twee Engelse Spitfires en Duitse vliegtuigen. Jos liep toevallig in de buurt in het veld. Hij zag hoe de twee Spitfires zo laag vlogen, dat ze zelfs onder hoogspanningskabels doorvlogen!

Door de kogels die ze op elkaar afschoten, zag Jos het zand vlak voor zich opspuiten!

 

Paula had gedurende de oorlog meerdere onderduikers in huis genomen. Die zaten op zolder en verstopt in ruimtes die je niet zomaar kon zien. De schuilruimtes waren heel slim gebouwd en met het blote oog niet makkelijk te herkennen.

Toen op een gegeven moment bekend werd dat er huiszoekingen zouden komen, stopte Paula haar kinderen in bed en gaf ze de instructie: "Als er Duitse soldaten binnenkomen, moeten jullie zo hard mogelijk gaan krijsen!” En Jos herinnert zich, dat er een bajonet de hoek om kwam (gevolgd door de soldaat die het geweer vasthield) en Jos begon zo hard mogelijk te krijsen…. Die soldaat is toen teruggedeinsd…. En dat was maar goed ook want in de kleerkast zat de ingang naar het onderduikhol! Jos en zijn zusje hebben die Duitsers weg gekrijst! Helaas gingen die Duitse soldaten niet het huis uit, maar verzamelden zich met nog wat makkers op de trap. Daar zaten een stuk of 5 soldaten met het geweer tussen hun benen en ze aten een appeltje. Paula had ze allemaal een appeltje gegeven. Mogelijk omdat ze tegen haar gezegd hadden: “Wir sind Soldaten, keine Menschenjäger!" Ze hebben 10 minuten op de trap gezeten en hun appel gegeten in plaats van het huis te doorzoeken. Paula had dat op 1 of andere manier goed aangevoeld.

Er hebben tijdelijk ook Joodse dames ondergedoken gezeten, die op straat verraden zijn. Paula was daar gelukkig niet bij. Die Joodse dames zagen niet altijd het risico van de situatie, want bij Paula in huis gingen ze piano spelen…..Ze waren dus niet voorzichtig genoeg. Die dames kwamen door de achterdeur binnen en ook via een kwekerij achter het huis, zodat ze ongezien zouden zijn. Maar ze wilden ook wel eens door de voordeur naar binnen gaan! Terwijl ze een uiterlijk hadden waarvan je zou kunnen zeggen dat het Joods was. Toen ze opgepakt waren heeft Paula nooit meer over hen kunnen praten.

 

Bij de karnemelksloot had je een aantal forten. Daar stond afweergeschut van de Duitsers. Als de Engelsen dan over kwamen vliegen met honderden vliegtuigen kon Jos vanuit zijn slaapkamerraam, zittend in de vensterbank, die vliegtuigen maar ook de kanonnen goed zien. Het was machtig indrukwekkend om die honderden zware bommenwerpers over te zien vliegen en als ze dan terug kwamen om weer richting Engeland te gaan, dan hoorde Jos aan haperend motorgeluid dat sommigen waren aangeschoten. Soms wel met een hele grote vlam erachter. En het gebeurde ook weleens dat zo’n aangeschoten Lancaster-bommenwerper met 4 motoren vlak over hun huis vloog richting IJsselmeer waarbij dan de dakpannen trilden en de ruiten rinkelden! De Britten probeerden dan op het water te landen in plaats van op het land; dat was iets veiliger.

Jos was een keertje bij een familiefeestje bij een tante in de Vondellaan. Hij herinnert zich nog dat zijn moeder op een veel te vroeg tijdstip weer naar Jos kwam en naar huis wilde. Ze had een heel angstig voorgevoel dat er iets met Piet (zo noemde ze Pieter) was gebeurd. Het bleek al gauw uit de berichten dat Pieter’s konvooi op die dag was getorpedeerd. Paula voelde dit aan, terwijl er een oceaan tussen hen zat! Omdat Pieter en zijn mannen zeer bekwame zeelui waren wisten ze te ontkomen aan de dood. Het schip is wel vergaan. Nederland had toen de 5e of 6e grootste koopvaardijvloot ter wereld maar heeft wel 100-en koopvaardijschepen verloren in de oorlog. De koopvaardij was 1 van de grootste bijdragen van Nederland aan de oorlog. Die voorzag allerlei landen van voedsel, wapens, materialen. Het schip van Pieter, dat circa 160 meter lang was, had 1 groot vriesruim aan boord, en dat was in die tijd nog bijzonder. Hij voer dan ook op Argentinië om enorme hoeveelheden vlees op te halen om vervolgens in Amsterdam te lossen.

Omdat het te gevaarlijk werd door het werk dat ze deed, heeft Paula haar kinderen weggebracht naar een andere familie om daar veilig te zijn. Ze wist namelijk dat ze ook in de gaten gehouden werd. En met kleine kinderen zouden de Duitsers haar kunnen chanteren.

Dus aan het einde van de zomer van ‘44 werden Jos en zijn zusje ondergebracht (‘gedumpt’) bij familie van Heeringen in Mijdrecht.

Arie van Heeringen was een vogelvrijverklaarde en had al lange tijd bij Paula en de kinderen ondergedoken gezeten. Die Arie had het distributiebonnen-kantoor bij Breukelen overvallen en beroofd van allerlei bonkaarten.

Familie van Heeringen was nogal groot en Jos’ zusje werd ondergebracht bij 1 deel van die familie aan de ene kant van Mijdrecht terwijl Jos ergens aan de andere kant van Mijdrecht zat. Hij heeft zijn zusje toen betrekkelijk weinig gezien.

Jos zat bij een echtpaar dat geen kinderen kon krijgen en graag Jos opnam in hun huis. Maar ze waren niet echt aardig voor Jos en Jos zelf was ook flink bijdehand geworden door zijn leventje in Naarden. Hij mistte zijn moeder verschrikkelijk. Die mensen waarbij hij in huis zat konden niet goed met Jos omgaan en hebben hem op een gegeven moment opgesloten op de wc. Jos is daarna weggelopen toen hij de kans kreeg. Met zijn koffertje gepakt is hij er vandoor gegaan en is een heel eind verderop gaan aankloppen bij een wildvreemde familie. Hij had kennelijk zo’n aandoenlijk verhaal dat hij bij die familie mocht blijven! Hij had echter 1 pech: Hij wist niet meer hoe hij heette!! Althans, hij deed natuurlijk maar alsof. Als echt ‘verzetsjongetje’ is Jos op deze manier een paar maanden compleet van de radar geweest. Zijn moeder heeft dat ook nooit geweten.

Weer later kwam Josje bij familie Mulder, een melkrijder, in Mijdrecht te wonen. Daar was natuurlijk veel melk en kaas. Hij heeft daar de melk leren karnen. Ook dacht Jos dat hij in no time geleerd had de paarden te mennen: Meneer Mulder had een melkkar met 2 paarden, die altijd precies dezelfde route liepen om de melk weg te brengen. Jos zat op de wagen met de leidsels in de handen en dacht dat hij de eerste keer al gelijk alles onder controle had! Boer Mulder liet hem ook lekker in die waan. Wist Jos veel dat die dieren zo afgericht waren dat ze precies voor de juiste huizen stopten! Apetrots was Jos!

Familie Mulder woonde aan een dijk in Mijdrecht en omdat Jos zijn moeder erg mistte, ging hij vaak op de dijk staan om te kijken richting Hilversum of zijn moeder eraan kwam.

Toen Jos in Mijdrecht woonde, ging hij naar het lokale schooltje. Daar moesten ze toen op leitjes schrijven want er waren te weinig schriften. Als ze echt een schrijfoefening hadden moesten ze 1 blaadje uit een schriftje halen en doormidden scheuren en vervolgens daarop schrijven. Zo schaars was papier.

In Mijdrecht was gelukkig ook meer voedsel, dus Jos en zijn zusje kregen veel beter te eten  dan thuis in Naarden.

Die familie waar hij logeerde zat ook bij het Verzet, want Jos kan zich nog herinneren dat hij een paar keer midden in de nacht met bedje en al werd opgetild. Vervolgens werd de vloerbedekking weggehaald en ging er een luik open waaruit wapens tevoorschijn kwamen. In de ochtend werd hij dan nog een keer opgetild en met bed en al verplaatst zodat de wapens weer terug konden worden gelegd. Jos heeft steeds gedaan of hij niets in de gaten had. Hij durfde daar niet over te praten. Jos sliep dus boven op een geheim wapendepot!

Eén keer, toen Jos weer op de dijk stond, zag hij laag boven de polder een spitfire aan komen vliegen. Dat deden de piloten om onder de radar te blijven. De piloot kon Jos goed zien en zwaaide naar hem! Jos zwaaide uitbundig terug.

Ook gebeurde het op een dag, bijna aan het einde van de oorlog, dat er boven het hoofd van Jos een vuurgevecht uitbrak tussen Canadezen en Duitsers. Ineens dook er een Canadese passant bovenop Jos en drukte hem in de goot. Hij bleef gedurende het gevecht zo liggen en beschermde Jos tot het gevecht over was.

Rond de bevrijding zat Jos ook nog in Mijdrecht bij familie Mulder.

Toen de Duitsers capituleerden en terug trokken naar Duitsland hadden ze geen auto’s meer. Ze reden op wagens die getrokken werden door paarden. Twee dagen lang keek de bevolking naar die terugtrekkende Duitsers.

 

Jos stond buiten met de familie om de geallieerde soldaten te begroeten. Uit de polder kwamen totaal vreemde auto’s die Jos niet herkende. Het waren Canadese auto’s met een ander model. En kennelijk vond 1 van die soldaten Jos zo aandoenlijk dat hij een enorme reep chocola tevoorschijn haalde en aan Jos gaf. En Jos had nog nooit chocola geproefd!!!!

Van een andere soldaat kreeg hij een groot blik meel, waar ze heel lang pap van konden koken. Ook herinnerde Jos zich dat er moffenmeiden werden gearresteerd. Ze werden op een niet schoongemaakte strontkar gezet, rondgereden en er na een tijdje uitgehesen om volledig kaalgeschoren te worden. De hele buurt stond erbij te lachen.

Jos kwam in de zomer van ‘45 weer bij een tante in de Vondellaan in Bussum te wonen, want hij kon nog niet terug naar zijn moeder in Naarden. Paula was flink ziek geworden en moest naar het Diaconessen Ziekenhuis om geopereerd te worden aan haar galblaas. Ze woog toen nog maar 39 kilo…..

Op de één of andere manier had Jos een goed contact met Canadese soldaten in de buurt en met hen kon hij een beetje communiceren. Met handen en voeten kon hij uitleggen dat zijn vader zeeman was. Die soldaten kenden ook het verhaal van Paula en wisten dat zij in het ziekenhuis lag.

Op een dag kwam er een Sherman-tank de Vondellaan in rijden die stopte voor het huis. Jos werd geroepen en mocht op de schoot van die bestuurder in de tank mee rijden naar het ziekenhuis! Zo kon Jos bij zijn moeder op bezoek! Na het bezoekuur hoorden ze het lawaai weer van een naderende tank en dan werd Jos weer aan boord gehesen. Deze bijzondere rit heen en weer naar het ziekenhuis maakte Jos nog een keer, maar toen hebben de artsen verzocht om dat niet nog een keer te doen, want het maakte de patiënten zo onrustig!!

Vervolgens werd Jos door de Canadezen met een Brengun-carrier (een klein pantserwagentje op rupsbanden) heen en weer naar het ziekenhuis gebracht. Of met de motor: met een aantal Canadese soldaten die ook een motor hadden, kon hij het zo goed vinden dat ze hem wel eens meenamen voor een ritje op de motor! Er werd een kussentje op de benzinetank gelegd, en daar werd Jos dan opgezet. Klem tussen de armen van de bestuurder. Jos vond dat een geweldige belevenis!

 

Jos kreeg vlak na de bevrijding Difterie. Dit was toen nog een dodelijke ziekte. Jos weet nog dat hij doodziek was, maar op een gegeven moment kwam er een Canadese soldaat met een grote injectiespuit en die ‘pompte hem weer op!’ Dankzij dat medicijn heeft Jos het overleefd. Mogelijk hadden veel Canadese soldaten veel contact met de kinderen uit de buurt, omdat velen van hen jonge vaders waren en hun kinderen misten….

Omdat Jos flink had zitten opscheppen over zijn moedige vader, wilden de Canadezen zeker ook Pieter ontmoeten toen hij thuis kwam!

Pieter had, doordat hij zeeman was, nooit echt honger geleden. Toen hij een keer op het station stond om naar Amsterdam te gaan, zei iemand: “Kijk, daar staat een O.W.-er!”, (een oorlogswinstmaker). Pieter zag er namelijk welvarend uit. Pieter was woest en antwoordde: “Nog 1 keer, en dan wacht ik tot de trein komt en dan gooi ik je ervoor!” Sindsdien droeg Pieter altijd zijn uniform. Jos herinnert zich nog dat ze een keer in een trein moesten, die toen hartstikke vol zat. Toen stond een oud, bibberig mannetje op voor Pieter en zei hem: “U heeft genoeg voor mij gedaan! Ga alstublieft zitten.” Enorme waardering voor de moed die zijn vader had getoond.

Na de oorlog kreeg het huis in de Van Lijndenlaan een telefoonaansluiting. Van de 34 huizen in de Van Lijndenlaan, hadden er maar 3 een telefoonaansluiting. Dat is waarschijnlijk gekomen door de waardering voor de moed van Jos’ ouders tijdens de oorlog.

Enige tijd na de oorlog zat Paula een keer bij Pieter aan boord, samen met allemaal matrozen en officieren, toen 1 van die jongens vertelde dat hij in Dordrecht zat in de oorlog. Daar kwam altijd op de 3e dinsdag van de maand een vrouw met de trein uit het Gooi naar Dordrecht. Zij droeg een korset dat je op allerlei plaatsen open kon doen en daar zaten allemaal bonkaarten in!

“Nou”, zei Paula, “dat was niet op de 3e dinsdag van de maand, maar op de 2e. En dat was ik!” Paula had dus echt bij het Verzet gezeten, maar niet bij het georganiseerde verzet en dat is haar redding geweest omdat ze dan verraden had kunnen worden. Ze was een geweldig moedige vrouw.

Toen Jos ouder was en meer en meer interesse kreeg voor de oorlog, heeft hij nooit meer uitgebreid met zijn ouders gesproken over ‘40-’45. Wel in de jaren vlak na de oorlog: toen heeft hij veel gehoord van zijn ouders. Maar later werd er gewoon niet meer over gepraat.

Jos weet nog dat hij in ‘46 of ‘47 met zijn moeder en zusje naar de Wilhelminakerk ging omdat ze gereformeerd waren. De dominee die toen sprak zei dat ze allemaal schuldig en verantwoordelijk waren voor wat er met de Joden in de oorlog was gebeurd! Paula pakte Jos en zijn zusje bij de hand, stond op en zei: “Ik heb hier niets meer te zoeken!” Ze liepen de kerk uit gevolgd door de halve kerkgemeente (een paar honderd) die ook woedend was! Heel veel van hen hadden immers onderduikers in huis gehad! Dat was naastenliefde!

 

Jos heeft in de oorlog 11 dierbaren verloren, omdat ze in die tijd zijn vermoord. Dit intense verdriet werd echter doodgezwegen. Daardoor heeft Jos pas later in zijn leven echt moeten leren rouwen. Zeker toen hij later zelf twee dochters verloor, was het rouwen voor hem lastig. Dit lukte pas later met hulp.

 

In de tweede klas van de HBS (in 1951) haalde Jos voor zijn Kerstrapport een 8 voor Nederlands, en een 7 voor Frans. Voor Duits kreeg hij een 2!! Hij weigerde namelijk om Duits te leren en had zijn boek nog niet open gehad. Later bleek in elke klas zulke leerlingen te zitten…. De Leraar Duits, meneer Visserman, heeft hem met veel aandacht overgehaald om toch Duits te gaan leren. Dus uiteindelijk kwam het toch nog goed!

Omdat vrouwen tot 1957 'Handelingsonbekwaam' waren, had Paula in haar tas een kokertje met daarin een door de notaris getekende volmacht. Wat deed zij daarmee? Ze kocht een huis in het Spieghel. Gezagvoerders op de koopvaardij verdienden inmiddels erg veel.

Zij liet dat huis opknappen en toen Pieter thuis kwam van een lange reis kwam hij dus in een heel nieuw huis terecht!

Zij was ook de eerste in de buurt die een elektrische boormachine had! De buurmannen kwamen die bij haar lenen!

 

Toen Jos in dienst zat, bij die batterijcommandant Ridder van Rappard, hadden ze op een gegeven moment instructie hoe je moest omgaan met een stengun. Jos wist wel hoe je daar mee om moest gaan en demonstreerde dat. Hoe je patronen erin moest doen en er vervolgens weer moest uithalen. Hij vertelde er ook bij dat je zo’n stengun niet met een klap moest neerzetten op de grond, want dan kon hij zomaar afgaan! Van Rappard gaf gelijk aan dat dat het model 1943 was. Waarop hij Jos vroeg: “Maar hoe weet jij dat? Toen was je immers nog een klein jongetje?” Jos antwoordde dat hij dat van zijn moeder had geleerd. Die had er immers in de oorlog mee geschoten! En Duitsers geraakt!

Grote hilariteit bij de rest van de soldaten!

Omdat Jos een eigengereide, zelfstandige vrouw was gewend kon hij later heel goed 2500 vrouwen managen op het telefoonkantoor. Hij ging met respect met vrouwen om.

Maar hield wel van humor. Toen hij een keer een vergadering had met 40 cheffins waarvan de meesten rookten, werd er aan hem gevraagd waarom hij niet rookte. Jos antwoordde: “Dat staat zo verwijfd!”  Terwijl iedereen rookte in die tijd….