Mats Paulusson  

Bij ons thuis was de oorlog eigenlijk taboe, van jongs af aan. Mijn opa had verscheidene dingen meegemaakt in Rotterdam waardoor het voor mij niet meer dan een sinister in mysterie gehuld begrip was. Net als ieder andere jongeling was dat natuurlijk juist de trigger. De oorlog was toch vet? Dat was toch een en al heldenmoed en broederschap? Ik wist niet beter. En juist daarom wilde ik op onderzoek uit, wilde ik snappen wat het was. 

Mijn opa loog niet, dat was wel duidelijk, voor hem was die oorlog helemaal niet zo geromantiseerd, dus ergens ging het fout. Op jonge leeftijd begon ik te lezen, te vragen, te kijken, en langzamerhand te begrijpen, te veranderen. Ik wilde alles meemaken. Elke kant van het aspect zien. Mijn eigen mening vormen. Snappen dat oorlog louter angst brengt.

Toen ik dat eenmaal door had begon ik met metaal detectie. En tijdens deze hobby begon ik ook te schrijven. Want als je daar zo staat, midden in het bos, moederziel alleen in een overgebleven Amerikaanse schuttersput, dan pas krijg je een klein vleugje mee van hoe het was. Overal patronen, kogels, stukken van artilleriegeschut of mortieren, de detector pikt alles op. Het geeft een beeld waarmee de fantasie geprikkeld wordt, hoe de situatie was, en onvermijdelijk, of die op dat moment voor de vorige eigenaar van het gat ophield. Afschrikwekkend.

Hoewel het misschien oubollig klinkt, maar ik kan op zulke momenten maar aan één ding denken, één zin; dit mag nooit meer gebeuren. Daarom ben ik uitermate verheugd mijzelf vrijwilliger te mogen noemen van Stichting Behoud Oorlogsherinneringen. Wij hebben de kracht om de huidige generatie te laten zien hoe het was. Wij hebben de kracht het avontuur te ontkrachten en de waarheid te laten zien. Wij hebben de kracht, hoe klein dan ook, om de wereld te informeren en daarmee te behoeden.