Jan Wokke
Opgetekend door Anja Berkhout-Wokke, dochter van Jan.
Onderstaan treft u het aan het verhaal van Anja Berkhout-Wokke. De vader van Anja was dwangarbeider vanaf 1943. In kleine boekjes schreef hij dagelijks zijn belevenissen. De boekjes zijn er nog. Vergeeld en slecht leesbaar. Het is echt een uitdaging om daar een uittreksel van te maken. Het is Anja uiteindelijk toch redelijk gelukt. U leest een samenvatting van zijn verblijf in Wuppertal. Nog niet lang geleden is Anja ook naar Wuppertal gereden en heeft de plaatsen bezocht die door haar vader worden genoemd en waar hij zoveel heeft meegemaakt.
Harrie Oud
Dagboeken van Jan Wokke.( 1923 - 2003 )
Jan Wokke, woonde met zijn ouders, 2 broers en een zus in een kleine arbeiderswoning op de Westerweg in Bergen NH. Er was een grote tuin bij en daar wilde zijn moeder graag een vijvertje. Dat zou tot grote gevolgen leiden….
Jan werd in de eerste oorlogsjaren te werk gesteld op het vliegveld in Bergen en moest daar o.a. bunkers bouwen. Lange tijd zag hij kans kleine hoeveelheden cement voor dat vijvertje mee naar huis te smokkelen, tot het een keer misging en hij tegen de lamp liep. Met enkele anderen werd hij op transport gezet naar Duitsland om in het Ruhrgebied kapotgeschoten gebouwen weer te herstellen.
Zo kwam hij in juni 1943 in Wuppertal terecht, hij is dan net 20 jaar. Met 160 jongens werd hij gehuisvest in een school. Ze sliepen op strozakken en konden zich in de kelder wassen. Per kamer was er plaats voor 20 jongens. Een tafel, stoelen en wat kasten. Siem en Gerrit Houtenbos, Dirk Veldman en Chris Punt waren ook jongens uit Bergen die elkaar al kenden en met elkaar maakten ze er het beste van.
Vrijwel iedere nacht klonk het luchtalarm. In het begin gingen ze dan nog wel naar de schuilkelder, maar ook heel vaak sliepen ze er doorheen. Het laatste oorlogsjaar was er ook overdag vaak alarm. De jongens werden ingeschakeld voor diverse klussen. Een dak repareren. Kozijnen herstellen, van alles wat. Soms ook voor particulieren, waar ze af en toe ook te eten kregen. Die dagen waren dan lang niet onplezierig, want het eten in de school was verder niet al te best.
Hij schrijft regelmatig dat het koud is, en dat het veel regent. Er is nauwelijks verwarming, soms valt het licht uit of is er geen water. De katholieke jongens gingen trouw iedere zondag naar de kerk, daarna vaak naar de bioscoop, want daar was het tenminste lekker warm. Het zwembad was ook in trek want daar kon je warm douchen. In de twee jaar die hij in Duitsland was, is hij 3 x een week op verlof naar huis geweest. Het gebeurde vaak dat een aantal jongens daarna niet terugkwamen. Jan kon dat niet maken, want zijn jongere broer in Nederland zou anders worden opgepakt. Af en toe raakt hij gewond. Een beknelde vinger, ontstoken oog, geschaafde rug na een val.
Juli 1944 moeten er 50 jongens naar Duisburg. Ze komen in een enorm tentenkamp terecht, zien het daar niet zitten en samen met een een andere jongen, Henk, ontsnapt Jan weer terug naar Wuppertal. Hier houden ze zich een paar dagen schuil, maar uiteindelijk melden ze zich bij de Gestapo. Daar weten ze van niks, ze mogen gaan. Toch voelen ze zich niet veilig in Wuppertal en gaan naar Dortmund. Hier werken ook Nederlandse jongens, waar ze al contact mee hadden. Ze kunnen er terecht, de papieren worden in orde gemaakt en ze kunnen blijven. Ook hier zijn ze ondergebracht in een school. In oktober 1944 wordt Dortmund zwaar gebombardeerd. Ook de school wordt getroffen. Er zijn veel doden en gewonden. De jongens in Wuppertal krijgen dat te horen en Ger Houtenbos komt hem halen en neemt hem mee, terug naar Wuppertal. Hier is de situatie aanvankelijk rustiger, zijn papieren worden weer aangepast en hij blijft. In Dortmund wordt hij intussen door de Gestapo gezocht. In de loop van de winter wordt het nijpender, dag en nacht bombardementen, voedsel tekorten en geen water. Er zijn weinig materialen, dus wordt er nauwelijks gewerkt. Half maart 1945 horen ze het front dichterbij komen en op 16 april 1945 rollen de eerste Amerikaanse tanks de stad binnen. Ze krijgen sigaretten en eten in overvloed, waar ze in eerste instantie ziek van worden!
Begin mei 1945 gaan ze op weg naar Nederland. Niet meteen naar huis, eerst nog een aantal weken naar den Bosch. Eindelijk mogen ze in kleine groepjes naar huis. Op 12 juni eindigt Jan zijn dagboek, hij pakt met verwondering en gemengde gevoelens de draad weer op. Hij mist de kameraadschap….
Twee jaar in Duitsland, beroofd van je vrijheid. Koud, luchtalarm en bombardementen. Maar ook vriendschap, hulpvaardigheid, dollen met elkaar en kennis maken met gewone Duitsers die het goed met je voor hebben en je vaak iets extra's stoppen. Het vijvertje kwam er alsnog.