Harry Blom

Opgetekend door Petra Bontje

Harmen (Harry) Blom werd in 1937 geboren in Oosterhesselen (Drenthe) waar hij opgroeide in een gezin van vijf: vader, moeder, Harry en zijn twee zussen (een oudere en een jongere zus). Harry’s vader, Jan Blom, was sinds 1925 directeur van de zuivelfabriek in het dorp. 

De familie Blom woonde in de Dorpsstraat, naast de fabriek en vlakbij de kerk, postkantoor en de smederij van Heling. Tegenover Harry’s huis stond een witte woning die de naam Midhessel droeg. Het was de ambtswoning van burgemeester de Kock en zijn gezin. De tramlijn Assen-Coevorden liep dwars door de Dorpsstraat heen.

Oosterhesselen rond 1930, rechts is de zuivelfabriek en de woning van het gezin Blom te zien, er tegenover ligt de witte burgemeesterswoning ‘Midhessel’. Ook is de tramlijn Assen-Coevorden te zien op deze foto. (Bron: Oosterhesselen. Van vroeger tot en nu, website: https://www.oosterhesselen.eu/ )

 

In de oorlogsjaren was Oosterhesselen nog een klein dorp waar Harry en zijn vriendjes veel buiten speelden. Ze speelde vaak ‘politietje’ waarbij de kinderen elkaar moesten opsporen in het dorp. Als een van de eersten had zijn vader een (bedrijf)auto, evenals de dokter, notaris en de burgemeester. Harry vertelt dat hij een heerlijke jeugd heeft gehad waarin hij veel op straat en rondom de zuivelfabriek speelde. Hij was drie jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog begon en acht jaar oud toen deze voorbij was. 

Radio

Omdat een deel van de melk voor de Duitse bezetters bedoeld was, bleef de zuivelfabriek van Harry’s vader gedurende de hele oorlog open. Met paard en wagen brachten boeren hun volle melkbussen naar de fabriek. Behalve zuivel, was er in de fabriek ook een korenmolen en werd er graan in silo’s opgeslagen.

In een van die graansilo’s had Harry’s vader, Jan Blom, een radio verstopt. Harry vertelt dat de Duitsers een keer in de fabriek huiszoeking deden. Uitgebreid prikten ze met een stok in de silo. Waarschijnlijk vermoedden ze dat Jan Blom een radio bezat. Gelukkig werd de verborgen radio niet ontdekt.  

‘Dat was wel de reden voor vader en moeder om te zeggen: nou moet die radio echt weg. De dag erna heeft vader het personeel van de fabriek bij elkaar geroepen en gevraagd wie die radio wilde hebben. Deze persoon mocht hem dan gratis meenemen. Niemand wilde de radio echter hebben. Toen heeft vader een grote bijl gepakt en hem kapotgeslagen.’

Burgemeester de Kock

Tegenover het gezin Blom woonde de burgemeester met zijn vrouw en twee dochters. Regelmatig speelde Harry met hun oudste dochter, Lucie, die twee jaar jonger was dan hij.

Tijdens de oorlog was het gemeentehuis in Oosterhesselen een bolwerk van verzetsstrijders. Burgemeester de Kock werkte hier niet actief aan mee, maar gedoogde het wel. Dit was een doorn in het oog van de Duitsers en De Kock moest het als verantwoordelijke burgemeester ontgelden.

Na Dolle Dinsdag (6 September 1944) wilden de Nederlandse rechercheurs van de SS wraakacties uitvoeren, de zgn. Aktion Silbertanne. Bij vermoeden van illegaliteit namen zij het initiatief om ter plekke zonder onderzoek en proces te moorden. 

Burgemeester de Kock had steeds geweigerd mensen voor werk ter ondersteuning van de Duitsers aan te wijzen. Hij werd verdacht van betrokkenheid bij overvallen op het distributiekantoor van Zwinderen en bij het saboteren van vordering van paarden en de vervalsing van persoonsbewijzen.

Vanwege het dreigende gevaar opgepakt te worden, wilde Kees de Kock onderduiken. Eerst wilde hij echter nog afscheid nemen van zijn vrouw Dieneke en zijn dochtertjes Lucie en Cecile.

Dochter Cecile vertelt in een interview wat haar vader vervolgens overkwam: “Tegen de avond fietste een NSB-er langs ons huis die hem zag en zijn aanwezigheid verraadde bij het Silbertanne commando waarmee hij in contact stond. Hierna volgde vaders arrestatie. Geen tijd werd hem gegund een jas aan te trekken voor zogenaamd vertrek naar het kantongerecht in Assen. Met een geweer in de rug werd vader in een auto geduwd en buiten de dorpsgrens ten noorden van Oosterhesselen gereden. Onderweg stopte de auto en werd hij al slaand en trappend gedwongen uit te stappen. Onder bedreiging werd daarna de lange weg tussen Meppen en Aalden te voet afgelegd. Bij een bosje aangekomen werd vader op 38-jarige leeftijd tenslotte meedogenloos vermoord waarna hij onmiddellijk begraven moest worden.”

(Bronnen: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/3673/meppen-monument-voor-cornelis-de-kock en interview met de jongste dochter van de burgemeester Cecile Nieuwenhuijzen-de Kock- https://oorlogsverhalen.com/oorlogsverhalen/cornelis-kees-de-kock/ )

Harry herinnert zich die 18e september 1944 nog goed. ‘Vader die nooit ziek was, lag die dag met griep in bed. ‘s Avonds lag ik naast hem, voor de gezelligheid. Toen ging de telefoon. Moeder nam op. Ik hoorde aan haar stem dat ze erg schrok. Even later kwam ze naar boven. Helemaal ontdaan zei ze dat de overbuurman, de eigenaar van het postkantoor, vertelde dat de burgemeester neergeschoten was.’

Een paar dagen na de moord op Cornelis (Kees) de Kock, werd hij begraven op de Algemene Begraafplaats in Oosterhesselen. Harry vertelt dat hij die dag met Lucie in de zandbak speelde. Als zevenjarige dacht hij: ‘Nu wordt jouw vader begraven en spelen wij hier in de zandbak.’ Hij was zich daar als kind erg bewust van.
De Dorpsstraat waaraan de familie Blom en de Kock woonden, werd na de oorlog hernoemd tot Burgemeester de Kockstraat. Cecile Nieuwenhuijzen-de Kock, onthulde in september 2011, op de weg tussen Meppel en Aalden, een monument op de plek waar haar vader in september 1944 gefusilleerd werd.

Als overburen hadden Harry’s ouders goede contacten met weduwe Dieneke de Kock. Na de dood van haar man, brachten ze haar regelmatig een bezoek. Later verhuisden Dieneke, Lucie en Cecile de Kock naar Hilversum. Harry herinnert zich dat zij op 4 mei altijd naar Oosterhesselen kwamen om hun vader en andere gevallenen te herdenken.

De Dorpsstraat in Oosterhesselen werd na de oorlog hernoemd tot Burgemeester de Kockstraat. (Bron: https://oorlogsverhalen.com/oorlogsverhalen/cornelis-kees-de-kock/)

 

Monument ter herinnering aan burgemeester Cornelis de Kock die op 18 september 1944 door de Duitsers gefusilleerd werd op de weg tussen Meppel en Aalden. (Bron: https://www.tracesofwar.nl/sights/24384/Monument-voor-Burgemeester-Cornelis-de-Kock.htm )

 

Naast deze herinnering aan hun overburen de Kock, heeft Harry nog andere herinneringen aan de oorlog.

Bruno en bomkraters

‘Ik herinner me dat de lucht overdag vol vliegtuigen was.’ vertelt hij. ‘De Engelsen vlogen naar Duitsland en vice versa. Als kinderen stonden we daarnaar te kijken. Vader en moeder wisten dat natuurlijk niet. In mijn herinnering was de hele lucht vol vliegtuigen die allemaal keurig in formatie vlogen.’

‘We hadden een hondje, Bruno. Op een middag stond ik samen met Lucie de Kock naar vliegtuigen te kijken die elkaar in de lucht achterna zaten. Toen we uitgekeken waren, zagen we dat Bruno al naar huis gelopen was. Hij liet een spoor van bloeddruppels na. Bruno was getroffen door een van de bomscherven, dus je snapt hoe gevaarlijk het eigenlijk was dat wij daar stonden te kijken. Bruno heeft het gelukkig overleefd. Hetzelfde overkwam trouwens een van de dochters van de burgemeester van Emmen. Zij kreeg een bomscherf in haar rug, en is voor de rest van haar leven verlamd gebleven.’

‘Bij ons in het dorp zijn nooit bommen gevallen, wel tussen Coevorden en Oosterhesselen en vlakbij Coevorden. Als kind speelden we bij bomkraters, kuilen zo groot als mijn halve tuin. Daar vond je dan wel eens bomscherven. Als kind was dat spannend. Van mijn ouders mochten we er natuurlijk absoluut niet spelen.’

‘In de laatste maanden van de oorlog, na de moord op burgemeester De Kock, sliepen vader en moeder niet meer thuis. Mijn jongste zusje is geboren in 1944, dus mijn vader en moeder namen haar dan mee en sliepen bij iemand aan de overkant van de straat. Ik sliep met mijn oudste zus in een boerderij achter ons huis. Het was voor de veiligheid. Mijn ouders waren bang dat vader door hetzelfde lot getroffen zou worden als burgemeester de Kock. En vader kende natuurlijk de adressen van alle mensen waar de melk naartoe ging.’

Duitse zwager

‘Kort na de Bevrijding heeft mijn oudste zus in Zeist haar man Hans leren kennen, een Duitser. Mijn zus was tien jaar ouder dan ik en toen al uit huis. Ze werkte in het ziekenhuis en hielp bij de organisatie van het zusterhuis.’

‘Ik denk dat mijn ouders er in het begin niet blij mee waren dat mijn zus een Duitser mee naar huis nam. Het was natuurlijk nog maar kort na de oorlog. Hans was echter een prettige Duitser, echt een goede vent. De tak van zijn moeders familie kwam uit Nederland. Hans was onderwijzer en heeft zich naderhand gespecialiseerd als leraar Duits. Hij was een prettige zwager.’

Bevrijding

‘Ik herinner me dat de Canadezen met jeeps het dorp kwamen binnenrijden. Ze hadden plakken chocolade in blikjes. Een enkele keer gaven ze ons ook van die chocolade.’

‘Toen de eerste Canadees het dorp inkwam, speelde ik bij een vriendje. Iedereen zat binnen, het dorp leek verlaten. Ik was een van de weinigen die nog over straat rende, op weg van mijn vriendje naar mijn ouderlijk huis toe. ‘

‘Met de bevrijdingsfeesten weet ik nog dat er allemaal grote groene bogen van coniferen over de straat gespannen waren. En er werden ook prijzen uitgeloot. Wie de mooiste boog had.’

‘Die hele oorlog is voor mij een avontuurlijke tijd geweest. Je merkte wel aan vader en moeder dat het ook een gevaarlijke, nare tijd was, maar als kind kijk je er heel anders tegenaan.’