Ria Dekker
Opgetekend door Manon Oplaat
In het plaatsje Lochem in de Achterhoek tref ik Gertie en Ria samen in het huis van Gertie.
Twee lieve mensen met beide al een heel leven achter zich. Een leven wat voor beiden heel anders is begonnen, mede door de tweede wereldoorlog.
Mijn naam is Ria Dekker. Ik ben in Rotterdam geboren in de oorlog en kan me er daardoor weinig van herinneren. Het maakt me verdrietig dat mijn ouders ons niet veel verteld hebben over de oorlog, ook omdat wij er niet naar gevraagd hebben.
Het enige tastbare wat ik heb uit die tijd, is een babyfoto van toen ik 8 maanden oud was. Ik lig op mijn buik. Ik ben toen erg ziek geweest van de borstvoeding, doordat mijn moeder enkel bloembollen te eten had.
Voor mijn ouders is de oorlog een zware tijd geweest. Toen mijn moeder hoogzwanger was is mijn vader met een grote razzia opgepakt en te werk gesteld in Duitsland. Mijn moeder heeft lange tijd niets gehoord en wist niet waar hij was en of hij überhaupt nog leefde.
Mijn vader is aan de Duitsers ontsnapt. Hij is op een gegeven de Maas ingesprongen en wist naar de overkant te zwemmen. De Duitsers hebben dit wel gezien. Mijn vader heeft ze horen zeggen “laat maar gaan, die verzuipt toch”.
Ruim een jaar voordat ik werd geboren is mijn moeder bevallen van een doodgeboren kindje. Je kunt je voorstellen hoe angstig zij was toen de weeën begonnen en zij helemaal alleen was. Met weeën is zij naar de kraamkliniek gelopen en daar van mij bevallen. Omdat alle kostbaarheden ingeleverd moesten worden bij de Duitsers hebben mijn ouders het goud dat zij hadden in een bakje gedaan en deze verstopt in de vijver. Hier zijn ze nooit achter gekomen. Na de oorlog hebben mijn ouders het bakje weer uit de vijver kunnen halen.
Ik heb gehoord dat mijn vader op de fiets weg is geweest om eten te halen. Na een lange reis kwam hij met het eten achterop zijn fiets weer terug bij moeder. Hij is naar binnen gegaan om te zeggen dat hij er weer was. In die tussentijd is zijn fiets met het eten nog achterop weggenomen.
De andere kinderen in het gezin zijn in het Oosten van het land ondergebracht zodat ze daar wel te eten kregen. In Rotterdam was nauwelijks nog eten. Ik bleef bij moeder vanwege de borstvoeding.
Mijn moeder vertelde dat ik als kind in de kinderstoel voor het raam zat en ineen dook wanneer er vliegtuigen over kwamen. Hoewel ik me nog niet kon beseffen wat er gaande was, was dit dus een instinct wat ik had bij het horen van vliegtuigen. De tweede wereldoorlog, zo denk je er weken niet aan en in één keer vliegt het je aan. Het heeft me altijd veel verdriet gedaan dat ik zo weinig tastbare herinneringen heb uit die tijd. Dit verdriet heb ik ook gedeeld met mijn vader. Hij heeft daarom onderstaand gedicht voor mij gemaakt, wat mij erg dierbaar is.
Lieve Ria
Je werd geboren in zeer zware tijden,
van onderdrukking en van ruw geweld.
Bezit echter niets dat hieraan herinnert,
Dat is iets wat je soms wel eens kwelt.
Als troost kan ik je echter wel zeggen,
dat je leven niet door toeval is ontstaan.
Je ouders, bewust en uit liefde gedreven,
tot deze beslissing zijn overgegaan.
Er was haast niets meer te krijgen,
toen je op de wereld kwam.
Je moeder als heel alleen toen,
je vader heel ver van Rotterdam.
Ruw, zonder iets werd hij meegenomen,
zonder te weten waarom of waarheen.
Je moeder doorstond die ellende,
wachtend op jou was ze niet meer alleen.
Zonder man erbij bracht ze je ter wereld,
In die slechte hongertijd.
Maar je was wonder boven wonder,
toch een wolk van een meid.
Na acht dagen samen thuisgekomen, zat daar
O, wonder van de Heer
Gezond en wel je vader, gevlucht
en teruggekeerd uit Duitsland weer.
God leidde ons door deze donkere tijden,
Aan zijn trouwe Vaderhand.
Jij was toen aan die donkere wolken
voor ons een grote zilveren rans.
Je vader.