Gertie Lammerdink

Opgetekend door Manon Oplaat

In het plaatsje Lochem in de Achterhoek tref ik Gertie en Ria samen in het huis van Gertie.
Twee lieve mensen met beide al een heel leven achter zich. Een leven wat voor beiden heel anders is begonnen, mede door de tweede wereldoorlog.

Ik, Gertie Lammerdink, woonde in Lochem toen de oorlog uitbrak. Als jongen van rond de zes jaar wist ik donders goed wat er aan de hand is, maar wat er allemaal precies speelde kreeg ik natuurlijk niet mee. Toch komen er steeds weer herinneringen boven uit die tijd.
Samen met mijn ouders en zusje Truus woonden wij in een rijtjeshuis aan de Albert Hahnweg. Wij hadden een tuin achter huis waar mijn vader een grote schuilkelder heeft gegraven. Deze schuilkelder was zeker wel een meter diep onder de grond. Op het dag lagen takken, zand en daarop groeide gras en onkruid. Het dak moest natuurlijk dik genoeg zijn om kogels tegen te houden wanneer er werd geschoten. Wanneer de vliegtuigen over kwamen of als er geschoten werd, dan kwam de hele buurt naar onze schuilkelder toe. In de schuilkelder waren banken gemaakt van zand waar we dan op zaten. We hebben heel wat vliegtuigen naar beneden zien komen.

Ook kan ik me nog goed herinneren dat er vaak zilverfolie uit de overkomende vliegtuigen werd gegooid. Dit om de communicatie van de vijand te verstoren.
Toen de Duitsers kwamen om alle fietsen in te vorderen heeft mijn vader zijn fiets verstopt onder de mestvaalt. Helaas bleek er bij het weer tevoorschijn halen van de fiets weinig van over te zijn doordat deze compleet verroest was.
Mijn vader was een handig man. Hij heeft zelf een slee gemaakt waarmee hij dingen kon verplaatsen in de sneeuw. Ook maakt hij een constructie waarbij water uit de kraan en een dynamo ervoor zorgden dat we licht hadden, want dit hadden we niet.

Toen de gevechten heviger werden in Lochem en er over ons huis heen werd geschoten zijn we met een grote groep buren te voet gevlucht naar Barchem. Mijn vader trok een grote houten handkar waarop mijn zusje zat. In Barchem hebben we in een kippenhok geslapen. Ik kan me nog goed herinneren dat we in de ochtend pap kregen om te eten. Hoewel ik me niet kan herinneren dat we honger hebben geleden, was deze pap erg lekker. Mijn vader kende veel boeren en daar kregen we regelmatig wat te eten van.
Mijn moeder maakte in de oorlog, bij gebrek aan wat anders, stroop van suikerbieten voor op brood. Als ik er nu nog aan terug denk krijg ik er kippenvel van, zo’n vieze smaak zat eraan. 

De familie van mijn moeder kwam uit de omgeving van Winterswijk. Toen zij hoorde dat er een bom op Winterswijk was gevallen is zij op de fiets daarnaartoe gegaan. Onderweg is ze meerdere keren in een eenmansgat gedoken vanwege overkomende vliegtuigen of beschietingen. In Winterswijk kwam ze erachter dat de bom op het huis van de familie terecht was gekomen. Er waren meerdere doden en veel was kapot. Een broer van mijn moeder is door de Duitsers naar Rusland gestuurd. Het is altijd onduidelijk gebleven wat hij daar moest doen. Na de oorlog mocht hij niet terug naar Nederland en is hij in Duitsland gaan wonen.

De Canadezen hebben Lochem bevrijdt. Ik kan me nog goed herinneren dat ik hun tanks zag staan. Ze deelden melkbrood en chocolade uit. En ze gaven je sigaretten met de opmerking “a smoke for papa”.

Onze buurman was een NSB’er. Voor zover ik weet hebben wij hier in de oorlog geen last van gehad. Wel stonden de Nederlanse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) na de oorlog met geweren voor ons raam. Ze kwamen voor de buurman maar stonden dus bij het verkeerde huis. Dat was wel even schrikken.

 Op latere leeftijd leerde ik mijn vrouw kennen. Mijn schoonouders hebben verteld dat zij meerdere mensen uit het Westen (Voorburg en Rotterdam) onderdak hebben geboden. Mijn schoonvader moest loopgraven graven in Zevenaar.
Mijn schoonmoeder heeft verteld dat er regelmatig soldaten bleven overnachten op de hooizolder. Dit deden zowel de Duitsers als de Engelsen. Mijn schoonmoeder heeft verteld dat de Duitsers zich netter gedroegen dan de Engelsen. Zij rookten gewoon in het hooi waardoor iedereen bang was dat alles in brand zou vliegen.
Dicht bij mijn schoonouders is een vrachtwagen vol naaimachines voor de Duitsers in brand geschoten.

De mensen die mijn schoonouders hebben opgevangen zijn ook na de oorlog nog lange tijd blijven komen. Zij hebben nog lange tijd contact met elkaar gehad.

De bevrijding van Lochem

Oproep van mijn schoonvader om te werken in Zevenaar