Lien Elling
Opgetekend door Harrie Oud
Lien is een actieve, gezellig pratende vrouw van inmiddels 93 jaar. Mijn herinneringen van de oorlog moet je lezen als de herinneringen van een meisje van 7 tot 12 jaar, zegt ze voordat het gesprek begint. Eigenlijk was het voor mij een “onbegrijpelijke” tijd. Wij woonden in de Havenstraat in Amsterdam en de Duitse soldaten waren best wel vriendelijk tegen mij. Ik kreeg snoepjes!!! Thuis werd dan gezegd dat ik dat niet meer moest aannemen omdat “er weleens fout spul in zou kunnen zitten”. Vertrouw die Duitsers maar niet, werd er regelmatig gezegd. Met een glimlach op haar gezicht memoreerde Lien dat zij eens een deftige dame met een bontjas achter een paard en wagen zag rennen. Zij had haar handtasje open om zo een paar steenkooltjes van die kar in haar tasje te vegen. Stomverbaasd keek zij naar dit tafereel.
Het bombardement
Ook het bombardement in de Euterpestraat heeft diepe indruk op haar gemaakt. Familie uit Rotterdam was toen net op bezoek. De familie had het grote bombardement meegemaakt in mei 1940 en zij raakten helemaal overstuur toen zij de vliegtuigen en de bominslagen hoorden. Ook Lien raakte daardoor in paniek. Soms werd de Havenstraat helemaal afgezet door de Duitsers om een grote groep gevangenen in de trams te plaatsen en te vervoeren naar…
Moeilijke tijden
De vader van Lien was technisch aangelegd en fabriceerde op het dak bij de schoorsteen een soort propeller die stroom produceerde als het hard genoeg waaide. Het gaf inderdaad weleens licht maar het gaf ook veel lawaai. Daar moesten ze helaas mee stoppen. Ook heeft Lien tijdens donkere avonden trappend op de fiets met veel moeite een spoortje licht weten te maken. Dat kon zij maar kort volhouden. Over de “kookbus” heeft Lien goede herinneringen. Als we genoeg brandstof hadden, konden wij het goed gebruiken. De kookbus was een kleine ronde ijzeren bus van ongeveer 40 cm doorsnee met klein stenen bakje erin. Er was aan alles gebrek en vooral aan brandstof. Daarom werden bomen omgezaagd en het hout werd in stukjes gehakt net klein genoeg om het passend te maken voor het kleine oventje. Het eten was op de bon. Soms moest je lang in de rij staan om iets te kunnen bemachtigen. Lien ging regelmatig met haar zus Tiny vroeg in de morgen op pad om uren in de rij te staan. En dan maar hopen dat de voorraad niet vlak voor je neus was uitverkocht. Het eten van de gaarkeuken was niet best. Verschrikkelijk weet Lien zich te herinneren. Ze at niet veel want het eten was echt vies. Haar zus Tiny was altijd een goede eter, maar regelmatig huilde zij dat zij dit echt niet door haar keel kon krijgen.
De Haarlemmermeer
Het werd in Amsterdam steeds moeilijker om aan eten te komen en dus ging Lien naar haar tante en oom in de Haarlemmermeer om daaraan te sterken. Daar was een grote tuin met konijnen, een geit en varkens. Het was streng verboden om varkens te houden, want die moesten naar de “Wehrmacht”. Er was dus altijd de angst dat de moffen eens een keer een kijkje zouden komen nemen. Voor Lien was het hier Luilekkerland. Haar oom en tante zorgden ervoor dat het hun aan niets ontbrak. Zij waren dus, zoals dat nu wordt genoemd, ”selfsupporting”. Lien wilde daar niet naar school. Wel ging zij graag naar een goochelvoorstelling. De entree kostte dan 3 aardappels. De artiesten wilden geen geld maar voedsel. Geld had toen weinig waarde. Voor een pond zelfgemaakte boter heeft haar moeder eens 80 gulden moeten betalen.
Burenhulp
Terwijl de hongersnood in Amsterdam steeds erger werd konden de ouders van Lien zich gelukkig prijzen met hun familie in de Haarlemmermeer. Zonder hen hadden zij het gewoon niet gered. Vrienden van haar ouders hadden het zwaar. Zij hadden 2 grote jongens thuis en ze konden zich niet buiten vertonen vanwege de vele razzia’s. De Duitsers zochten mensen voor de “Arbeitseinsatz” in Duitsland. Werd je tijdens zo’n razzia gepakt, dan werd je op transport gezet om ergens in Duitsland in fabrieken te werken. De moeder van deze jongens kwam regelmatig huilend langs omdat er weer niets te eten was. Moeder gaf dan wat zij kon missen.
De Bevrijding
Toen de oorlog eindelijk voorbij was en de Canadezen Amsterdam binnenreden wilde Lien natuurlijk direct naar huis. Ondanks die veilige en onbezorgde tijd in de Haarlemmermeer vond Lien het heerlijk om de bevrijdingsfeesten thuis mee te maken. Er werd volop gedanst en gezongen. Zij kan zich nog goed herinneren dat een man met een rokende kookbus op zijn hoofd rondliep. Nog steeds vraagt zich af hoe dat kon!! Textiel was er direct na de oorlog nauwelijks. Lien droeg een rok gemaakt van een oude rok van haar moeder. Ook kreeg zij een jurk van een buurvrouw die zelf ook klein van stuk was. Ook werden oude truien uitgehaald om er iets nieuws van te maken. Lien kan zich tot op de dag van vandaag nog steeds verbazen over de oorlogstijd. Zij vindt het onbegrijpelijk dat er nog steeds oorlog wordt gevoerd in deze wereld. Hebben de mensen dan nog steeds niet geleerd dat oorlog niets oplevert, maar alleen maar veel ellende!??