Adriaan van Lierop

Opgetekend door (J) Sjef Seets

Vandaag, 25 augustus 2026, noteerden we in Heeze (N.Br.) de oorlogsherinneringen van de, aldaar ook op 30.6.1939 geboren, heer Adriaan van Lierop: Mijn ouders, Jan van Lierop (1896) en Drika van Lierop – Wijnen (1896), trouwden in 1920. Ze hadden in de oorlog, naast mij, nog acht kinderen: Henk (1921), Antoon (1923), Jan(1925), Karel (1926), Piet (1928), Toos (1931), Bernard (1933) en Theo (1936).

 

Moeder, vader met hun 1e kind Henk

 

Mijn broers Henk en Antoon kregen op 12 mei 1943 allebei een oproep om zich te melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Henk, besloot heel resoluut: “Ik ga dat niet doen.” En dook onder.  Hij verbleef op de Heezerenbosch (tegenwoordig een groot recreatiepark) bij het gezin van Driek en Baij met hun kinderen. Er woonde trouwens ook nog een broer en een zus van Driek. Al met al nogal een chaotische toestand. Henk zou met een van de kinderen in één bedstee moeten slapen. Maar dat zag hij niet zitten. Na één nacht ging hij dus maar in het hooi slapen.

Antoon heeft twee keer klaar gestaan om aan de oproep te voldoen. De eerste keer stopte de bus wel bij de halte waar hij stond. Maar de chauffeur riep: “Ik heb geen plaats meer.” Waarschijnlijk saboteerde die man de Duitse bedoelingen dus ook. De tweede keer reed de bus hem gewoon voorbij. Hij ging nog naar het station, maar treinen liepen niet meer. Dus keerde Antoon weer naar huis terug. Daar is toen besloten om onder te duiken.

Dat deed hij bij de familie van de Vin aan de Oudenmolen. Die familie zat zelf in de problemen, omdat hun boerderij was afgebrand. Bovendien hadden ze al een gezin met tien kinderen. Vader en moeder van de Vin sliepen met de meisjes in een oud kippenhok en de jongens in een ander kippenhok. Maar Antoon mocht er blijven. Op een gegeven moment is dat schuiladres verraden door Anna G., een vrouw die er in de buurt woonde. Zij is na de oorlog gearresteerd en heeft drie jaar gevangenisstraf opgelegd gekregen. Maar na een half jaar liep ze alweer door het dorp te paraderen. Ik ben naar het Nationaal Archief in Den Haag gegaan. En heb daar alle processtukken gelezen. Zij bleek een lijstje met 18 namen van jongens gehad te hebben, die ze allemaal aangegeven heeft.

 

Slechts ruim een maand later, op 20 juni stond op Antoons’ onderduikadres de S.D. (de Duitse Sicherheitsdienst) voor de deur. Een man uit buurgemeente Geldrop stond met zijn fiets aan de hand te kijken wat er gebeurde. Hem namen ze ook mee. Hij is later overigens weer vrijgelaten.

Broer Jan was getuige van de arrestatie en repte zich zo snel als hij kon via een korenveld naar huis om mijn ouders te waarschuwen. Maar toen hij daar aankwam had mijn moeder het nieuws al vernomen. Antoon heeft eerst twee dagen hier op het politiebureau doorgebracht. Daarvandaan werd hij naar Eindhoven gebracht. Na een paar dagen kregen mij ouders bericht dat hij afgevoerd zou worden naar Kamp Amersfoort. En dat zij afscheid konden komen nemen. Zij zijn met Antoon meegelopen tot bij het station. Broer Karel heeft Antoon vervolgens vrijwillig met de trein vergezeld tot station Amersfoort. Hij mocht niet mee naar het Kamp. Karel zag er nog meer gevangen, die allemaal aan elkaar geboeid waren, met stokken in hun broek om vluchten te voorkomen.

 

De familie heeft tussen 1945 en 2006 door letterlijk eindeloze naspeuringen in Duitsland en bij Nederlandse instanties een - waarschijnlijk ongeëvenaard - lijvig dossier kunnen aanleggen over Antoons ellendige reis. We kwamen maandelijks bijeen om af te spreken wie van ons welke acties zou ondernemen. Helaas tot heden zonder het gewenste eindresultaat n.l. achterhalen hoe, waar en wanneer Antoon is omgekomen en begraven? Daarover straks meer.

Wij woonden in de Emmerikstraat en mijn oudste herinnering is dat we daar uit de schuilkelder moesten, die provisorisch achter ons huis was gemaakt. De Engelsen vochten hier in het dorp met de Duitsers, die verderop in de molen zaten. Wij moesten naar de schuilkelder van de familie Knapen aan de overkant. Hun kelder zat al bomvol. Maar wij mochten er nog bij. Toen we daar weer buitenkwamen, stond de straat vol Engelse tanks. Naast ons, bij bakker Scheutjes, lagen gewonde Duitse soldaten op de plaats achter het huis. Mijn broer Karel liep naar huisarts Piet Theeuwen (In de lokale geschiedenis bekend als de verzetsarts, naar wie de P. Theeuwenlaan is vernoemd.) om een dokter te waarschuwen. Ik zeg altijd: “” Mijn moeder leidde tijdens de oorlog de huishouding als een ware econoom.” Wij zijn in de oorlog met ons toch groot gezin namelijk nooit eten tekortgekomen.

Er waren ook vier Engelsen een hele tijd bij ons thuis ingekwartierd. Een van hen heette Harry. Ik herinner me dat voor de organisatie van het onderbrengen van manschappen op ramen van huizen een getal was geschreven. Ze waren ook bij ons binnen komen kijken om in te schatten hoeveel plaats er was. En schreven toen bij ons het cijfer “vier” op het raam, terwijl ons gezin al uit negen personen bestond. De Engelsen kregen de slaapkamer van mijn ouders en een kamertje ernaast. Zo ging dat toen. Eten deden ze een eind verderop in de straat bij boer van de Berg, waar ze hun veldkeuken hadden.

Verderop in de straat bij de familie Hansen waren ook Engelsen, waarvan een Sidney heette. Die was getrouw met Dolly. Mijn broer Karel is in 1946 als militair in Engeland terecht gekomen bij de bewaking van een Nederlands legermagazijn. Hij had Dolly’s adres. Hij zocht de familie op, waarbij bleek dat zij geen kinderen hadden. Zij namen mijn broer min of meer als hun eigen kind op. Karel is er blijven komen totdat ze overleden waren.

 

v.l.n.r. staand Moeder, Vader, Bernard,, Piet en Theo

daarvoor staat Adriaan

zittend Toos, Dolly, Sidney en Henk

 

In 1947 werd bekend dat Antoons’ portefeuille was gevonden. Maar eerst in 1951 werd die, samen met andere persoonlijke eigendommen, vanuit Husum bij ons terugbezorgd. (Een Duitse havenstad aan de westkust van de Noordzee, ongeveer 80 kilometer ten westen van Kiel in de deelstaat Sleeswijk-Holstein, waar in de oorlog ook een heel berucht Kamp was. Gevangenen moesten daar tankwallen graven.) In een vak van de portefeuille vonden we een briefje, waar drie namen op stonden, waaronder ook “Jos de Haan”, dat later bleek een Eindhovenaar te zijn, die intussen naar Valkenswaard was verhuisd. Mijn broers hebben hem daar opgespoord. Maar met zijn verhaal konden we niets beginnen, omdat het anders klonk dan wij zelf te weten waren gekomen uit vastgelegde getuigenverklaringen. Daaruit wisten wij al dat Antoon achtereenvolgens via Amersfoort, Neuengamme, Husum, Ladelund, nogmaals Neuengamme, Soest in Bad Sassendorf is beland.

 

      Van Amersfoort naar Neuengamme

In Neuengamme was Antoon opgenomen in “Baugruppe 11” oftewel de 11. SS-Eisenbahnbaubrigade, (een mobiel dwangarbeidkamp – buitencommando - dat bestond uit een trein met goederenwagons. De eenheid is gevormd op 8 februari 1945 in concentratiekamp Neuengamme. Doel: Het verrichten van herstel- en spoorwegwerkzaamheden - Gleisbauarbeiten - voor de Deutsche Reichsbahn bij het zwaar gebombardeerde station van Soest in Westfalen.)

Die groep bestond uit 504 gevangenen, waarbij veel mannen uit Putten (Gelderland). (Een verzetsaanval op een Duitse auto bij de Oldenallerbrug in de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 had tot gevolg dat Duitse militairen het dorp omsingelden. Ze staken meer dan honderd huizen in brand en dwongen alle mannen bijeen te komen. 659 mannen en jongens werden afgevoerd naar Kamp Amersfoort. 58 van hen kwamen daar vrij. De resterende 601 mannen gingen op transport naar het concentratiekamp Neuengamme. Dertien mannen wisten onderweg uit de trein te springen. J.S.). De treinstellen waar de Baugruppe in verbleef werden gebombardeerd. Toen moesten de 450 overlevenden de nachten gaan doorbrengen in een schuur bij een boerderij, “Lohof” geheten. Ze lagen er in rijen met 50 man opeen gepakt. Als een man op een andere zij wilde gaan liggen, dan moest de hele rij meedraaien.

Later zijn we daar met een aantal familieleden geweest en toen hebben we ook de “Lohof” bezocht, waar de mannen ondergebracht waren.
Door de Oorlogsgravenstichting in Den Haag is op het kerkhof van Bad Sassendorf een monumentje opgericht, een symbolisch eerbetoon, waarop Antoon ook genoemd wordt. Maar het is niet bekend waarop de overlijdensdatum 06.04.1945 gebaseerd is.

Met de familie Spek, die ook op de grafsteen genoemd wordt, hebben we nog lang contact onderhouden. En met achtereenvolgens verschillende tuinlieden hebben we geregeld dat jaarlijks een bloemetje bij het graf wordt gelegd. Dat gebeurt nog steeds. Uiteindelijk kwamen we ook op het spoor van een kleinkind, rechter in Amsterdam, die lang met ons heeft gecorrespondeerd.

Op dit kerkhof waren 90 overleden gevangenen begraven in een massagraf. In 1958 heeft het Franse leger opdracht gegeven om dat graf te openen. Ongeveer tien jaar geleden vonden we bij de gemeente Bad Sassendorf de informatie dat er toen slechts vijftig van de negentig gedode gevangenen uit dat graf zijn gehaald voor herbegraven.

Een ander contact van me was een zekere Bunnink, die bij een Nederlandse gemeente werkte. Een neef van hem was een van de gevangenen geweest in Bad Sassendorf. Die is daar doodgeslagen en er begraven in de spoordijk. Een spoorwegwachter heeft op een nacht gezien dat een Kapo (een gevangene die door de SS was aangesteld om toezicht te houden op andere gevangenen.)  aan de jonge Bunnink vroeg waarom hij niet sneller liep? Het antwoord beviel hem niet, waarop hij met een pikhouweel de jongen doodsloeg. De man heeft die ervaring tien jaar lang onder zich gehouden voordat hij dat geheim prijsgaf. De jongen is opgegraven en toen bleek het Bunninks’ neef te zijn, die pas 18 jaar was toen hij werd omgebracht. Nog tragischer: het lichaam is voor onderzoek naar een Hogeschool gebracht voor onderzoek en daar kwijtgeraakt.
Een jaar na hun terugkeer in Nederland heeft een aantal ex-gevangenen een bijeenkomst belegd. Mijn broers lieten de aanwezigen een foto van Antoon zien. Zij bleken hem echt gekend en gesproken te hebben. Een van hen, een zekere Scherf, heeft de verklaringen verzameld. Die zijn bij het Rode Kruis terecht gekomen, waar wij een heel dossier mochten kopiëren. Daarin vonden we veel getuigenverklaringen, die ons van pas kwamen. Antoon zou ook gezegd hebben: “Ik wil hier weg.” De kans om te ontsnappen was er ook.

En op een avondappel was hij met nog iemand anders inderdaad niet meer aanwezig. Vanaf die tijd zijn wij zijn spoor volledig kwijt. Frans van de Vin, de echtgenoot van mijn zus Toos, heeft in 2007 in een boek “Zoektocht naar Antoon, periode 20.06.1944 tot 06-04-1945” (224 pagina’s, uitgever Carleen de Lange) heel secuur vastgelegd welke inspanningen de familie zich om te beginnen in die periode getroostte. Aan het boek is een chronologie toegevoegd van liefst n e g e n v ij f t i g zoekacties, die in de periode 1945 – 22.12.2006, door de familie zijn ondernomen. Onder andere in talloze reizen naar alle delen van Duitsland. Er is zelfs nog een keer DNA van me afgenomen, toen ze weer ergens een graf met onbekende overledenen hadden gevonden. Maar ook dat leverde niets op.

 

Schrijver Frans van de Vin heeft ook in Körbecke bij Bad Sassendorf (Noordrijn-Westfalen) een klooster bezocht. Hij mocht daar van de nonnen in het klooster, waar in de oorlog gewonden verzorgd waren, één pagina van een boek lezen. Hij mocht niet verder in dat boek kijken. Op die pagina stond “Holländer”. Dan kom je automatisch op de gedachte: “Dat zou onze Toon wel eens geweest kunnen zijn.” Het klooster is er niet meer. Dus dat mogelijke spoor loopt daar ook dood.

 

In de middenberm van de Muggenberg tussen de Oudenmolen en de Ten Borchwardlaan in Heeze hangt een eenvoudig bord met de tekst: “Ter herinnering aan Heezenaar Antoon van Lierop, die hier op 20 juni 1944 is gearresteerd”. Heeze heeft ook een Antonius van Lieropstraat.