Cornelis Gerrit Karssen
2 juni 1903-17 januari 1972
Opgetekend door Cock Karssen
In het blad Heemtijdinghe van december 2005 heeft Hester van Eerden indertijd een uitgebreid artikel geschreven over het verzet in Bodegraven. Zij schrijft: ’het Bodegraafse verzet was niet groot van omvang, hele families waren bij het verzet betrokken, en als je met mensen uit Bodegraven over het verzet spreekt, komen steeds dezelfde namen naar voren. Vooral Edelman, Burggraaf, Van Loo, Van Leeuwen, Karssen en Vonk worden met regelmaat genoemd. Vaak vervulden deze verzetsmensen verscheidene taken en waren bij diverse takken van het verzet betrokken. G. van Leeuwen was bijvoorbeeld betrokken bij de LO en zorgde voor het plaatsen van onderduikers, hij beheerde ook de financiën van het verzet en werd later commandant van de plaatselijke bewakingstroepen. Ook Karssen was bij diverse zaken betrokken zoals de OD de LO en vooral bij de illegale pers.’
De nieuwsvoorziening via de bestaande kranten en de radio werden tijdens de Tweede Wereldoorlog al snel gemuilkorfd. Landelijk ontstonden toen illegale kranten als Trouw, Vrij Nederland, De Waarheid en Het Parool. Al in 1940 begonnen Bodegravers, waaronder Karssen, deze krantjes in blanco enveloppen bij bekenden in de bus te stoppen, en in 1942 werd ’Trouw’ via de L.O. op grote schaal in het dorp’ bezorgd’. Omdat mijn vader C.G. Karssen (1903-1972), als redacteur zowel bij de officiële als de illegale krant sterk betrokken was, zullen wij in het verslag over het muilkorven van de krant het verhaal volgen dat bovengenoemde Hester in Heemtijdinghe geschreven heeft.
Zij schrijft:’ In zijn krant kon Karssen, na mei 1940, natuurlijk geen kwaad over de Duitsers schrijven, maar hij was ook niet van plan om de Duitsers naar de mond te praten. Hij bezat de gave om overzichten van het buitenlandse nieuws, dat op Duitse gegevens berustte, zo te schrijven dat er tussen de regels door van alles over de geallieerden te lezen was. Ook werd de NSB vaak openlijk bekritiseerd, tot grote ergernis van de NSB-kringleider. Toen het Departement voor Volksvoorlichting werd opgericht, werd de redacteur dan ook tweemaal op het matje geroepen, en gewaarschuwd dat hij moest stoppen met zijn manier van schrijven. Uiteindelijk werd Het Bodegravensch Nieuws en Advertentieblad verboden, en vervangen door Het Nieuws. Bij vergissing werd de toestemming om Het Nieuws te laten verschijnen niet naar de uitgever in Zeist gestuurd, maar naar Karssen. Deze bleef daarna zijn krant uitgeven onder de naam Het Nieuws. Dit werd ontdekt, maar men bemerkte dat de Rijnbode in Alphen wel mocht verschijnen, waarna ook in Bodegraven De Rijnbode verscheen, met dezelfde kop uit de originele krant, terwijl de rest werd gevormd door het oude Bodegraafse blad. Dit spelletje heeft geduurd van 7-11-1941 tot 16-4-1943.
Gijzeling
Omdat Karssen ondanks dat hij tweemaal op het matje was geroepen bij Max Blokzijl, toch doorging met het schrijven van teksten die de Duitsers niet aanstonden, was hij degene die op 5mei 1942 door de Duitsers uit huis gehaald werd. In de vroege morgen belden twee onbekende heren aan en liepen direct de trap naar de slaapkamer waar hij verbleef. Hij moest onmiddellijk mee, zonder verklaring. Later bleek dat hij met vele andere Nederlanders was opgepakt om als gijzelaar te worden opgesloten in Sint Michiels Gestel. De NSB-politieman Andeweg uit Bodegraven had hem aangegeven. Hij heeft opgesloten gezeten tot 17 december 1942. Een zware tijd voor zijn gezin en voor de boekhandel die hij had in de Wilhelminastraat.
Illegale krant
Na het verbod van Het Bodegraafsch Nieuws en Advertentieblad moest men het doen met een gestencild illegaal blaadje ‘De Kroniek van de week’, dat via de schoonzoon van mevrouw Jansen uit Leiden kwam. Later ging J. Oppe het krantje zelf stencilen met de gegevens uit Leiden. Na Dolle Dinsdag waren de verbindingen echter zo slecht geworden, dat C.G. Karssen het blaadje zelf ging schrijven. Via een kristalontvanger die op het platte dak lag, werd ‘s avonds en ’s nachts naar het nieuws geluisterd, deze berichten werden aangevuld met het nieuws dat J. Oppe met een eigen gebouwde ontvanger had verzameld, en op stencil gezet. De eerste ‘drukkerij’ van het gestencilde krantje was achter een pand in de Kerkstraat op de zolder van een pakhuisje van Joh. Hoogendoorn, waar J. Oppe en M. Scheer tweemaal per week de stencilmachine ronddraaiden. Later verhuisde men naar de zolder van het pakhuisje achter de winkel van M. Scheer. (nu notenwinkel). Op deze manier werden er per week honderden exemplaren onder leiding van Eddy van Leeuwen door een groep mensen over het dorp verspreid. Helaas werd er bij een huiszoeking bij de familie de Joode een exemplaar van De Kroniek gevonden. Vader IJsbrand en zijn zonen Gerrit Jan en Bernard werden gearresteerd en zeer hardhandig door de al eerdergenoemde Hollandse SD ers B. en H. ondervraagd over de herkomst van het krantje. Aangezien deze heren van niets wisten, liep dit spoor dood. Ook bij C. van der Boon werd een inval gedaan, en ook hij werd hardhandig verhoord, zonder resultaat. Veel gevaarlijker werd het toen er op 27-11- 1944 een inval werd gedaan in het pand van Scheer. Maarten zelf wist door koelbloedig optreden, op het nippertje te ontkomen, en belangrijke papieren in de gloeiende kachel te gooien, maar zijn moeder (6 weken cel) en broer werden gevangengenomen. Zowel het huis als de inboedel werd hierbij door de bezetters ingepikt van zowel de familie Scheer als van de familie de Joode. De schrijfmachine en de stencilmachine (cyclostyle), werden wonder boven wonder niet gevonden. Maarten Scheer dook onder in Nieuwerbrug, en zou later onderduiken bij boer Rijlaarsdam aan de Weijpoort. Voordat hij daar arriveerde werd ook hier door de genoemde SD ers een inval gedaan. Zowel vader als zoon J. Rijlaarsdam werden gearresteerd een zeer zwaar mishandeld in de hoop dat zij zouden vertellen waar de drukkerij van de Kroniek was.
Ondanks al deze overvallen gingen Scheer, Oppe en Karssen, vastbesloten door, nu op de stalzolder van G. van der Linden in Nieuwerbrug.
Hij schrijft er na de bevrijding over:
‘’Wij konden doorgaan dankzij de steun van G.W. van der Linden, B.G. van Ommeren en M. Scheer. De laatste maanden heeft dat praktisch al hun tijd gekost, ook omdat wij te maken kregen met grote technische problemen. De oplaag die eerst uit een paar honderd exemplaren bestond, steeg naar 2000 exemplaren, eerst 2 maal en tenslotte wel 6 maal per week! Wij hadden problemen met het krijgen van cyclostylepapier, inkt en geldelijke bijdragen. Maar dankzij de steun van velen konden wij doorgaan en konden overgaan van het primitieve cyclostyltje op een goede stencilmachine van H.J. van de Poll. Met het primitieve kristalontvangertje luisterde ik 's nachts het nieuws af, dan ‘s morgens naar J. Oppe die een beter zelf gebouwd exemplaar had, en dan op de fiets door weer en wind naar Nieuwerbrug. Op zolder boven de boerderij van Van der Linden, werd als de trap opgetrokken was, onder hoogspanning gewerkt om via het stencilapparaat 1500 tot 2000 krantjes te draaien.
‘s Avonds werd dit felbegeerde blaadje door koeriers en koeriersters bij Bodegravers en in de omgeving, door de brievenbus gegooid. Kees van Leeuwen durfde het aan om dagelijks met een kleine 1000 van onze gevaarlijke producten van Nieuwerbrug naar Bodegraven te fietsen. Ook Flip Jongeneel, Nel Bruijnen en bakker Verlaat die onze hoofdverspreiders waren, en hun collega’s in Barwoutswaarder, Waarder, Rietveld en Woerden riskeerden steeds weer hun leven. In Zwammerdam en Nieuwkoop waren dat Map Spreij en Stoppelenburg. Toen op 29 april de Duitse schurken mij toch nog in handen kregen, mij gevangen namen en mijn huis leegroofden, heeft de rest van de ploeg het werk onverschrokken voortgezet.”
Tot zover het verslag op 12-5- 1945 in De Kroniek.
Dankzij het feit dat de Binnenlandse Strijdkrachten, Karssen nog uit de gevangenis in Gouda wisten te bevrijden, bracht hij het er levend af.
Gevangenneming
29 april 1945
Zondag 29 april was Chiel Edelman even op bezoek bij zijn zwager en verloofde. Zij denken dat de oorlog bijna is afgelopen, vooral als zij via de illegale radio horen dat Hitler waarschijnlijk zelfmoord heeft gepleegd. De feeststemming is echter van korte duur, fanatieke Hollandse SS ers vallen het huis binnen, en zowel Chiel als Cor worden opgesloten in de politiecellen.
Ook de vrouw van Karssen werd meegenomen en een nacht opgesloten. Na haar vrijlating, dook zij onmiddellijk onder in de buurt van Aarlanderveen.De zes kinderen in de leeftijd van 17 tot een haf jaar werden door vrienden verspreid opgenomen in het dorp. Politieagent J. Groenendijk die zelf ook actief was binnen het ondergrondse verzet, was bewaker van de cellen. Hij waarschuwde onmiddellijk andere verzetsmensen, omdat gedreigd werd dat deze gevangenen doodgeschoten zouden worden. Men besloot onmiddellijk om de gevangenen te bevrijden, Karssen werd echter de volgende dag, na eerst hardhandig te zijn verhoord door SS er Robertson, al overgebracht naar de gevangenis in Gouda, waar hij de kogel zou krijgen. Chiel bleef over, men wist nog niet dat hij een ‘grote vangst ‘was, hij zat opgesloten met 3 SS ers. Groenendijk had de sleutels van de cellen, en hij vroeg toestemming om de gevangenen naar de wc te laten gaan. Bij deze gelegenheid gaf hij Chiel de gelegenheid om te ontsnappen, door één van de Duitsers een harde klap te verkopen en in de cel op te sluiten. Chiel werd door andere verzetsmensen opgevangen, en ook Groenendijk maakte dat hij wegkwam. Karssen werd op 3 mei uit de gevangenis in Gouda bevrijdt.
Het Goudse verzet wist Karssen uit de gevangenis te bevrijden op de dag dat er boven Gouda voedseldroppingen plaats vonden. Daardoor waren de meeste politieagenten naar het dropping terrein vertrokken en slecht één bewaker overgebleven in het Goudse politiebureau. Met de mededeling dat men een nieuwe gevangene kwam brengen wisten de verzetsmensen binnen de gevangenis te komen, waarna de bewaker direct onder schot werd gehouden, en Karssen uit zijn cel bevrijdt kon worden, en nog enkele dagen onder dook in Gouda. Op 7 mei was de situatie in Bodegraven weer veilig en kon hij herenigd worden met zijn gezin. Hun huis was echter leeggeroofd en sterk vervuild in die paar dagen, maar men was dankbaar alles overleefd te hebben.
Hier nog enkele documenten uit die tijd: