Nadine
Opgetekend door Marco Bontje
Nadine wil ons het verhaal vertellen van haar grootouders, haar moeder en haar vader. Haar vader maakte de oorlog als kind mee in Zeeuws-Vlaanderen. Haar moeder is vlak na de oorlog geboren als dochter van een Nederlandse moeder en een Duitse vader. Nadine’s opa was als trainer van jonge soldaten tijdelijk in een kazerne in Den Haag gelegerd toen hij Nadine’s oma leerde kennen. Nadine vertelt me dit verhaal op een zondag in september 2026, maar in het verhaal komen vier generaties en veel plekken samen. Het speelt zich vooral af in Den Haag en Breda, maar ook in Zeeuws-Vlaanderen, in het Ruhrgebied in Duitsland, en aan het Oostfront: “Ja, het zijn heel veel lijnen, daarom zeg ik ook wel, het is eigenlijk een boek. Ja, ooit misschien…”.
Nadine heeft ons gevonden via de Stichting Werkgroep Herkenning, een stichting voor familie van mensen die tijdens de oorlog de kant van de bezetter kozen. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen of kleinkinderen van Duitse militairen of NSB’ers. Aan het begin van het gesprek legt Nadine uit wat de Stichting Werkgroep Herkenning doet en hoe ze zichzelf voor de stichting inzet:
“De Stichting Werkgroep Herkenning is een vereniging die bedoeld is voor mensen met ‘foute’ ouders of grootouders. Die vinden daar vooral veel lotgenoten waarmee ze de ervaringen kunnen delen. Het kunnen ook broers, zussen, neven, nichten zijn, die daar ook heel veel vragen over hebben en daar steun voor zoeken, familie van mensen die bij de NSB hebben gezeten bijvoorbeeld. Dat gaat door hele gemeenschappen heen en die zoeken veel steun. Soms komt dat nu pas uit na zoveel jaar dat er natuurlijk een heel groot taboe op lag en heel veel schaamte rondom was in de hele familie en dat altijd geheim werd gehouden.”
“Daar help ik ook wel mensen bij met via DNA-onderzoek een opa of een vader te vinden, want het zijn bijna altijd vaders of opa's. Dan hoor je ook altijd heel veel verhalen over hoe dat door de generaties heen werkt. Als je niet weet wie je vader of je opa is, dan zit je natuurlijk al van goh wie ben ik, wie was hij, en dan ook nog eens met zo'n extra lading. En hoe ga je daarmee om gedurende die jaren? Daar rustte zelfs in mijn leven altijd wel een groot taboe op. Dat is niet iets wat je makkelijk vertelt op school, van oh mijn opa, die was Duits hoor, denken we. En dan gaan mensen rekenen en denken ze van oh, maar dan was hij dus niet op vakantie in Nederland en dan wordt het wel langzaam duidelijk, dus dat vertel je niet snel. Mensen kunnen heel gek reageren ook en zelf maak je natuurlijk heel veel zorgen, van: wie was hij dan? Wat deed hij hier? Heeft hij slechte dingen gedaan? Ben ik dan ook slecht? Want ik heb natuurlijk zijn genen geërfd. En dan krijg je periodes dat je je juist heel erg gaat afzetten tegen alles wat Duits is, en periodes dat je denkt van goh, als ik in Duitsland ben, dan voel ik toch wel veel herkenning op de een of andere manier. Maar dat wil je aan de andere kant ook weer niet, want Nederland en Duitsland vechten de hele tijd in je en dat is heel verwarrend. En je weet ook nog niet eens precies hoe het zit dan, want je oma wil niet praten en het staat nergens op papier, dus je weet het ook allemaal niet zeker.”
Nadine’s opa kwam uit een familie van mijnwerkers die zich vanuit Oost-Europa in Duitsland had gevestigd. Zijn familie woonde in Herne in het Ruhrgebied. Hij was zelf ook mijnwerker toen hij in 1941 opgeroepen werd voor het Duitse leger:
“Eerst een opleiding in Frankrijk en toen naar het Oostfront richting Moskou. Daar is hij gelukkig voor hem al vrij snel zo gewond geraakt dat hij daar weg moest, dat hij weer naar Duitsland moest, naar het ziekenhuis. En toen is hij afgekeurd voor het leger. Zijn arm was helemaal kapotgeschoten. Ze hebben hem uit het ziekenhuis gelaten toen hij eenmaal hersteld was, en toen is hij gewoon weer gaan werken als mijnwerker. Toen is hij ook getrouwd. Vrij snel een kindje, 1942 geloof ik. Zijn familie heeft best wel een povere achtergrond. Allemaal mijnwerkers vanuit Oost-Europa en weinig geld. Dat zie je ook aan de kleding op foto's, heel armoedig. Zijn vader kwam om met een mijnongeluk, dus zijn moeder kwam alleen te staan met kinderen die nog thuis woonden, mijn opa was de oudste.”
Nadine’s opa in legeruniform.
“Toen kwam er in 1944 toch weer een oproep voor hem. We zitten met mannentekort en het is jammer, maar je zal toch weer in dienst moeten. Dus ik denk dat dat best wel een tegenvaller was met een jong gezin. Hij kon niet veel, want hij was natuurlijk gewond. Dus toen zeiden ze: dan ga je maar naar Nederland, daar is het betrekkelijk rustig. Daar is geen front, dus daar hoef je niet te vechten, en dan ga je daar maar jonge soldaten opleiden in Den Haag in de kazerne.”
“Maar wat gek was, mijn opa zag er heel buitenlands uit. Het had een Italiaan of een Turk kunnen zijn, zo donker voor een Duitser. Heel erg donker echt, hij had joods ook kunnen zijn. Ik had altijd het idee, een Duitser is blond met blauwe ogen, zoals in films. Maar dat zijn vaak Engelse acteurs, maar Duitsers zijn vaak heel donker, en hij was daarbij ook nog eens half Oost-Europees. Dus toen raakte ik ook in de war: dat kan toch helemaal niet, want Oost-Europeanen en zeker Polen werden toch als minderwaardig gezien? Hoezo kon hij dan überhaupt in het leger terechtkomen, met een moeder met een Poolse achternaam? Alleen blond en blauwe ogen was toch goed? Ik snap dat nog steeds niet hoe dat kan.”
Ontmoeting in Den Haag
Nadine’s oma groeide op in Breda als jongste dochter van een Italiaanse vader en een Nederlandse moeder.
“Ze kwam uit Breda, daar woonde haar hele familie. Dat was natuurlijk al lang bevrijd in oktober 1944, maar zij zat in Den Haag in die periode dat ze mijn opa ontmoet moet hebben. Maar waarom zat ze dan in godsnaam op een plek waar ze niet meer weg kon? Wat deed ze daar in die hongerwinter? In de familie werd tegen mijn moeder wel eens gezegd, ach, je moeder was een hoer. Ze was een animeermeisje. Ik weet niet of dat klopt. Zij heeft hem op enig moment ontmoet daar, want Nederlandse meiden gingen ook gewoon uit. Nederlandse mannen waren er niet van diezelfde leeftijd. Alleen boven de 40 waren er nog en die hadden een gezin. En meiden in de 20 wilden natuurlijk ook… Wat wij weten, dat die oorlog op een gegeven moment stopt, dat wisten zij niet. Zij dachten misschien van ja, ik krijg nooit een gezin, ik ga nooit trouwen.”
Links de overgrootouders van Nadine voor hun huis in Breda.
Rechts een familiefoto met als derde van rechts Nadine’s oma, met op haar arm haar neefje. Op deze foto staan ook de latere pleegouders van Nadine’s moeder en Nadine’s overgrootmoeder, die vlak na de oorlog stierf; waarschijnlijk van schrik toen Nadine’s oma haar vertelde zwanger te zijn. Deze familiefoto is waarschijnlijk in 1937 of 1938 gemaakt.
“Ze vertelde niet hoe ze hem ontmoet had, maar ze zei wel dat ze meeging naar de kazerne, en dat hij een kamer had die uitkeek op het exercitieveld, waar de soldaten bijeenkomen. Hij was een soort van… Ja, nu zouden we dat een trainer noemen, iemand die nieuwe jonge soldaten, hele jonge jongens traint. Later hebben we ook stukken gevonden in Berlijn, waarop inderdaad stond dat hij onderofficier was. Dan houd je je meestal daarmee bezig en heb je verder niet zo heel veel te zeggen.”
Nadine’s opa in legeruniform met ‘Feldmütze’.
Deze foto is waarschijnlijk in Nederland gemaakt, want deze ‘Feldmütze’ werd pas aan het einde van de oorlog gedragen, toen Nadine’s opa in Nederland was.
“Toen hebben ze elkaar een tijd wel gezien. Een paar maanden vermoed ik, want hij is in oktober in Nederland gekomen en in januari moest hij alweer terug, toch weer naar het Oostfront. En dan kun je natuurlijk ook terugrekenen wanneer mijn moeder dan verwekt moet zijn. Dat moet ergens na kerst geweest zijn. Ja, ik begreep wel dat mijn oma heel gek op hem was. Het zal natuurlijk deels ook geweest zijn dat ze dacht van ja, dan heb ik het wel een beetje goed natuurlijk. Ik denk dat ze er daardoor beter bij zat dan de meeste jonge vrouwen in die tijd. Maar ze was ook gewoon echt gek op hem, dat kon ik aan haar merken, want haar ogen gingen echt glinsteren als ze over hem sprak. Dus ze vond hem gewoon echt een leuke jongen.”
“Ik heb zelf ook heel lang gedacht: hoe kun je dat doen? Waarom zou je dat doen? Ik begreep het niet. Maar dat is natuurlijk vanuit een heel ander perspectief dan wat wij nu hebben of wat ik toen had. Hoe je in de jaren ‘80 op school het onderwijs kreeg, alles draaide rondom Anne Frank en je ging naar toneelstukken en musea, en ik las heel erg veel boeken over de oorlog. Zij hadden dat brede perspectief natuurlijk niet. Zij was gewoon een jonge meid en haar toekomst stond stil. Als je 25 was in die tijd en je was nog niet getrouwd, was dat een uitzondering. Haar broers en zussen waren allemaal ouder, die hadden allemaal al gezinnen. Ik kan me voorstellen dat je dan denkt: dat wil ik ook, ik wil ook uitgaan, en het is een leuke jongen, en hij doet verder niemand kwaad, voorzover zij dat dan kon inschatten. Dus ik vond dat heel lang moeilijk, om te begrijpen waarom zij met een Duitser ging. Ik begreep het gewoon niet. Maar ja, dan word je zelf ouder en dan zie je het veel meer uit verschillende perspectieven.”
Waar was opa?
Terug naar Den Haag, waar Nadine’s oma zwanger raakte. Bij het uitzoeken van wat er daarna gebeurde was het voor Nadine lang een vraagteken hoe en wanneer ze dit aan Nadine’s opa heeft kunnen vertellen. Was hij dan niet weg uit Nederland?
“En ja, toen is mijn moeder dus verwekt, en ze heeft hem dat ook nog kunnen vertellen. En dat is heel gek, want volgens de papieren uit Duitsland is hij rond 20, 21 januari… dus toen wist zij nog niet dat zij zwanger was. Dat kon eigenlijk niet. Toen moest hij al op de trein naar een front bij de Oder tussen wat nu Polen en Duitsland is. Daar raakte hij na twee dagen ook alweer gewond. Je gaat bijna denken van: goh, deed je het erom? Want je wist natuurlijk als je gewond was dan stopte het, dan kon je gewoon naar huis. Dus hij raakte weer gewond, ging weer terug naar Duitsland, tot maart ergens daar in een ziekenhuis weer gezeten. Hoe heeft hij dan in godsnaam nog kunnen horen van mijn oma dat ze zwanger was? Ging hij naar zijn gezin terug? Hoe zat het daarna?”
“En toen dook er ineens een Duitse nicht op, die vertelde: ja, opa vertelde niemand wat, maar mij wel, want in de laatste jaren voor zijn dood ging ik veel bij hem langs. Hij heeft mij verteld dat hij in Nederland krijgsgevangene is geweest. Hoe dan? Zijn kinderen wisten dat allemaal niet, want hij vertelde sowieso niet veel. Hij heeft ook nooit verteld dat hij in Nederland was geweest, maar dus wel aan die kleindochter. Toen dacht ik, OK, dus in maart kwam hij weer uit het ziekenhuis, dan kan hij net nog naar Nederland terug zijn gestuurd. Ze dachten: we kunnen weer niet zoveel met je, want je bent net gewond geweest. Dus het Oostfront, dat gaat het dan ook weer niet worden, want dan gebeurt er vast wel weer wat. Dus misschien toch weer naar Nederland, omdat hij dat kende. Maar dat weet ik niet. In 1946 is de dochter die daarna kwam verwekt, zijn tweede officiële dochter, en mijn moeder zat daar dan net tussen. En dat klopte wel, want hij kwam begin 1946 weer thuis bij zijn vrouw, en die kleindochter zei dat hij nog een hele tijd in Nederland gevangen is geweest.”
“Dus hebben ze elkaar daarna toch nog ontmoet voordat hij gevangen werd genomen, en heeft ze het hem toen verteld, want ze vertelde dat heel erg overtuigend dat hij ook best wel boos was. En dat heb ik ook nooit begrepen. In die tijd was dat niet iets om trots op te zijn, maar ja, dingen gebeuren. Maar hij had al weinig geld en hij was getrouwd en hij kwam uit een streng katholieke familie, dus hij zal heel erg bang zijn geweest dat zijn Duitse familie daarachter zou komen. Dus toen heeft hij ook afgesproken met mijn oma: ik wil er verder niks meer mee te maken hebben, je krijgt geld van mij en je gaat nooit vertellen wie ik was. Je vertelt helemaal niks, want ze mogen er niet achter komen wie ik ben. Dat zeggen zijn kinderen ook, dat was gewoon omdat hij niet wilde dat mijn moeder in Duitsland voor de deur zou staan, omdat hij natuurlijk een heel gezin daar had.”
“Een dochter van mijn opa zag een keer bankafschriften liggen en toen dacht ze: goh, dat is gek. Er wordt allemaal geld naar Nederland overgemaakt. Als ze ernaar vroeg, dan werden haar ouders boos. Want de vrouw van mijn opa, die wist het, die had hij het verteld. En als je dan ook hoort hoe arm ze waren, dat ze amper geld hadden om te eten en hoe arm ze eruitzagen qua kleding, ze zagen er echt heel armoedig uit. We vermoeden dat hij best wel veel geld heeft overgemaakt voor mijn moeder toen hij weer terug in Duitsland was.”
Terug naar Breda, en terug naar Duitsland
“Mijn oma raakte dus zwanger. Mijn opa vertrok voordat ze überhaupt wist dat ze zwanger was, kwam dus vermoedelijk toch nog even terug en werd krijgsgevangene, en ging toen weer terug naar Duitsland. Dan heeft hij denk ik toen het hoofdstuk met mijn oma gewoon helemaal afgesloten. Hoewel mijn tante altijd zei dat hij heel gek op haar geweest moet zijn, want hij hield niet van mijn moeder, dus van zijn Duitse vrouw. Dat was een verstandshuwelijk, dus zij zei: ik vermoed dat hij heel gek was op jouw oma.”
De familie van Nadine’s opa voor het ouderlijk huis in Herne, Duitsland, begin jaren ’50.
Nadine’s opa staat uiterst rechts op de foto, met naast hem zijn vrouw.
“Mijn oma kon niet meer terug naar huis, terwijl ze al wist dat ze zwanger was. Want in Den Haag kon je pas weer vrij reizen een maand ongeveer na de bevrijding, dus pas in juni kon je Den Haag weer uit om te gaan waar je wilde. En het bijzondere is dat dus de oma van mijn moeder, dus de moeder van mijn oma, overleed in die periode. Een maand na de bevrijding overleed zij, en wij dachten altijd misschien van de honger in de oorlog, maar dat hebben ze niet gehad in Breda. Ik vermoed dat het samen viel met het moment dat mijn oma terug naar haar ouderlijk huis ging, met een wat dikkere buik al, en vertelde wat er aan de hand was. Mijn overgroot oma was al heel erg ziek. Tegen mijn moeder werd ook altijd gezegd: dat is de dood geweest van jouw oma, dat je moeder dus zwanger naar huis terugkeerde. Ik heb later ook een doodsbriefje gevonden In de archieven van Breda, daar stond ik inderdaad dat ze aan een soort van hartfalen is overleden of een soort schrik, heel erge schrik. Dan blijkt het dus toch te kloppen dat ze zeiden: ja, dat was haar dood dat jij kwam, dat ze zwanger was van jou.”
Opgroeien in een pleeggezin
“Dus toen was de moeder overleden van mijn oma. Ze bleef wel bij haar vader, een Italiaan, in het ouderlijk huis wonen, en alle broers en zussen waren al het huis uit. Ja en toen, in de rouw van het overlijden van de moeder van mijn oma, heeft mijn oma dus mijn moeder gekregen op haar meisjeskamer in het ouderlijk huis. Met een vader die al wat ouder was, die ook helemaal niet wist wat hij moest doen. Die echt dacht: nou zit ik met een dochter, wat een schande en met een kind, wat moeten we hiermee? Later ben ik erachter gekomen dat hij uit een dorpje uit Italië kwam waar veel kinderen buiten het huwelijk om geboren werden. Die gingen allemaal naar een stad verder weg, zodat daar helemaal geen link meer mee was en dat de schande voor de familie bespaard bleef. Dus daar heeft hij ook nog naar gekeken, of mijn moeder eventueel naar een weeshuis kon. Maar die zaten allemaal vol en dat was heel erbarmelijk in die tijd. En op een gegeven moment zei hij ook: ik wil dat helemaal niet.”
Nadine’s moeder met haar oudste pleegzus
“Toen heeft hij aan de oudste dochter gevraagd, dus de oudste tante van mijn moeder: jullie hebben al 3 kinderen, mag zij bij jullie? Ze konden daar eigenlijk geen nee op zeggen, dus ja, dat moest maar. Ook deels natuurlijk om mijn moeder te beschermen, en omdat mijn oma nog in het ouderlijk huis woonde. Daar kwam ook geen geld binnen, zij werkte niet. Dus daar moest iets, en hij als oudere man wist ook niet hoe hij dat moest regelen met een baby. Later werd er wel gezegd: ze zorgde niet voor je moeder, ze wilde eigenlijk dat je moeder het niet zou overleven. Maar dat werd alleen maar gezegd om het goed te praten dat mijn moeder daar uit huis is gegaan. Want in alle verhalen die ik heb gehoord, werd dat eigenlijk altijd gezegd over die moffenmeiden. Daar lag al zo'n smet op, daar was niks goeds aan.”
“Dus mijn moeder kwam na een half jaar bij die oudste tante en groeide daarop in dat gezin en wist van niks. In die tijd voelden de mensen ook wel aan dat zo'n kind het alleen maar moeilijk krijgt als het bij de echte moeder blijft. Want het is het kind van een Duitser en dan wisten ze, dan krijgt ze gewoon een heel moeilijk leven. Het was niet bekend in die hele omgeving. Dus toen heeft ze een vrij rustige jeugd gehad. Ze kreeg vaak wel te horen: jij ziet er zo buitenlands uit en je broers en zussen zijn blond met blauwe ogen. Die zijn zo Hollands en jij niet. Mijn moeder werd ook altijd heel bruin in de zon, die was echt licht getint altijd. Zelf dacht ze van ja, dat kan toch. Maar als je later biologie krijgt, dan blijkt dat niet te kunnen dat iedereen blond is behalve jij, dat is gek. Dat kan eigenlijk niet.”
“Totdat in 1957, in het jaar dat zij 12 werd, de Nederlandse staat besloot te legaliseren dat kinderen officieel geadopteerd konden worden. Voor die tijd kon dat niet en dan kon mijn moeder haar kind altijd weer opeisen. Dus toen zagen die pleegouders zich genoodzaakt om aan mijn moeder te vertellen: wij zijn jouw ouders niet, en je broers en zussen zijn je broers en zussen niet, en je moeder is een hele slechte vrouw, en anders was je doodgegaan daar, en daarom hebben wij je in huis genomen.”
“Nou, haar hele wereld stortte in en vanaf dat moment ging het heel slecht met mijn moeder, is ze echt ingestort. School ging niet meer. Ze moest toen nog wel bij de rechtbank komen om inderdaad aan te geven dat ze daar prima zat in dat gezin om die adoptie dan officieel te maken. Nou, dat was allemaal prima, dus ze werd officieel geadopteerd. Maar het is nooit meer op de rit gekomen toen, haar leven. En toen kwam ze er ook nog eens achter dat de vader dus een soldaat was waarschijnlijk. Dat wist ze niet zeker, maar dat werd verteld. Mijn moeder is daar echt door geknakt eigenlijk de rest van haar leven. Altijd je ongewenst voelen, van mijn moeder wilde me niet en mijn pleegouders wilden me uiteindelijk ook niet, want die vonden me ondankbaar. Dus als kind voelde je die schaamte en dat ongemak van iedereen. Dat heeft ze toch onbewust altijd wel meegekregen.”
Zeeuws-Vlaanderen
Nadine’s vader maakte de oorlog als jongen mee in Zeeuws-Vlaanderen:
“Mijn vader had een heel goed geheugen, dus hij kon mij alles in detail nog vertellen vele jaren later en ik was altijd heel geboeid door zijn verhalen. Bijzonder vond ik ook altijd wel dat het niet leek alsof hij een trauma had. Pas als volwassene dacht ik: jeetje, dat zijn toch heftige dingen voor een kind van rond de 10 jaar oud. Toch wel gekke dingen gezien die je als kind echt niet hoort te zien. En nou was het in Zeeuws-Vlaanderen vrij rustig hoor. Maar wel al die bombardementen van de Slag om de Schelde. Dat kon hij echt helemaal duidelijk vertellen hoe dat was en wat zijn ouders deden. Dat wilde ik natuurlijk allemaal weten, van hoe reageerden opa en oma dan en mocht je wel buiten spelen? En wat, ja, wat deed je dan?”
“Tijdens die oorlog bleek hij ook gewoon nog een jeugd gehad te hebben van lekker buiten spelen, met zijn vriendjes ondeugende dingen doen. En daar zaten dan Duitse soldaten tussen waar ze dan mee in aanraking kwamen op straat. Maar ook dat hij zag dat er parachutisten de lucht uit werden geschoten en dan een bloedspoor door de straat heen. Of dat hij aan het spelen was en dan kogels vond en daar wilde hij dan mee spelen. Ja, dan kwam er een Duitse soldaat op hem af die hem bedreigde met een geweer van hup hier met die spullen. Dat is best gek dan om mee te maken als kind. Of een uitgebrande tank, maar weer spelenderwijs: kom, we gaan erin. Kleine jongens. Ja, en daar trof hij allemaal verbrande Duitse soldaten in aan, dat soort dingen. Dat ze moesten schuilen onder de trap, omdat er natuurlijk overal bombardementen waren, en… och ja, talloze verhalen. Een Duitser die een loopgraaf had gemaakt bij hun in de tuin en dat ze dagenlang niet naar buiten konden en dat mijn oma de eerste was. Dat was echt een stoere boerendochter en die durfde wel naar buiten als eerste om hem weg te jagen, want ze vond het wel goed geweest ook. Ga maar weg, dit is ons huis.”
“Dus ja, dat soort dingen allemaal. Dat heeft hij allemaal meegemaakt. Maar hij kon het allemaal vertellen en hij was daar niet door in de problemen geraakt mentaal of zo. Ik weet niet hoe hij anders geweest zou zijn, maar hij kon daar altijd goed over vertellen en ik vond het als kind natuurlijk heel interessant allemaal wat hij vertelde.”
Spanningen in de familie
De vader en moeder van Nadine ontmoetten elkaar aan het begin van de jaren ’60. Hoewel Nadine’s vader de Duitsers in de oorlog als vijand had meegemaakt, heeft hij er nooit een probleem van gemaakt dat Nadine’s moeder een Duitse vader had. Ook zijn familie had er voorzover Nadine kan nagaan geen problemen mee. De familie van Nadine’s moeder keek daar heel anders tegenaan. Ze wilden niet dat Nadine’s moeder contact zocht met haar echte moeder:
“Mijn moeder wist al wel iets over haar achtergrond, ze kende haar vader natuurlijk niet. Ze wist dat ze geadopteerd was door een zus van haar echte moeder. En die had ze al één keer opgezocht. Dat wilde de familie helemaal niet. Die vonden dat ondankbaar in die tijd: we hebben jou geadopteerd en dan ga je nog contact zoeken met je echte moeder. Dus dat had ze mijn vader ook allemaal wel verteld. Dus mijn vader had op een gegeven moment ook het idee van dan gaan we toch nog eens een keer bij je moeder langs. Dat hebben ze ook een aantal keer gedaan. Dus hij wist ook wel van haar achtergrond, dat de vader waarschijnlijk een Duitser was. Maar dat was voor mijn vader nooit een probleem. Hij heeft mijn moeder daar niet op aangekeken. Dat vond ik wel heel knap in die tijd dat hij dat niet… En zijn familie, daar speelde dat ook niet, denk ik. Ik weet niet of ze het wisten, zijn ouders. Want je zou kunnen denken in die tijd van ja, daar trouw je dan maar niet mee, met iemand met zo’n achtergrond. Maar dat speelde niet, dat heeft nooit echt tussen hen ingestaan. Dus achteraf vind ik dat toch wel heel goed van mijn vader. Hij had daar wel begrip voor dat mijn moeder daar ook niks aan kon doen.”
Ook toen Nadine later haar oma wilde opzoeken viel dat slecht in de familie:
“Mijn oma woonde in Rotterdam toen ik haar voor het eerst ontmoette. De hele familie was ertegen, want dat was schandalig dat ik zo'n slechte vrouw opzocht. Dat kon allemaal niet. Dat vonden ze allemaal ondankbaar. Ik heb het toch gedaan.”
Nieuwe familie erbij
“En dan vind je dus zoveel jaar later, in 2023… Ik was heel druk bezig met DNA-onderzoek en op dat pad ontmoette ik ook een oudere meneer die ook vermoedde dat zijn vader een Duitser was. Hetzelfde verhaal als mijn moeder, maar hij was wel bij zijn echte moeder gebleven. Het had zich ook in Den Haag afgespeeld. Later bleek dat mijn opa en zijn vader heel dicht bij elkaar hebben gezeten in die kazernes. Door DNA-onderzoek, een hele lange weg, vond ik uiteindelijk een halfzus van hem in Amerika. Die hele familie was uit Duitsland vertrokken vanwege die hele geschiedenis, want die vader van die man had een hele geschiedenis. Die had bij de Ordnungspolizei gezeten, dus dat was heel naar. Die halfzus deed een DNA-test en toen kwamen we erachter dat het inderdaad zijn halfzus was. Dus we hadden de vader van die man gevonden. In de tussentijd wachtte ik ook nog op de uitslagen van de DNA-test van een man die ik op een DNA-website had gevonden, waarvan ik vermoedde dat hij de halfbroer van mijn moeder was. Een paar dagen later kreeg ik daar bericht van dat hij inderdaad mijn halfoom is, dus zijn vader mijn opa. Dus dat was allemaal in één week, dat heeft toen nog in de krant gestaan dat dat zo bijzonder was.”
“En ja, dan heb je ineens een hele familie erbij, waarvan de wereld dan ook helemaal op zijn kop staat, Omdat ze helemaal niks wisten. Dus die hebben een heel ander beeld van hun vader gekregen. Ze waren heel erg boos, ook heel teleurgesteld, heel verdrietig. En ineens komen ze tot bepaalde inzichten. Vandaar dat ze het altijd over een bepaalde vrouw hadden. Vandaar die overschrijvingen naar Nederland. Vandaar dat ze altijd ruzie hadden. Vandaar dat hij soms in een hoekje zat te huilen en we snapten niet waarom. Vandaar dat hij het nooit over Nederland wilde hebben. Hij wilde ook nooit mee naar Nederland. Als het over Nederland ging, dan werd hij altijd heel erg boos.”
“In eerste instantie heb je hele leuke contacten, maar één tante waar ik een heel leuk, heel intensief contact mee had heeft nu gezegd dat ze dit vanwege haar ziekte niet meer aan kan dat haar vader dat gedaan heeft, en die wil geen contact meer. Omdat zij ziet hoe mijn moeder daaronder geleden heeft en ze zegt: ik kan het niet meer aan. Ik moet dat verhaal van mijn vader gewoon vergeten. Mijn vader was mijn held en nu is hij gewoon een vreselijk persoon. En ja, de gekste anekdotes vertellen ze dan ook. Bijvoorbeeld dat hij zo streng was tegen zijn dochters als ze dan een vriendje hadden en dat hij dan zo boos werd en nu zeggen ze ook, ja, dat snappen we nu wel, want hij wilde niet dat wij hetzelfde gingen meemaken.”
Nadine’s opa met een van zijn dochters in de moestuin achter zijn huis (links), en met zijn drie dochters (rechts), halfzussen van Nadine’s moeder.
Nadine’s opa aan het eind van zijn leven. Door zijn werk als mijnwerker had hij veel gezondheidsproblemen gekregen en kwam hij in een rolstoel terecht. Hij is 74 jaar geworden.
Tweespalt en onbegrip
Aan de Nederlandse kant van Nadine’s familie is het verhaal van haar oma en opa en haar moeder altijd problematisch gebleven. Uiteindelijk ontstond ook een verwijdering tussen Nadine’s oma en moeder:
“In eerste instantie was er een redelijk contact. Totdat mijn moeder op een gegeven moment weer meer afstand nam en zoiets had van ja, maar het klopt niet wat ze zegt, wie moet ik vertrouwen? Want dat hele Duitse deel dat wisten we toen nog niet. Maar ze had zoiets van ja, het klopt niet en mijn moeder wilde toen ineens geen contact meer. Mijn oma is toen overleden. Ze had nog een zoon van een Nederlandse man, en toen heeft ze tegen die zoon gezegd, ik wil dat je het pas aan mijn dochter vertelt als ik overleden ben, als ik gewoon gecremeerd ben. Dus toen hoorden we pas dat ze ziek was geweest, overleden was en al gecremeerd was. Ja, dus dat was heel gek.”
“En een deel van de adoptiefamilie, die eigenlijk ook gewoon familie is, heeft meer zoiets van ja, waarom zou je daarin gaan graven? Wat gebeurd is, is gebeurd. Die begrepen nooit de zucht van mijn moeder om te weten wie ze is, wat haar achtergrond is, wie haar vader was. Sommige mensen begrijpen dat gewoon niet. Hoezo kan je niet accepteren dat je gewoon niet weet wie je vader is? De oudste adoptiezus, eigenlijk dus een nicht, was oud genoeg om het allemaal mee te krijgen. Die was 16 toen mijn moeder in huis kwam. Dus die heeft ook meegemaakt dat mijn oma voor de deur stond met cadeautjes en mijn moeder terug wilde en dat ze niet binnengelaten werd. Die begreep het altijd wel, die had er altijd wel begrip voor bij mijn moeder. Maar zo zie je een tweespalt ontstaan in een familie. Ja, dat je toch voelt van dat ze eindelijk erkennen zonder daar woorden voor te gebruiken. Ja, je bent toch niet hun echte familie.”
“Dus dat is op een gegeven moment dan ook helemaal verwaterd, dat hele contact. Zeker toen ik mijn oma voor het eerst ging opzoeken. Hele toestanden waren daar rondom en later dacht ik ook van, ik was 25, laat me toch zelf weten. Wat is daar fout aan dat je gewoon wil weten wat er gebeurd is? Hoe heette mijn opa? Vervolgens had ze daarover gelogen, want dat deden al die vrouwen, die gaven allemaal een andere naam op. En het heel erg verdraaien en zo. Dus ja, eigenlijk is het hele stuk familie aan mijn moeders kant altijd heel erg mislukt, om het maar zo te noemen. Het is altijd heel vreemd geweest. Niet zoals het zou moeten zijn.”
“Mijn moeder is na de oorlog geboren, maar die oorlog werkt maar door. Want mijn moeder zit nog steeds in de put door wat er allemaal gebeurd is en wat het allemaal teweeg heeft gebracht. Dat komt gewoon niet meer goed. Dat is aan allebei de kanten, aan de Duitse kant ook. Ze wisten dat hij in de oorlog in het leger zat, maar dat zaten de meeste Duitse opa's en vaders, maar dit allemaal… Maar het is best wel vaak gebeurd. Het is niet één verhaal, dit is bij heel veel mensen gebeurd. Er zijn veel ergere dingen In de oorlog gebeurd. Want ik ken dus ook iemand, die vader die bleek dus op Jodentransporten gezeten te hebben. Dat is wel een hele andere dimensie dan, daar zou ik het zelf heel moeilijk mee hebben als ik dat zou horen. En ik was ook heel erg opgelucht dat mijn opa eigenlijk maar heel kort echt gevochten heeft. Alleen het Haagse stuk, ja, daar zijn ook hele nare dingen gebeurd, als kinderen stalen, of… Het was natuurlijk vlak bij die Waalsdorpervlakte en… Daar zit nog een zorg van mij, wat is daar allemaal gebeurd? Dat weet ik niet. Maar ja, als er nog een kamp bij betrokken was geweest, jemig, dat had ook allemaal nog gekund. Daar hebben we niets over gevonden, of dat-ie aanhanger was… Hij was nergens lid van, wat toch veel mensen wel waren in die tijd. Dat was hij niet, niks van gevonden in archieven. Hij was gewoon een laagopgeleide mijnwerker die altijd gewoon met zijn handen had gewerkt en verder niet echt invloed had.”
“Ik ben ook heel lang, ook toen ik nog niet wist wie het was, heel boos geweest. Potverdomme die rotmof, waarom niet gewoon een Nederlandse opa? Waarom moet dat dan een Duitse soldaat zijn? Maar goed, het duurt een tijdje voordat je het allemaal in het reine hebt met jezelf. En nu ben ik op een punt dat ik denk van ja, ik kan er ook allemaal niks aan doen. Dat is gegaan zoals het is en dat maakt mij niet slecht omdat ik een Duitse opa heb die misschien slechte dingen heeft gedaan in de oorlog. Dat kan ik nu loslaten. Ik kan hem als mijn opa zien. Hij is ook in een situatie terechtgekomen die hij denk ik niet wilde. Ik denk niet dat hij dat verkoos boven zijn gezinnetje. En ja, dat is dus voor mij dan eind goed al goed. Ik kan het nu accepteren en ik kan het ook gewoon vertellen. Ja, ik kan er ook niks aan doen. Want ik heb ook wel eens te horen gekregen van je hebt nazibloed of je hebt die jas, dat lijkt wel een SS-jas die je aan hebt. Hoe verzin je het om het te zeggen? Maar ja, nu denk ik ook van ja, ik kan er ook niks aan doen, dus het is zoals het is.”